Uitspraak · Civiel recht

Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 24 juni 2026

ECLI:NL:OGEABES:2026:163Zaaknummer BON202500643

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
24 juni 2026
Publicatiedatum
23 juli 2026
Zaaknummer
BON202500643
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verzoek ogv de regeling van artikel 3:200a e.v.. voorschot en oproep.

4 De beslissing

Het gerecht:

4.1.

bepaalt dat verzoekster, desgewenst geassisteerd door een deurwaarder, uiterlijk 30 dagen voor de in de hierna opgenomen aankondiging vermelde rolzittingsdatum de volgende aankondiging zal laten publiceren in de

Staatscourant, het Antilliaans Dagblad en de Èxtra:

4.2.

bepaalt het door verzoekster te betalen voorschot ter dekking van de kosten van de publicatie van de eindbeschikking als bedoeld in art. 3:200f lid 4 BW op USD 750,00, te voldoen binnen twee weken na heden door storting of overboeking op rekeningnummer 403.065.06 ten name van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie, onder vermelding van ‘BON202500643 oude boedel [verzoekster]’;

4.3.

draagt de griffier op om, zodra van verzoekster een bewijs van voldoening van het voorschot en bewijzen van oproeping zijn ontvangen, het OLB bij dienstbrief op te roepen, met bijvoeging van deze beschikking en van het verzoekschrift;

4.4.

houdt iedere verdere beslissing aan tot de in de oproep vermelde rolzitting.

Deze beschikking is gegeven door mr. P.E. de Kort, rechter, en op 24 juni 2026 door de rolrechter getekend en uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 Het verzoek
  3. 3 De beoordeling
  4. 4 De beslissing

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA zittingsplaats Bonaire

Zaaknummer: BON202500643

Beschikking van 24 juni 2026

betreffende het verzoek op grond van artikel 3:200a e.v. van het Burgerlijk Wetboek tot toekenning van de onroerende zaak gelegen te:

[PLAATS] (335 m2)

kadastraal bekend als [kadastale aanduiding], groot 335 m2 (stenen huis en erf) welk perceel volgens de schriftelijke inzage van het Kadaster ten name staat van ‘Eigenaar Onbekend’ met als opmerking ‘Volgens domein in kaart gebrachte gronden staat de naam van [betrokkene 1], overleden; per adres mevrouw [betrokkene 2] […],

op verzoek van:

[verzoekster],

wonende te Bonaire,

hierna: verzoekster,

gemachtigde: mr. A.T.C. Nicolaas,

1 Het verloop van de procedure

Verzoekster heeft op 22 december 2025 ter griffie een verzoekschrift met bijlagen ingediend.

2 Het verzoek

Verzoekster verzoekt (onder meer) om haar als gebruiker in de zin van art. 3:200b lid 3 e.v. BW BES aan te merken en om de eigendom van het perceel aan haar toe te kennen.

3 De beoordeling

Belanghebbenden moeten worden opgeroepen voor de behandeling van het verzoek zoals door de wet voorgeschreven. De kosten van de oproeping moeten door verzoekster worden voorgeschoten. Dat geldt ook voor de kosten van publicatie van de in deze zaak te geven eindbeschikking. Bepaald zal worden dat verzoekster moet zorgdragen voor de oproeping. Beslist zal worden als hierna omschreven.

4 De beslissing

Het gerecht:

4.1.

bepaalt dat verzoekster, desgewenst geassisteerd door een deurwaarder, uiterlijk 30 dagen voor de in de hierna opgenomen aankondiging vermelde rolzittingsdatum de volgende aankondiging zal laten publiceren in de

Staatscourant, het Antilliaans Dagblad en de Èxtra:

4.2.

bepaalt het door verzoekster te betalen voorschot ter dekking van de kosten van de publicatie van de eindbeschikking als bedoeld in art. 3:200f lid 4 BW op USD 750,00, te voldoen binnen twee weken na heden door storting of overboeking op rekeningnummer 403.065.06 ten name van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie, onder vermelding van ‘BON202500643 oude boedel [verzoekster]’;

4.3.

draagt de griffier op om, zodra van verzoekster een bewijs van voldoening van het voorschot en bewijzen van oproeping zijn ontvangen, het OLB bij dienstbrief op te roepen, met bijvoeging van deze beschikking en van het verzoekschrift;

4.4.

houdt iedere verdere beslissing aan tot de in de oproep vermelde rolzitting.

Deze beschikking is gegeven door mr. P.E. de Kort, rechter, en op 24 juni 2026 door de rolrechter getekend en uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.

Wetsartikelen in deze uitspraak

  • Artikel 3:200f BW

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.