Uitspraak · Civiel recht
Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 20 december 2023
ECLI:NL:OGEABES:2023:57Zaaknummer BON202300512
- Instantie
- Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Datum uitspraak
- 20 december 2023
- Publicatiedatum
- 20 juni 2024
- Zaaknummer
- BON202300512
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Tussenbeschikking kinderalimentatie, reden halvering woonlast
4 De beslissing
Het gerecht:
verzoekt de Voogdijraad om zich tijdens de rolzitting van 10 januari 2024 om 13.45 uur bij akte uit te laten over de reden voor de halvering van de woonlast aan
de zijde van de vader in zijn berekening,
verzoekt de vader om zich tijdens de rolzitting van 10 januari 2024 om 13.45 uur, zo mogelijk bij akte (dus schriftelijk), uit te laten over zijn woonsituatie,
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.R. Veerman, rechter, en op 20 december 2023 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA zittingsplaats Bonaire
Registratienummer: BON202300512
Datum uitspraak: 20 december 2023
BESCHIKKING
op verzoek van:
VOOGDIJRAAD CARIBISCH NEDERLAND,
gevestigd te Bonaire,
hierna: de Voogdrijraad,
met betrekking tot de minderjarigen:
[KIND 1],
geboren op [geboortedatum] 2012 te Bonaire,
hierna ook: [kind 1],
en
[KIND 2],
geboren op [geboortedatum] 2015 te Bonaire,
hierna ook: [kind 2].
Als belanghebbenden worden aangemerkt:
[DE VADER],
wonende te Bonaire,
hierna: de vader,
en
[DE MOEDER],
wonende te Bonaire,
hierna: de moeder.
1 Het procesverloop
Het verzoekschrift met bijlagen is ter griffie ingekomen op 1 november 2023.
De mondelinge behandeling heeft op 16 november 2023 plaatsgevonden. Daarbij zijn de heer J. Ramirez en mevrouw E. Valentijn namens de Voogdijraad verschenen. Ook de vader en de moeder zijn verschenen.
De beschikking is bepaald op vandaag.
2 De feiten
De vader en de moeder hebben een relatie gehad en zijn de ouders van [kind 1] en [kind 2]. [kind 1] en [kind 2] wonen bij de moeder.
3 Het verzoek en de beoordeling
Het verzoek strekt tot het vaststellen van een bijdrage van de vader in de kosten van verzorging en opvoeding van [kind 1] en [kind 2] van in totaal
USD 495,00 per maand.
De moeder is akkoord met dit bedrag.
De vader vindt dit bedrag te hoog. Volgens hem heeft de Voogdijraad geen rekening gehouden met zijn woonlasten, zijn kosten voor water en elektriciteit en een schuld.
Het gerecht overweegt als volgt. De wettelijke maatstaven voor het bepalen van kinderalimentatie zijn enerzijds de behoefte van de onderhoudsgerechtigden (wat [kind 1] en [kind 2] nodig hebben) en anderzijds de draagkracht van de onderhoudsplichtigen (wat de vader en de moeder kunnen betalen). Zowel de behoefte als de draagkracht begrenzen de hoogte van de kinderalimentatie (tenzij partijen een hoger bedrag afspreken). De Voogdijraad heeft uitgerekend dat een bedrag van USD 495,00 voor [kind 1] en [kind 2] samen op dit moment in overeenstemming is met de wettelijke maatstaven, dus met wat zij nodig hebben en met wat de ouders kunnen betalen. De Voogdijraad houdt daarbij rekening met vaste bedragen voor woonlasten en kosten van levensonderhoud (waaronder de kosten voor water en elektriciteit vallen). Dat mag op zichzelf en komt de voorspelbaarheid en de rechtszekerheid ten goede. Bovendien voorkomt dit systeem dat elke wijziging in de woonsituatie aanleiding geeft tot wijziging van de kinderalimentatie. Verder wordt in beginsel geen rekening gehouden met schulden. In uitzonderingssituaties kan van het bovenstaande worden afgeweken. Het gerecht ziet hiervoor in dit geval geen aanleiding. Wat wel opvalt in de berekening van de Voogdijraad is dat er voor de vader rekening is gehouden met de helft van de vaste woonlast (20% van zijn netto-inkomen in plaats van 40%). Een reden daarvoor zou kunnen zijn dat de vader samenwoont met een partner die geacht wordt de andere helft van de woonlast te dragen, maar dat blijkt niet uit het verzoekschrift. De Voogdijraad zal worden verzocht om zich uit te laten over de reden voor de halvering van de woonlast en de vader om zich uit te laten over zijn woonsituatie.
4 De beslissing
Het gerecht:
verzoekt de Voogdijraad om zich tijdens de rolzitting van 10 januari 2024 om 13.45 uur bij akte uit te laten over de reden voor de halvering van de woonlast aan
de zijde van de vader in zijn berekening,
verzoekt de vader om zich tijdens de rolzitting van 10 januari 2024 om 13.45 uur, zo mogelijk bij akte (dus schriftelijk), uit te laten over zijn woonsituatie,
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.R. Veerman, rechter, en op 20 december 2023 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.