Uitspraak · Civiel recht
Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 19 augustus 2026
ECLI:NL:OGEABES:2026:204Zaaknummer BON202500418
- Instantie
- Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Datum uitspraak
- 19 augustus 2026
- Publicatiedatum
- 24 augustus 2026
- Zaaknummer
- BON202500418
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Verlenging ondertoezichtstelling voor zes maanden en aanhouding van de beslissing voor de overige zes maanden.
4 De beslissing
Het Gerecht:
verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2010 te [geboorteplaats] ([geboorteland]) met zes maanden, dat wil zeggen tot 1 maart 2027 en houdt de beslissing voor de overige zes maanden aan tot de zitting van [datum] 2027 om [tijd] uur;
bepaalt dat een gezinsvoogd van Zorg en Jeugd Caribisch Nederland (ZJCN) belast blijft met het toezicht op [de minderjarige];
verstaat dat de griffier aantekening maakt in het gezagsregister van de beslissingen onder 4.1 en 4.2;
bepaalt dat een afschrift van deze beschikking geldt als een oproeping van de moeder, de Voogdijraad en ZJCN voor de voortzetting van de mondelinge behandeling op [datum] 2027 om [tijd] uur;
verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. H.L. Wattel, rechter, op 19 augustus 2026 in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier, op 21 augustus 2026 op schrift gesteld en getekend door mr. R.P.P. Hoekstra, rechter.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
zittingsplaats Bonaire
registratienummer: BON202500418
datum beslissing: 19 augustus 2026
Op het verzoek van
ZORG EN JEUGD CARIBISCH NEDERLAND,
gevestigd te Bonaire,
hierna: ZJCN,
met betrekking tot de minderjarige:
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2010 te [geboorteplaats] ([geboorteland]), hierna: [de minderjarige].
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de moeder],
wonende te Bonaire,
hierna: de moeder.
De Voogdijraad Caribisch Nederland (hierna: de Voogdijraad) is opgeroepen met het oog op de beoordeling van de belangen van de minderjarige(n) (op grond van artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES).
1 Het procesverloop
Op 5 augustus 2026 heeft het Gerecht een verzoekschrift met bijlagen ontvangen van ZJCN.
Op 17 augustus 2026 heeft de rechter, buiten aanwezigheid van anderen, gesproken met [de minderjarige] en haar vertrouwenspersoon [vertrouwenspersoon].
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 19 augustus 2026. Daarbij is de moeder verschenen. Namens de Voogdijraad was [medewerker Voogdijraad] aanwezig. Namens ZJCN verschenen [medewerker ZJCN 1] en [medewerker ZJCN 2].
Na de mondelinge behandeling heeft de rechter direct uitspraak gedaan.
2 De feiten
De moeder heeft eenhoofdig gezag over [de minderjarige]. De vader van [de minderjarige] en de moeder wonen niet samen.
Op 2 september 2025 is [de minderjarige] door dit Gerecht onder toezicht gesteld van ZJCN voor de duur van een jaar, dat wil zeggen tot 1 september 2026. [de minderjarige] was op dat moment 15 jaar oud en zwanger. Er liep een strafrechtelijk onderzoek naar de vermoedelijke vader van haar ongeboren kind. Daarnaast waren er zorgen over de veiligheid binnen het gezin.
Op 25 september 2025 is [de minderjarige] bevallen van haar dochter [dochter]. [de minderjarige] woont nu samen met [dochter] en haar moeder bij haar oudere zus [zus]. ZJCN is belast met de voogdij over [dochter].
3 De beoordeling
Het verzoek van ZJCN betreft de verlenging van de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] voor de duur van een jaar. ZJCN verwacht dat de gestelde doelen niet kunnen worden bereikt in een vrijwillig kader en verzoeken daarom om een verlenging van de ondertoezichtstelling, zodat gedurende het komende jaar gewerkt kan worden aan het duurzaam wegnemen van de ontwikkelingsbedreiging. Uit het verzoekschrift en het besprokene ter zitting is voldoende gebleken dat een verlenging van de ondertoezichtstelling noodzakelijk is. Het Gerecht zal het verzoek tot verlenging toewijzen voor de duur van zes maanden en het verzoek voor de resterende zes maanden aanhouden. Hierna legt het Gerecht uit welke overwegingen tot deze beslissing hebben geleid.
Op grond van artikel 1:254 juncto 1:258, eerste lid BW BES kan de rechter in eerste aanleg een kind voor een termijn van ten hoogste één jaar onder toezicht stellen als het zodanig opgroeit, dat zijn zedelijke of geestelijke belangen of zijn gezondheid ernstig worden bedreigd en andere middelen ter afwending van deze bedreiging hebben gefaald of, naar is te voorzien, zullen falen. De rechter kan de ondertoezichtstelling telkens met ten hoogste één jaar verlengen.
In het verzoekschrift beschrijft ZJCN dat [de minderjarige] positieve stappen heeft gezet in haar ontwikkeling, zoals de verantwoordelijkheid bij de zorg voor haar dochter. [de minderjarige] neemt haar verantwoordelijkheid als moeder serieus. Ook werkt zij sinds de ondertoezichtstelling samen met de betrokken hulpverlening. Tegelijkertijd is de situatie nog kwetsbaar. Het afgelopen jaar is de aandacht vooral uitgegaan naar de zorg rondom de zwangerschap, de geboorte van [dochter] en de noodzakelijke medische zorg rondom [dochter]. De noodzakelijke specialistische hulpverlening, zoals de cursus ‘Nu niet zwanger’ en de behandeling bij MHC, kon om deze reden niet direct beginnen. [de minderjarige] staat inmiddels wel op de wachtlijst bij MHC, maar er is nog geen zicht op wanneer haar behandeling kan beginnen. Daardoor zijn haar persoonlijke ontwikkelingsdoelen nog niet behaald. Ook is nog niet duidelijk wanneer [de minderjarige] de genoemde training/cursus kan volgen. ZJCN heeft ter zitting geopperd dat, als dit niet op korte termijn blijkt te kunnen, de mogelijkheid kan worden onderzocht dat de ZZP’er [vertrouwenspersoon] de cursus ‘Nu niet zwanger’ geeft, zodat ook op dit punt vooruitgang kan worden geboekt. De zorg van ZJCN is dat de verdere hulpverlening, die nog wel nodig is, niet van de grond zal komen in een vrijwillig kader. De Voogdijraad is het daar mee eens en steunt het verzoek.
de minderjarige] en haar moeder hebben te kennen gegeven dat zij het niet eens zijn met de verlenging van de maatregel met een jaar.
Het Gerecht stelt allereerst vast dat er in het afgelopen jaar volgens alle betrokkenen een positieve ontwikkeling is geweest. [de minderjarige] heeft haar nieuwe rol als moeder opgepakt. Zij heeft ook samengewerkt met de hulpverlening. Zoals zij heeft aangegeven, heeft zij veel aan de steun van haar ZZP’er. Met de huidige thuissituatie is zij ook in rustiger vaarwater gekomen. Tegelijkertijd begrijpt het Gerecht dat de zorg over de ontwikkeling van [de minderjarige] als kind nog niet is weggenomen, zeker ook gezien het recente voorbeeld van impulsief handelen van [de minderjarige] dat ZJCN tijdens de zitting heeft genoemd, en dat nog niet met een begeleiding in vrijwillig kader kan worden volstaan. Gelet op dit alles zal de ondertoezichtstelling voor de duur van zes maanden worden verlengd met aanhouding van de beslissing voor de overige zes maanden. Over vijf maanden zal een evaluatiemoment plaatsvinden om te bezien of er voldoende voortgang is geboekt met de doelstellingen. Deze voortgezette behandeling zal plaatsvinden op [datum] 2027 om [tijd] uur.
4 De beslissing
Het Gerecht:
verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2010 te [geboorteplaats] ([geboorteland]) met zes maanden, dat wil zeggen tot 1 maart 2027 en houdt de beslissing voor de overige zes maanden aan tot de zitting van [datum] 2027 om [tijd] uur;
bepaalt dat een gezinsvoogd van Zorg en Jeugd Caribisch Nederland (ZJCN) belast blijft met het toezicht op [de minderjarige];
verstaat dat de griffier aantekening maakt in het gezagsregister van de beslissingen onder 4.1 en 4.2;
bepaalt dat een afschrift van deze beschikking geldt als een oproeping van de moeder, de Voogdijraad en ZJCN voor de voortzetting van de mondelinge behandeling op [datum] 2027 om [tijd] uur;
verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. H.L. Wattel, rechter, op 19 augustus 2026 in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier, op 21 augustus 2026 op schrift gesteld en getekend door mr. R.P.P. Hoekstra, rechter.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.