Uitspraak · Verbintenissenrecht

Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 12 augustus 2026

ECLI:NL:OGEABES:2026:197Zaaknummer BON202600375

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
12 augustus 2026
Publicatiedatum
14 augustus 2026
Zaaknummer
BON202600375
Rechtsgebied
Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Kort geding. Partijen zijn ex-echtgenoten en in een eerdere gerechtelijke procedure een schikking met elkaar overeengekomen. Die schikking is vastgelegd in een proces-verbaal van de mondelinge behandeling. Eén van de afspraken is dat de echtelijke woning aan de man wordt toebedeeld. De vrouw wil haar medewerking aan levering niet verlenen, omdat partijen verschillen over de uitleg van een andere afspraak uit de schikking. Omdat partijen geen volgorde hebben afgesproken welke afspraak als eerst nagekomen moet worden of de afspraak tot toebedeling afhankelijk is van een andere afspraak, moet de vrouw haar medewerking verlenen.

4 De beslissing

Het Gerecht, rechtdoende in kort geding:

4.1.

beveelt [gedaagde] om alle vereiste medewerking te geven aan de levering aan [eiser] van haar aandeel in het eigendomsperceel met het erop gebouwde kadastraal bekend als [kadastrale aanduiding], groot 668 m2, plaatselijk bekend als [adres], Bonaire, tegen ontvangst van een bedrag van USD 57.951,52 via de notaris;

4.2.

bepaalt voor het geval [gedaagde] niet binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis haar medewerking verleent aan de beslissing uit rechtsoverweging 4.1. dat dit vonnis in de plaats treedt van de (wils)verklaring van [gedaagde] die vereist is voor de levering en het transport van het eigendomsperceel onder de in rechtsoverweging 4.1 gestelde voorwaarde, zodat levering zal plaatsvinden door inschrijving van dit vonnis samen met de leveringsakte in de daartoe bestemde openbare registers;

4.3.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten en nakosten van USD 1.109,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met USD 84,00 als [gedaagde] niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan de veroordelingen in dit vonnis voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;

4.4.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente over de proceskosten en nakosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald;

4.5.

verklaart de beslissingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

4.6.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.P.P. Hoekstra, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 12 augustus 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De kern van de zaak
  3. 3 De beoordeling
  4. 4 De beslissing

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA

zittingsplaats Bonaire

registratienummer: BON202600375

datum beslissing: 12 augustus 2026

VONNIS IN KORT GEDING

in de zaak van:

[eiser],

wonend op Bonaire,

hierna: [eiser],

eisende partij,

gemachtigde: mr. A.F. van Toll,

tegen

[gedaagde],

wonend op Bonaire,

hierna: [gedaagde],

gedaagde partij,

gemachtigde: mr. A.T.C. Nicolaas.

1 De procedure

1.1.

Op 7 juli 2026 heeft [eiser] een verzoekschrift met bijlagen bij de griffie van dit Gerecht ingediend.

1.2.

In het procesdossier zitten verder de volgende stukken:

  • de conclusie van antwoord met producties;
  • het e-mailbericht van 22 juli 2026 van de gemachtigde van [eiser] met een aanvullende productie.
1.3.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 29 juli 2026. [eiser] is verschenen, bijgestaan door mr. Van Toll. [gedaagde] is verschenen, bijgestaan door mr. Nicolaas. De spreekaantekeningen die de gemachtigden van partijen hebben voorgelezen zijn aan het dossier toegevoegd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat met partijen besproken is.

1.4.

Ten slotte is bepaald dat vandaag uitspraak zal worden gedaan.

2 De kern van de zaak

2.1.

Partijen zijn in een eerdere gerechtelijke procedure een schikking met elkaar overeengekomen. Eén van de afspraken daarbij was dat de echtelijke woning aan [eiser] wordt toebedeeld. [gedaagde] wil nu haar medewerking niet verlenen aan de levering, omdat partijen van mening verschillen over de uitleg van een andere afspraak uit de schikking. [eiser] eist in deze procedure dat [gedaagde] wordt veroordeeld mee te werken aan de levering. Dat wordt toegewezen.

3 De beoordeling

De achtergrond van het geschil

3.1.

Partijen zijn ex-echtgenoten van elkaar. Voor de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap is een procedure bij dit Gerecht aanhangig geweest.[_b6757bf8-7a3c-4412-ac1e-c9952ce44ed6] De mondelinge behandeling in die procedure heeft plaatsgevonden op 1 juni 2026. Na afloop van de inhoudelijke behandeling heeft de rechter de mondelinge behandeling geschorst om partijen de gelegenheid te geven om met hun gemachtigden en met elkaar in overleg te gaan om een minnelijke regeling te beproeven. Partijen hebben van die gelegenheid gebruik gemaakt en hebben afspraken gemaakt. De afspraken zijn door de rechter gedicteerd en na voorlezing door beide partijen ondertekend. Vervolgens zijn ze door de rechter vastgelegd in een proces-verbaal van de mondelinge behandeling. Daarmee is de verdelingsprocedure geëindigd.

3.2.

In het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 1 juni 2026 (hierna: het proces-verbaal) staat onder meer het volgende:

“Partijen komen ter beëindiging van hun geschil het volgende overeen:

1. De woning te [adres] te Bonaire zal worden toebedeeld aan de man. (…)

2. De man is aan de vrouw in het kader van deze verdeling een bedrag verschuldigd van USD 207.500,00. (…)

3. De nog gemeenschappelijke bank- en spaarrekeningen zullen op naam van de vrouw worden gezet. De man verleent daaraan zijn medewerking. De daarop staande bedragen worden in mindering gebracht op het bedrag van USD 207.500,00 (uit randnummer 2). Voor zo ver het bedragen in Euro betreft, gebeurt dat tegen de wisselkoers van vandaag.”

3.3.

Na afloop van de mondelinge behandeling heeft [gedaagde] de saldi op de gemeenschappelijke bank- en spaarrekeningen naar haar persoonlijke bankrekening overgeschreven.

3.4. [

eiser] heeft het notariskantoor Bonaire Notaris Rispens benaderd om de echtelijke woning aan hem te leveren. Op 9 juli 2026 heeft de notaris een e-mail gestuurd aan [eiser] waarin staat dat zij de notariële afwikkeling niet ter hand kan nemen, omdat tussen partijen een verschil van mening bestaat over de wijze waarop de banktegoeden in de verdeling zijn betrokken en welk bedrag nog moet worden verrekend.

3.5.

Het verschil van inzicht tussen partijen heeft betrekking op de uitleg van randnummer twee en drie uit het proces-verbaal. Volgens [eiser] moeten die afspraken zo uitgelegd worden dat het totaal aan saldo op de verschillende bankrekeningen afgetrokken moet worden van het bedrag van USD 207.500. Het bedrag dat overblijft is hij verschuldigd aan [gedaagde]. [gedaagde] is van mening dat de helft van het totaal aan saldo op de verschillende bankrekeningen afgetrokken moet worden van het bedrag van USD 207.500, omdat de helft van de banktegoeden van haar is en zij anders betaald wordt met geld dat deels van haarzelf is.

[eiser] heeft een spoedeisend belang bij zijn vorderingen

3.6.

In een kortgedingprocedure wordt gevraagd om een spoedmaatregel te nemen. De wet gaat ervan uit dat na de kortgedingprocedure een gewone rechtszaak zal komen, dit heet een ‘bodemprocedure’. Een kortgedingprocedure loopt op een bodemprocedure vooruit. De rechter in kort geding moet inschatten of de bodemrechter de vordering waarschijnlijk zal toewijzen. Tegen deze achtergrond moet de rechter eerst beoordelen of [eiser] een spoedeisend belang heeft bij zijn vorderingen.

3.7. [

gedaagde] wordt niet gevolgd in haar stelling dat [eiser] geen spoedeisend belang bij zijn vorderingen heeft. Partijen hebben een procedure gevoerd over de verdeling van hun huwelijksgoederengemeenschap en die procedure is geëindigd met een schikking. Een schikking wordt mede aangegaan omdat beide partijen hun geschil willen beëindigen en duidelijkheid willen voor de toekomst. In dit geval heeft [eiser] er belang bij dat snel duidelijk wordt of [gedaagde] haar medewerking aan de levering van de echtelijke woning al dan niet terecht weigert. Hierna zullen de vorderingen inhoudelijk beoordeeld worden.

[gedaagde] moet meewerken aan de levering van de echtelijke woning aan [eiser]

3.8.

De vraag welke uitleg aan de afspraken onder 2 en 3 in het proces-verbaal moet worden gegeven kan in het kader van dit kort geding in het midden blijven. Partijen zijn namelijk geen volgorde overeengekomen welke afspraak uit het proces-verbaal als eerste nagekomen moet worden. Niet gesteld of gebleken is dat eerst de banksaldi moeten worden verdeeld en pas daarna de echtelijke woning aan [eiser] geleverd moet worden. Evenmin is gesteld of gebleken dat de afspraak om de woning aan [eiser] toe te bedelen afhankelijk is van de betaling van het bedrag van USD 207.500 aan [gedaagde]. De afspraak om de woning aan [eiser] toe te bedelen en de afspraak dat [eiser] een bedrag van USD 207.500 aan [gedaagde] verschuldigd is zijn op zichzelf staande verplichtingen. Dat blijkt ook uit het feit dat partijen hebben afgesproken dat het bedrag van USD 207.500 binnen een termijn van zes maanden aan [gedaagde] betaald moet worden. Partijen hebben niet afgesproken dat het bedrag uiterlijk betaald moet zijn op het moment dat de woning aan [eiser] geleverd wordt. Ook is niet gebleken dat levering van de woning om andere redenen noodzakelijkerwijze verbonden is aan gelijktijdige betaling van een geldbedrag.

3.9. [

gedaagde] is daarom niet gerechtigd om haar medewerking aan de levering van de echtelijke woning aan [eiser] afhankelijk te stellen van de betaling van het bedrag waartoe [eiser] volgens haar gehouden is. De vordering van [eiser] om [gedaagde] haar medewerking te laten verlenen aan de levering van de echtelijke woning aan hem is daarom toewijsbaar. Omdat [eiser] met zijn vordering in deze procedure zichzelf een verplichting heeft opgelegd om een bedrag van USD 57.951,52 bij het verlijden van de leveringsakte via de notaris aan [gedaagde] te betalen zal dat worden toegewezen.

3.10. [

eiser] vordert dat dit vonnis in de plaats treedt van de vereiste wilsverklaring(en), medewerking en handtekening(en) voor het passeren van de leveringsakte als [gedaagde] haar onvoorwaardelijke medewerking niet zal verlenen binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis. [gedaagde] heeft geen verweer gevoerd tegen deze specifieke vordering door bijvoorbeeld te verklaren dat zij een veroordeling tot medewerking zal nakomen. Bovendien heeft [gedaagde] tot nu toe geweigerd haar medewerking bij de notaris te verlenen, omdat zij met [eiser] van mening verschilt over de uitleg van het proces-verbaal. Daarom heeft [eiser] belang bij deze vordering en zal dat worden toegewezen.

3.11. [

eiser] vordert dat [gedaagde] de woning moet leveren tegen ontvangst van “het laatste bedrag” van USD 57.951,52. Dat zal worden afgewezen. In dit kort geding is niet beslist over het geschilpunt tussen partijen welke uitleg aan de afspraken in het proces-verbaal gegeven moet worden (en dus ook niet of sprake is van “het laatste bedrag”). Dat is niet nodig geweest voor het door [eiser] gewenste resultaat van deze procedure, namelijk de levering van de echtelijke woning. Om vast te kunnen stellen wat partijen precies hebben afgesproken en welke uitleg gegeven moet worden aan de afspraken in het proces-verbaal is mogelijk bewijslevering nodig, maar daarvoor is in een kort gedingprocedure geen plaats.

3.12.

In het e-mailbericht van 9 juli 2026 van de notaris aan [eiser] staat dat de notaris niet tot de notariële afwikkeling van het dossier over kan gaan zo lang partijen geen overeenstemming hebben over de wijze waarop de banksaldi in de verdeling dienen te worden betrokken en welk bedrag uiteindelijk nog moet worden verrekend. De rechter is niet op de hoogte van de opdracht die [eiser] concreet aan de notaris heeft verstrekt. Mogelijk is aan de notaris gevraagd de gehele verdeling ter hand te nemen. Met het oordeel in deze procedure dat de afspraken op zichzelf staande verplichtingen zijn en de levering van de woning niet afhankelijk is van de betaling van een bedrag waarover tussen partijen overeenstemming bestaat, gaat de rechter ervan uit dat de notaris tot levering van de echtelijke woning aan [eiser] kan overgaan.

[gedaagde] moet proceskosten betalen

3.13. [

gedaagde] zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De proceskosten van [eiser] worden begroot op USD 159,00 aan betekeningskosten van het verzoekschrift, USD 251,00 aan griffierecht, USD 559,00 aan salaris gemachtigde (liquidatietarief voor eenvoudig kort geding) en USD 140,00 aan nakosten (plus de eventuele verhoging zoals vermeld in de beslissing).

3.14.

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

De beslissingen worden uitvoerbaar bij voorraad verklaard

3.15.

De beslissingen in dit vonnis worden, zoals gevorderd, uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Een kort geding strekt op grond van de wet en naar haar aard tot het verkrijgen van een voorziening bij voorraad. Hiertegen heeft [gedaagde] ook geen verweer gevoerd en van kenbare bezwaren van [gedaagde] tegen uitvoerbaar bij voorraadverklaring is de rechter niet gebleken. Dit betekent dat de beslissingen in deze uitspraak moeten worden gevolgd, ook als [gedaagde] in hoger beroep gaat. De beslissingen in deze uitspraak gelden in dat geval totdat de rechter in hoger beroep tot een andere beslissing komt.

4 De beslissing

Het Gerecht, rechtdoende in kort geding:

4.1.

beveelt [gedaagde] om alle vereiste medewerking te geven aan de levering aan [eiser] van haar aandeel in het eigendomsperceel met het erop gebouwde kadastraal bekend als [kadastrale aanduiding], groot 668 m2, plaatselijk bekend als [adres], Bonaire, tegen ontvangst van een bedrag van USD 57.951,52 via de notaris;

4.2.

bepaalt voor het geval [gedaagde] niet binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis haar medewerking verleent aan de beslissing uit rechtsoverweging 4.1. dat dit vonnis in de plaats treedt van de (wils)verklaring van [gedaagde] die vereist is voor de levering en het transport van het eigendomsperceel onder de in rechtsoverweging 4.1 gestelde voorwaarde, zodat levering zal plaatsvinden door inschrijving van dit vonnis samen met de leveringsakte in de daartoe bestemde openbare registers;

4.3.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten en nakosten van USD 1.109,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met USD 84,00 als [gedaagde] niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan de veroordelingen in dit vonnis voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;

4.4.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente over de proceskosten en nakosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald;

4.5.

verklaart de beslissingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

4.6.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.P.P. Hoekstra, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 12 augustus 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.