Uitspraak · Personen- en familierecht

Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 5 augustus 2026

ECLI:NL:OGEABES:2026:193Zaaknummer BON202600405

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
5 augustus 2026
Publicatiedatum
14 augustus 2026
Zaaknummer
BON202600405
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Vervangende toestemming reizen met minderjarige

4 De beslissing

Het Gerecht:

4.1.

geeft de vrouw vervangende toestemming om in de periode van 19 augustus 2026 tot en met 4 oktober 2026 met de minderjarige [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2024 te [geboorteplaats], van Bonaire, via Nederland en Singapore, naar Indonesië te reizen en vice versa;

4.2.

bepaalt dat deze beschikking – voor zover nodig – in de plaatst treedt van een door de man ondertekend toestemmingsformulier;

4.3.

verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. R.P.P. Hoekstra, rechter, in het openbaar uitgesproken op 5 augustus 2026 in tegenwoordigheid van de griffier en op 7 augustus 2026 op schrift gesteld.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De feiten
  3. 3 Het verzoek en de beoordeling
  4. 4 De beslissing

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA

zittingsplaats Bonaire

registratienummer: BON202600405

datum beslissing: 5 augustus 2026

BESCHIKKING

op het verzoek van

[de vrouw],

wonende te Bonaire,

hierna: de vrouw,

tegen

[de man],

wonende te Bonaire,

hierna: de man.

Met het oog op de beoordeling van de belangen van de minderjarige is de Voogdijraad Caribisch Nederland (hierna: de Voogdijraad) opgeroepen.

1 De procedure

1.1.

Op 20 juli 2026 heeft het Gerecht het verzoekschrift met bijlagen van de vrouw ontvangen.

1.2.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 5 augustus 2026. De man en de vrouw zijn verschenen. Namens de Voogdijraad is [medewerker voogdijraad] verschenen.

1.3.

De rechter heeft na de zitting direct mondeling uitspraak gedaan.

2 De feiten

2.1.

Tijdens het huwelijk is het volgende nu nog minderjarige kind geboren: [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2024 te [geboorteplaats], hierna: [de minderjarige].

3 Het verzoek en de beoordeling

Het verzoek

3.1.

De vrouw heeft op 20 juli 2026 het Gerecht verzocht vervangende toestemming te verlenen om met [de minderjarige] van Bonaire, via Nederland en Singapore, naar Indonesië te reizen, en vice versa, in verband met vakantie in de periode van 19 augustus 2026 tot en met 4 oktober 2026.

De beoordeling

3.2.

Op grond van artikel 1:253a lid 1 van het Burgerlijk Wetboek kunnen geschillen over de gezamenlijke uitoefening van het gezag op verzoek van de ouders of van een van hen aan de rechter worden voorgelegd. De rechter neemt alsdan een zodanige beslissing als hem in het belang van het kind wenselijk voorkomt.

3.3.

Tijdens de mondelinge behandeling heeft de man toegelicht dat hij de reis te lang vindt en dat hij nadere afspraken wenst te maken om het contact met [de minderjarige] te onderhouden tijdens de vakantie. Hij wil bijvoorbeeld dat er iedere dag een (video)belmoment is met [de minderjarige]. Bij eerdere vakanties is dit niet goed gegaan, omdat [de minderjarige] dan soms niet beschikbaar was. Hij vindt ook dat hij door de vrouw in een kwaad daglicht wordt gezet. Dit zijn de redenen waarom hij niet vooraf het toestemmingsformulier heeft willen ondertekenen. Maar hij is wel bereid om op de dag van vertrek op het vliegveld een ondertekend formulier mee te geven.

De vrouw heeft verklaard dat voor de man al in december 2025 duidelijk was hoelang de totale reis zou duren. Het is met een kind van 2 jaar oud niet altijd makkelijk – ook gelet op het tijdverschil – om tijdig (video)belmomenten met [de minderjarige] te regelen. Maar zij zal zich daarvoor inspannen. De Voogdijraad ziet geen bezwaren tegen de voorgenomen reis.

3.4.

Het Gerecht acht het in het belang van [de minderjarige] dat zij met haar moeder op vakantie kan en de familie van moederszijde kan bezoeken. Tijdens de mondelinge behandeling is niet gebleken van een gegronde reden voor weigering door de man om toestemming te geven. Het Gerecht stelt wel vast dat het om een ongebruikelijk lange reis gaat en dat begrijpelijk is dat het voor de man moeilijk is dat hij [de minderjarige] lange tijd niet kan zien. Maar de vrouw heeft verklaard zich in te zullen spannen om dagelijkse (video)belmomenten mogelijk te maken. Het Gerecht merkt daarbij op dat, wanneer dergelijke momenten moeilijk te organiseren zijn, ook foto’s en filmpjes van [de minderjarige] en haar belevenissen aan de man kunnen worden gestuurd. Het Gerecht is van oordeel dat het verlenen van toestemming door de man op de dag van vertrek met te veel onzekerheden gepaard gaat. Van de vrouw mag niet worden verlangd dat zij – voorafgaand aan zo’n lange en kostbare reis – tot het laatste moment in spanning moet blijven of de man al dan niet zijn toestemming zal geven.

Daarom zal het Gerecht de vervangende toestemming, om met [de minderjarige] te reizen, aan de vrouw verlenen.

4 De beslissing

Het Gerecht:

4.1.

geeft de vrouw vervangende toestemming om in de periode van 19 augustus 2026 tot en met 4 oktober 2026 met de minderjarige [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2024 te [geboorteplaats], van Bonaire, via Nederland en Singapore, naar Indonesië te reizen en vice versa;

4.2.

bepaalt dat deze beschikking – voor zover nodig – in de plaatst treedt van een door de man ondertekend toestemmingsformulier;

4.3.

verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. R.P.P. Hoekstra, rechter, in het openbaar uitgesproken op 5 augustus 2026 in tegenwoordigheid van de griffier en op 7 augustus 2026 op schrift gesteld.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.