Uitspraak · Civiel recht

Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 25 mei 2026

ECLI:NL:OGEABES:2026:103Zaaknummer BON202600163

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
25 mei 2026
Publicatiedatum
3 juli 2026
Zaaknummer
BON202600163
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Kort geding. Op basis van een koopovereenkomst vloeit het recht voort om koper het ongestoorde gebruik van een stuk grond te verlenen. Het kettingslot dat door verkoper is aangebracht moet worden verwijderd.

4 De beslissing

Het Gerecht, rechtdoende in kort geding:

4.1.

veroordeelt [gedaagde] om binnen 24 uur na betekening van dit vonnis het kettingslot van de toegangspoort van het perceel [adres] te verwijderen en [eiser] de onbelemmerde toegang tot het hiervoor bedoelde perceel te verlenen;

4.2.

veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] een dwangsom te betalen van USD 250,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij niet aan de in rechtsoverweging 4.1 uitgesproken veroordeling voldoet, tot een maximum van USD 50.000,00 is bereikt;

4.3.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van USD 1.109,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met USD 84,00 als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;

4.4.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Wetboek BES over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald;

4.5.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

4.6.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.L. Wattel, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 25 mei 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het procesverloop
  2. 2 De kern van het geschil
  3. 3 De beoordeling
  4. 4 De beslissing

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA

zittingsplaats Bonaire

registratienummer: BON202600163

datum beslissing: 25 mei 2026

VONNIS IN KORT GEDING

in de zaak van:

[eiser],

wonend op Bonaire,

eisende partij,

hierna: [eiser],

gemachtigde: mr. E.J. Winkel,

tegen

[gedaagde],

wonend op Bonaire,

gedaagde partij,

hierna: [gedaagde],

procederend in persoon.

1 Het procesverloop

1.1.

Het verzoekschrift met bijlagen is op 31 maart 2026 op de griffie van dit Gerecht ingediend.

1.2.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 11 mei 2026. [eiser] is verschenen, bijgestaan door mr. Winkel. [gedaagde] is ook verschenen.

1.3.

Ten slotte is bepaald dat vandaag uitspraak zal worden gedaan.

2 De kern van het geschil

2.1.

Partijen hebben een koopovereenkomst gesloten. [eiser] vindt dat zij op basis van die koopovereenkomst de onbelemmerde toegang moet hebben tot een stuk grond. [gedaagde] heeft het stuk grond afgesloten met een kettingslot. [eiser] vordert – kort gezegd – dat [gedaagde] wordt veroordeeld om het kettingslot te verwijderen en om [eiser] de onbelemmerde toegang tot het stuk grond te verlenen. Dat wordt toegewezen.

3 De beoordeling

Achtergrond van het geschil

3.1.

Op 26 mei 2026 hebben partijen een document met de titel “Koopovereenkomst” getekend (hierna: de koopovereenkomst). In de koopovereenkomst staat dat een terrein aan [adres] met een oppervlakte van ongeveer 600 m² (hierna: het stuk grond) door [gedaagde] wordt verkocht aan [eiser]. De koopprijs bedraagt USD 28.000,00. De koopsom is in gedeelten (het laatste deel bij het ondertekenen van de koopovereenkomst) aan [gedaagde] voldaan.

3.2.

Het stuk grond is onderdeel van een perceel dat geregistreerd staat als huurgrond. [gedaagde] heeft naar haar zeggen bij het Openbaar Lichaam Bonaire een verzoek tot omzetting van de huurgrond naar erfpacht ingediend. In artikel 4 van de koopovereenkomst staat onder meer dat de verkoper de koper op de hoogte zal houden van de voortgang van het erfpachtproces. In artikel 5 van de koopovereenkomst staat vervolgens:

“Na ondertekening van deze overeenkomst krijgt de Koper het recht om te doen en te laten wat hij wenst met het terrein, met uitzondering van handelingen die in strijd zijn met de wet of de openbare orde. (…)”

3.3.

Op de mondelinge behandeling is duidelijk geworden dat de huurgrond op naam staat van de vader van [gedaagde]. De vader van [gedaagde] is ongeveer zes jaar geleden overleden. De vader van [gedaagde] had naast [gedaagde] nog een dochter en een zoon.

[eiser] heeft een spoedeisend belang bij haar vorderingen

3.4.

In een kortgedingprocedure wordt gevraagd om een spoedmaatregel te nemen. De wet gaat ervan uit dat na de kortgedingprocedure een gewone rechtszaak zal komen, dit heet een ‘bodemprocedure’. Deze kortgedingprocedure loopt op die bodemprocedure vooruit. De rechter in kort geding moet inschatten of de bodemrechter de vordering waarschijnlijk zal toewijzen. Tegen deze achtergrond moet het Gerecht eerst ambtshalve (dus ook als daartegen geen verweer is gevoerd) beoordelen of [eiser] een spoedeisend belang heeft bij haar vorderingen.

3.5. [

eiser] stelt dat zij aanzienlijke investeringen heeft gedaan op het stuk grond: zij heeft een fundering gelegd en een beerput geplaatst en is bezig met de bouw van een containerwoning op het stuk grond. In de container bevinden zich haar volledige inboedel en bouwmaterialen. Verder heeft zij op het stuk grond palmbomen geplant die water nodig hebben. Door het kettingslot heeft [eiser] geen toegang tot het stuk grond en kan zij haar palmbomen geen water geven. Ook heeft zij geen beschikking over haar inboedel en kunnen de bouwwerkzaamheden niet worden voortgezet. Gelet daarop heeft [eiser] er belang bij dat het kettingslot snel wordt verwijderd zodat zij weer toegang krijgt tot het stuk grond. Daarmee is een spoedeisend belang bij haar vorderingen aanwezig.

[gedaagde] moet [eiser] onbelemmerde toegang geven tot het stuk grond

3.6. [

eiser] stelt dat uit de koopovereenkomst een verbintenis voortvloeit om haar het ongestoorde gebruik van het stuk grond te verlenen. Volgens [eiser] wordt zij door het aanbrengen van het kettingslot door [gedaagde] in het ongestoorde gebruik belemmerd.

3.7. [

gedaagde] heeft niet betwist dat zij bij de koopovereenkomst aan [eiser] het recht op het ongestoorde gebruik van het stuk grond heeft verleend en dat zij door het plaatsen van het kettingslot [eiser] belemmert in dat gebruik. [gedaagde] voert echter aan dat zij problemen krijgt met haar broer en zus als zij [eiser] het ongestoorde gebruik van het stuk grond verleent. De broer en zus van [gedaagde] willen het stuk grond namelijk ook gebruiken, aldus [gedaagde].

3.8.

Omdat [gedaagde] niet heeft betwist dat zij aan [eiser] het recht op het ongestoorde gebruik van het stuk grond heeft verleend, ligt de vordering van [eiser] voor toewijzing gereed. Zij schiet tekort in haar verplichting uit de koopovereenkomst door [eiser] de toegang tot het stuk grond te belemmeren. Dat [gedaagde] mogelijk problemen krijgt met haar broer en zus als zij [eiser] het stuk grond laat gebruiken, kan niet aan [eiser] worden tegengeworpen.

3.9. [

gedaagde] wordt veroordeeld om binnen 24 uur na betekening van dit vonnis het kettingslot te verwijderen en [eiser] de onbelemmerde toegang tot het stuk grond te verlenen. Aan deze veroordeling zal een dwangsom worden verbonden. Als [gedaagde] zich niet aan deze veroordeling houdt, zal zij een dwangsom aan [eiser] moeten betalen van USD 500,00 per dag of gedeelte daarvan tot een maximum van USD 50.000,00 is bereikt.

3.10. [

eiser] heeft ook gevorderd om [gedaagde] te verbieden om haar de toegang tot het stuk grond te belemmeren of verhinderen op straffe van een dwangsom. Die vordering wordt afgewezen. Niet gesteld of gebleken is welk afzonderlijk belang [eiser] heeft bij deze vordering. Deze vordering heeft dezelfde strekking als de vordering van [eiser] die onder rechtsoverweging 3.9 wordt toegewezen.

[gedaagde] moet proceskosten betalen

3.11. [

gedaagde] zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De proceskosten van [eiser] worden begroot op USD 159,00 aan betekeningskosten van het verzoekschrift, USD 251,00 aan griffierecht, USD 559,00 aan salaris gemachtigde (liquidatietarief voor eenvoudig kort geding) en USD 140,00 aan nakosten (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing).

3.12.

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

De beslissing wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard

3.13.

De beslissingen in dit vonnis worden uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [eiser] dit eist en [gedaagde] daartegen geen verweer heeft gevoerd. Een beslissing in kort geding strekt op grond van de wet en naar haar aard tot het verkrijgen van een voorziening bij voorraad. Dit betekent dat de beslissingen in deze uitspraak moeten worden gevolgd, ook als [gedaagde] in hoger beroep gaat. De beslissingen in deze uitspraak gelden in dat geval tot door de rechter in hoger beroep een andere beslissing genomen wordt.

4 De beslissing

Het Gerecht, rechtdoende in kort geding:

4.1.

veroordeelt [gedaagde] om binnen 24 uur na betekening van dit vonnis het kettingslot van de toegangspoort van het perceel [adres] te verwijderen en [eiser] de onbelemmerde toegang tot het hiervoor bedoelde perceel te verlenen;

4.2.

veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] een dwangsom te betalen van USD 250,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij niet aan de in rechtsoverweging 4.1 uitgesproken veroordeling voldoet, tot een maximum van USD 50.000,00 is bereikt;

4.3.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van USD 1.109,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met USD 84,00 als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;

4.4.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Wetboek BES over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald;

4.5.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

4.6.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.L. Wattel, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 25 mei 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.