Uitspraak · Bestuursrecht

Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 1 september 2026

ECLI:NL:OGEABES:2026:217Zaaknummer EUX202600034

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
1 september 2026
Publicatiedatum
2 september 2026
Zaaknummer
EUX202600034
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Klaagschrift is niet-ontvankelijk nu deze is ingediend buiten de gestelde termijn van veertien dagen.

De beslissing

Het Gerecht:

verklaart het klaagschrift niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Martinez-Hammer, rechter in het Gerecht in eerste aanleg te Bonaire, Sint Eustatius en Saba, en uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier op 1 september 2026.

Tegen deze beschikking staat hoger beroep niet open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. UITSPRAAK
  2. Procesverloop
  3. Overwegingen
  4. De beslissing
  5. Tegen deze beschikking staat hoger beroep niet open.

Wet administratieve rechtspraak BES

Uitspraakdatum: 1 september 2026

Zaaknummer: EUX202600034

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE,

SINT EUSTATIUS EN SABA,

ZITTINGSPLAATS SINT EUSTATIUS

UITSPRAAK

In het geding van:

[klager],

wonende te Sint Eustatius,

klager,

tegen

DE GEZAGHEBBER VAN HET OPENBAAR LICHAAM SINT EUSTATIUS,

gezeteld te Sint Eustatius,

verweerder,

gemachtigde: mr. G.B. SIMMONS-DE JONG.

Procesverloop

Bij beschikking van 23 januari 2026 (hierna: de bestreden beschikking) heeft verweerder het verzoek van klager om afgifte van een verklaring omtrent gedrag (hierna: VOG) afgewezen.

Klager heeft hiertegen op 12 februari 2026 ter griffie van het Gerecht in eerste aanleg een klaagschrift ingediend.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden ter zitting van 25 augustus 2026, via een videoverbinding vanuit het Gerecht te Sint Maarten. Klager is verschenen via videoverbinding vanuit het Gerecht te Sint Eustatius. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door mr. D. Daal, eveneens via videoverbinding.

Uitspraak is bepaald op heden.

Overwegingen

1. In geschil is de rechtmatigheid van de weigering van verweerder om aan klager een verklaring omtrent het gedrag (VOG) af te geven. Het Gerecht ziet zich allereerst ambtshalve gesteld voor de vraag of klager ontvankelijk is in het door hem ingediende klaagschrift.

2. Ingevolge artikel 25 van de Wet op de justitiële documentatie en op de verklaringen omtrent het gedrag BES (hierna: de Wet) kan de betrokkene binnen veertien dagen na ontvangst van de weigering tot afgifte van een VOG een klaagschrift indienen bij het Gerecht.

3. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting stelt het Gerecht vast dat klager de bestreden beschikking op 23 januari 2026 heeft ontvangen. Het klaagschrift is op 12 februari 2026 bij het Gerecht ingediend. Daarmee is de in artikel 25 van de Wet gestelde termijn van veertien dagen overschreden.

4. Niet is gesteld of gebleken van bijzondere omstandigheden op grond waarvan de termijnoverschrijding verschoonbaar moet worden geacht. Het klaagschrift dient daarom niet-ontvankelijk te worden verklaard. Het Gerecht komt derhalve niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van de bestreden beschikking.

De beslissing

Het Gerecht:

verklaart het klaagschrift niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Martinez-Hammer, rechter in het Gerecht in eerste aanleg te Bonaire, Sint Eustatius en Saba, en uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier op 1 september 2026.

Tegen deze beschikking staat hoger beroep niet open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.