Uitspraak · Civiel recht
Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 8 april 2026
ECLI:NL:OGEABES:2026:111Zaaknummer BON202600077
- Instantie
- Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Datum uitspraak
- 8 april 2026
- Publicatiedatum
- 3 juli 2026
- Zaaknummer
- BON202600077
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Small claims procedure. Verstek. Huurachterstand. Gebruiksvergoeding.
3 De beslissing
Het gerecht:
beveelt de schuldenaar tot betaling aan de schuldeiser van een bedrag van USD 960,50;
verwijst de schuldenaar in de proceskosten, aan de zijde van de schuldeiser begroot op USD 28,00;
verklaart dit bevel tot betaling uitvoerbaar bij voorraad.
Uitgevaardigd door mr. R.P.P. Hoekstra, rechter, en op 8 april 2026 in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
Tegen dit bevel tot betaling staat verzet open bij het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, locatie Bonaire. De verzettermijn is twee weken (artikel 84 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES).
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
zittingsplaats Bonaire
Registratienummer: BON202600077
Bevel tot betaling van 8 april 2026
inzake
[de schuldeiser],
wonend op Bonaire,
hierna: de schuldeiser,
procederend in persoon,
tegen
[de schuldenaar],
wonend op Bonaire,
hierna: de schuldenaar,
niet verschenen.
1 Het procesverloop
Het ‘small claim’ verzoekschrift met producties is op 20 februari 2026 op de griffie van dit Gerecht ingediend.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 16 maart 2026. De schuldeiser is verschenen. De schuldenaar is niet op de mondelinge behandeling verschenen.
Om te controleren of de schuldenaar rechtsgeldig is opgeroepen voor de mondelinge behandeling, is de schuldeiser aan het einde van de mondelinge behandeling opgedragen om een recent uittreksel uit basisadministratie van het Openbaar Lichaam Bonaire te overleggen. Dat heeft de schuldeiser gedaan. Daaruit blijkt dat de schuldenaar voor de mondelinge behandeling is opgeroepen op het adres waar zij ingeschreven staat.
Daarna is bepaald dat vandaag uitspraak zal worden gedaan.
2 De beoordeling
De schuldeiser vordert betaling van een bedrag van USD 541,80 in verband met een huurachterstand en een gebruiksvergoeding van de woning en USD 418,70 aan kosten van de deurwaarder.
Als onweersproken is het volgende vast komen te staan. De schuldenaar heeft een woning gehuurd van de schuldeiser. Er is een huurachterstand ontstaan. De huurovereenkomst voor bepaalde tijd eindigde op 30 september 2025, maar de schuldenaar heeft de woning pas op 7 november 2025 verlaten. De schuldeiser heeft de betaalde borgsom verrekend met de verschuldigde huurachterstand en met een gebruiksvergoeding voor de dagen dat de schuldenaar in de woning is verbleven nadat de huurovereenkomst is geëindigd. Na verrekening resteert een bedrag van USD 541,80. Bovendien heeft de schuldeiser kosten gemaakt aan een deurwaarder ten behoeve van de ontruiming van de schuldenaar uit de woning.
De vordering tot betaling van de huurachterstand komt het Gerecht niet onrechtmatig of ongegrond voor. De kosten van de deurwaarder zullen ook worden toegewezen. De schuldeiser heeft een deurwaarder ingeschakeld, omdat de schuldenaar de woning aan het einde van de huurperiode niet vrijwillig heeft verlaten. Dat had de schuldenaar wel moeten doen. Bovendien zijn de voorgeschreven formaliteiten in acht genomen. Het bevel tot betaling zal gegeven worden voor een bedrag van USD 541,80 + USD 418,70 = USD 960,50.
De schuldenaar zal, als de in het ongelijk gestelde partij, in de proceskosten worden verwezen. De proceskosten aan de zijde van de schuldeiser worden begroot op USD 28,00 aan griffierecht.
Het bevel wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat de schuldeiser dat verzoekt. Dit betekent dat de beslissingen in deze uitspraak moeten worden gevolgd, ook als door de schuldenaar verzet wordt ingesteld tegen dit bevel. De beslissingen in dit bevel gelden dan tot de rechter in de verzetprocedure een andere beslissing heeft genomen.
3 De beslissing
Het gerecht:
beveelt de schuldenaar tot betaling aan de schuldeiser van een bedrag van USD 960,50;
verwijst de schuldenaar in de proceskosten, aan de zijde van de schuldeiser begroot op USD 28,00;
verklaart dit bevel tot betaling uitvoerbaar bij voorraad.
Uitgevaardigd door mr. R.P.P. Hoekstra, rechter, en op 8 april 2026 in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
Tegen dit bevel tot betaling staat verzet open bij het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, locatie Bonaire. De verzettermijn is twee weken (artikel 84 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES).
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.