Uitspraak · Personen- en familierecht

Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 4 juni 2026

ECLI:NL:OGEABES:2026:132Zaaknummer BON202600178

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
4 juni 2026
Publicatiedatum
13 juli 2026
Zaaknummer
BON202600178
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Kinderalimentatie, nieuwe berekening Voogdijraad.

3 De beslissing

Het gerecht:

3.1.

bepaalt de door de man te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen [minderjarige 1],

geboren op [geboortedatum] 2008 te [geboorteplaats], en [minderjarige 2],

geboren op [geboortedatum] 2015 te [geboorteplaats], met ingang van 1 juli 2026 op totaal $ 395,- per maand, telkens bij vooruitbetaling te voldoen aan de Belastingdienst Caribisch Nederland;

3.2.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. R.P.P. Hoekstra, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 4 juni 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het procesverloop
  2. 2 Het verzoek en de beoordeling
  3. 3 De beslissing

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA

zittingsplaats Bonaire

Registratienummer: BON202600178

Datum beslissing: 4 juni 2026

BESCHIKKING

op het verzoek van

VOOGDIJRAAD CARIBISCH NEDERLAND,

gevestigd te Bonaire,

hierna: de Voogdijraad,

met betrekking tot de minderjarigen:

[minderjarige 1],

geboren op [geboortedatum] 2008 te [geboorteplaats],

hierna: [minderjarige 1],

en

[minderjarige 2],

geboren op [geboortedatum] 2015 te [geboorteplaats],

hierna: [minderjarige 2].

Als belanghebbenden worden aangemerkt:

[de moeder],

wonend op Bonaire,

hierna: de moeder,

en

[de vader],

wonend op Bonaire,

hierna: de vader.

1 Het procesverloop

1.1.

Het verzoekschrift met bijlagen van de Voogdijraad is op 7 april 2026 op de griffie van dit gerecht ingediend.

1.2.

Op 29 april 2026 heeft de Voogdijraad een herberekening ingediend vanwege de dubbeltelling van de woonlasten bij de moeder.

1.3.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 20 mei 2026. De moeder en de vader zijn verschenen. Namens de Voogdijraad zijn mevrouw [medewerker voogdijraad 1] en mevrouw [medewerker voogdijraad 2] verschenen. Mevrouw K.S.D. Thielman is als beëdigd tolk aanwezig geweest.

1.4.

De beschikking is bepaald op vandaag.

2 Het verzoek en de beoordeling

Het verzoek

2.1.

De Voogdijraad verzoekt het vaststellen van een bijdrage van de vader in de kosten van de verzorging en opvoeding van [minderjarige 1] en [minderjarige 2].

2.2.

Op basis van de door partijen ingeleverde inkomensgegevens heeft de Voogdijraad een berekening opgesteld. Uit deze berekening volgt dat een bedrag van $ 395,- per maand, door de vader aan de moeder te betalen, als redelijk en in overeenstemming met de behoefte en draagkracht kan worden beschouwd.

2.3.

Beide ouders zijn niet akkoord met de hoogte van het bedrag.

De beoordeling

2.4.

Het gerecht is van oordeel dat beide ouders naar draagkracht moeten bijdragen aan de kosten voor verzorging en opvoeding van [minderjarige 1] en [minderjarige 2].

2.5.

Bij de berekening van het bedrag dat door de vader aan de moeder moet worden betaald voor de kosten van de verzorging en opvoeding van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] is er rekening mee gehouden dat zij één dag per week bij de vader verblijven. Om die reden is een korting op de kinderalimentatie toegepast van 15%. De Voogdijraad verklaart dat de zorgkorting van 15% op de kinderalimentatie is gebaseerd op de tussen de vader en de moeder overeengekomen omgangsregeling.

2.6.

De moeder voerde tijdens de mondelinge behandeling aan dat het bedrag niet gewijzigd zou moeten worden van $ 473,- naar de door de Voogdijraad verzochte $ 395,-. De kosten van het levensonderhoud zoals kleding en boodschappen van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn immers niet verminderd, maar zelfs meer geworden. Daarnaast zou de korting van 15% niet moeten worden toegepast omdat de omgangsregeling niet wordt nagekomen door de vader. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zouden minder bij de vader verblijven dan is overeengekomen in de omgangsregeling.

2.6.

De vader voerde tijdens de mondelinge behandeling aan dat zijn financiële situatie is veranderd en dat er sprake is van een nieuwe arbeidsovereenkomst. Daarbij is er tijdens de mondelinge behandeling een salarisstrook overgelegd die het inkomen bevestigt waar de Voogdijraad vanuit is gegaan. De vader voert aan dat het verblijf van [minderjarige 2] bij hem thuis afhankelijk is van zijn werkzaamheden, maar dat hij gemiddeld één dag per week bij hem verblijft. De omstandigheid dat [minderjarige 1] bijna meerderjarig is en inmiddels een overwegend zelfstandig leven leidt, maakt dat het verblijf bij de vader van één dag per week in de praktijk minder rigide wordt ingevuld.

2.7.

Het gerecht volgt de berekening van de Voogdijraad. Uit de overgelegde stukken blijkt dat de financiële situatie van de vader is gewijzigd door een nieuwe arbeidsovereenkomst met een gewijzigd salaris. De moeder stelt terecht dat de behoefte van de kinderen niet minder is geworden, maar de hoogte van de kinderalimentatie wordt – behalve door die behoefte – ook bepaald door de draagkracht van de vader. Die is met zijn gewijzigde salaris verminderd en dat rechtvaardigt een vermindering van het door hem te betalen bedrag. De zorgkorting van 15% is gebaseerd op de overeengekomen omgangsregeling. De omstandigheid dat deze regeling thans niet (volledig) wordt nagekomen, maakt op dit moment niet dat deze korting moet worden herzien of achterwege moet worden gelaten.

2.8.

Het gerecht zal de kinderalimentatie daarom overeenkomstig het verzoek vaststellen. De datum waarop het gewijzigde bedrag aan kinderalimentatie ingaat zal worden bepaald op de eerste van de maand volgend na de datum van deze beschikking, dus op 1 juli 2026.

3 De beslissing

Het gerecht:

3.1.

bepaalt de door de man te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen [minderjarige 1],

geboren op [geboortedatum] 2008 te [geboorteplaats], en [minderjarige 2],

geboren op [geboortedatum] 2015 te [geboorteplaats], met ingang van 1 juli 2026 op totaal $ 395,- per maand, telkens bij vooruitbetaling te voldoen aan de Belastingdienst Caribisch Nederland;

3.2.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. R.P.P. Hoekstra, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 4 juni 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.