Uitspraak · Civiel recht

Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 28 januari 2026

ECLI:NL:OGEABES:2026:13Zaaknummer BON202400591

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
28 januari 2026
Publicatiedatum
13 april 2026
Zaaknummer
BON202400591
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verdeling huwelijksgoederengemeenschap. Vervolg op eerdere partiele verdeling. Partijen hebben onvoldoende informatie gegeven voor verdere verdeling. Verwijzing naar parkeerrol.

3 De beslissing

Het gerecht,

3.1.

verwijst de zaak naar de parkeerrol van 24 juni 2026 te 09.00 uur;

3.2.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.P.P. Hoekstra, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 28 januari 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De verdere beoordeling
  3. 3 De beslissing

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA

zittingsplaats Bonaire

Registratienummer: BON202400591

Datum uitspraak: 28 januari 2026

VONNIS

in de zaak van

[eiser]

wonend te Bonaire,

eiser,

gemachtigde: mr. A.T.C. Nicolaas,

tegen

[gedaagde]

wonend te Bonaire,

gedaagde,

gemachtigde: mr. M.M.A. van Lieshout.

Partijen zullen hierna ook [eiser] en [gedaagde] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het procesverloop blijkt uit:

  • het (tussen)vonnis d.d. 9 juli 2025;
  • de aktes van partijen d.d 17 december 2025.
1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald op heden.

2 De verdere beoordeling

2.1.

Bij het tussenvonnis is de huwelijksgoederengemeenschap al gedeeltelijk verdeeld, waarbij onder meer is bepaald dat de woning zou worden verkocht tegen een koopprijs van minimaal USD 430.000,00, waarna de opbrengst gelijkelijk onder partijen moest worden veroordeeld. Ook werd het huurrecht van een kunuku aan [gedaagde] toegedeeld, waarbij [gedaagde] aan [eiser] de helft van de nog door partijen te bepalen waarde moest voldoen. Partijen zouden verder met elkaar in overleg treden over de verdeling van eventuele andere onderdelen van de huwelijksgoederengemeenschap. Als zij het daarover niet eens zouden worden, dienden zij bij akte een onderbouwd voorstel voor die verdeling te doen.

2.2.

Uit de door partijen toegezonden aktes volgt dat zij het niet eens zijn geworden over een verdeling. Ook blijkt dat de woning nog niet is verkocht.

2.3. [

gedaagde] heeft in haar akte geen voorstel gedaan voor een verdeling. [eiser] heeft in zijn akte wel een aantal posten benoemd die zouden moeten worden verdeeld.

2.4.

Het gerecht stelt vast dat het op basis van de informatie van partijen niet tot een verdere verdeling kan komen. De woning is nog niet verkocht, dus de verkoopopbrengst is nog niet bekend. Partijen hebben zich niet uitgelaten over de waarde van het huurrecht van de kunuku. Onduidelijk is nog hoe partijen de containers willen verdelen. Informatie over banktegoeden en schulden ontbreekt. [eiser] voert in zijn akte ineens een aantal roerende zaken op waarover nog niet eerder is gesproken; onduidelijk is of deze tot de gemeenschap behoorden (of eigendom waren van de vennootschap) en onduidelijk is wat er mee is gebeurd of hoe ze verdeeld zouden moeten worden.

2.5.

Gelet hierop zal het gerecht de zaak verwijzen naar de parkeerrol van 24 juni 2026. Ieder der partijen kan, zodra de woning verkocht is en zij wel in staat zijn een concreet en onderbouwd voorstel tot verdeling te doen, de zaak weer op de rol aanbrengen.

2.6.

Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

3 De beslissing

Het gerecht,

3.1.

verwijst de zaak naar de parkeerrol van 24 juni 2026 te 09.00 uur;

3.2.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.P.P. Hoekstra, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 28 januari 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.