Uitspraak · Civiel recht

Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 27 augustus 2025

ECLI:NL:OGEABES:2025:208Zaaknummer BON202500016

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
27 augustus 2025
Publicatiedatum
11 september 2026
Zaaknummer
BON202500016
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Terugbetaling lening, afgesloten tussen 2 BV’s. Geen grondslag voor terugvordering van die lening door bestuurder ene BV van bestuurder andere BV. Volgt niet-ontvankelijkheid.

5 De beslissing

Het gerecht,

5.1.

verklaart [executeur] niet ontvankelijk in zijn vorderingen;

5.2.

veroordeelt [executeur] in de kosten van deze procedure, tot op heden aan de zijde van [gedaagde] begroot op USD 2.234,00;

5.3.

verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.P.P. Hoekstra, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 27 augustus 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De feiten
  3. 3 De vordering en het verweer
  4. 4 De beoordeling
  5. 5 De beslissing

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA

zittingsplaats Bonaire

Registratienummer: BON202500016

Datum uitspraak: 27 augustus 2025

VONNIS

in de zaak van

[executeur] in hoedanigheid van executeur-testamentair van [persoon],

wonend te Bonaire,

eiser,

gemachtigde: mr A.C.A. Gonzales,

tegen

[gedaagde],

wonend te Bonaire,

gedaagde,

gemachtigde: mr S.L. Navia

Partijen zullen hierna ook [executeur] en [gedaagde] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het procesverloop blijkt uit:

  • het verzoekschrift d.d. 8 januari 2025
  • de conclusie van antwoord
  • de nadere producties van [executeur]
  • de mondelinge behandeling d.d. 2 juni 2025 en de daarbij door partijen overgelegde schriftelijke aantekeningen
  • de mailberichten van partijen d.d. 9 juli 2025, waarin zij vonnis vragen.
1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald op heden.

2 De feiten

2.1.

Tussen [B.V. van gedaagde] en Kaya Amsterdam Building B.V. is op 15 juli 2022 een geldleningsovereenkomst gesloten, waarbij eerstgenoemde een bedrag van USD 190.000,00 heeft geleend van laatstgenoemde.

2.2. [

gedaagde] is bestuurder van [B.V. van gedaagde] De heer [persoon] was ten tijde van het aangaan van de geldleningsovereenkomst bestuurder van Kaya Amsterdam Building B.V. De heer [persoon] is op [datum] 2024 overleden. [executeur] treedt op als zijn executeur-testamentair.

3 De vordering en het verweer

3.1. [

executeur] vordert – kort gezegd – veroordeling van [gedaagde] tot betaling van USD 109.347,74, te vermeerderen met rente, incassokosten en proceskosten.

3.2.

Hij voert daartoe aan dat ondanks sommaties de geldlening niet volledig is terugbetaald.

3.3. [

gedaagde] voert verweer.

3.4.

Op de stellingen en verweren van partijen zal hierna, voor zover van belang, nader worden ingegaan.

4 De beoordeling

4.1. [

gedaagde] heeft aangevoerd dat [executeur] – om meerdere redenen – niet ontvankelijk is in zijn vordering. Dit verweer slaagt om de volgende reden.

4.2. [

executeur] baseert zijn vordering op de door hem als nadere productie in het geding gebrachte geldleningsovereenkomst. Wat er verder ook van moge zijn, het gaat hier om een overeenkomst tussen twee rechtspersonen, te weten [B.V. van gedaagde] en Kaya Amsterdam Building B.V. Niet valt in te zien op welke grond [gedaagde] in persoon kan worden aangesproken op de nakoming van eventuele verplichtingen uit die overeenkomst. En evenmin staat vast dat [executeur] als executeur-testamentair van de heer [persoon] ook in rechte mag optreden namens Kaya Amsterdam Building B.V.

4.3.

Bovengenoemde punten zijn ook besproken tijdens de mondelinge behandeling. [executeur] heeft daar onvoldoende kunnen aangeven en onderbouwen waarom hij wél ontvangen zou kunnen worden in zijn vordering. Het enkele feit dat [gedaagde] als bestuurder namens [B.V. van gedaagde] is opgetreden, is onvoldoende om hem in persoon aan te spreken. En op grond waarvan [executeur] kan optreden namens Kaya Amsterdam Building B.V. als schuldeiser, is door hem ook niet uitgelegd.

4.4.

Gelet op het voorgaande zal [executeur] niet ontvankelijk worden verklaard in zijn vorderingen. Hij zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van de procedure worden veroordeeld. Deze worden aan de zijde van gedaagden begroot op (2x USD 1.117 =) USD 2.234,00 aan salaris gemachtigde.

4.5.

Ten overvloede wordt overwogen dat het – in het kader van de afwikkeling van de geldleningsovereenkomst – mogelijk is dat [B.V. van gedaagde] nog geldbedragen verschuldigd is aan de erven van de heer [persoon]. Maar dat zal dan óf in onderling overleg óf in een andere procedure moeten worden uitgemaakt.

5 De beslissing

Het gerecht,

5.1.

verklaart [executeur] niet ontvankelijk in zijn vorderingen;

5.2.

veroordeelt [executeur] in de kosten van deze procedure, tot op heden aan de zijde van [gedaagde] begroot op USD 2.234,00;

5.3.

verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.P.P. Hoekstra, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 27 augustus 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.