Uitspraak · Bestuursrecht
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, 22 juli 2026
ECLI:NL:OGEAA:2026:207Zaaknummer AUA202600187
- Instantie
- Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Datum uitspraak
- 22 juli 2026
- Publicatiedatum
- 24 augustus 2026
- Zaaknummer
- AUA202600187
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
doorhaling vals huwelijk - beroep ongegrond
DE BESLISSING
De rechter in dit gerecht:
- verklaart het beroep ongegrond.
Deze beslissing is gegeven door mr. W.C.E. Winfield, rechter in dit gerecht, in samenwerking met M.R. de Cuba, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 22 juli 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.
Informatie over hoger beroep
Tegen deze uitspraak kunnen alle partijen hoger beroep instellen bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie.
Het hoger beroepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dagtekening van deze uitspraak.
Het hoger beroep moet worden ingediend bij het gerecht dat de uitspraak heeft gedaan.
De indiener van het hoger beroep moet in ieder geval:
- het hoger beroepschrift indienen in tweevoud;
- een afschrift van deze uitspraak bijvoegen;
- vermelden waarom hij het niet eens is met de uitspraak (hoger beroepsgronden).
Partijen kunnen gebruik maken van de mogelijkheid om binnen de gegeven hoger beroepstermijn te volstaan met een pro-forma hoger beroepschrift. Dit betekent dat de hoger beroepsgronden op een later moment worden ingediend.
Voor het instellen van het hoger beroep is griffierecht verschuldigd.
Bijlage - Wettelijke regels
Landsverordening op het aanleggen en bijhouden van het bevolkingsregister
Artikel 1
De voorschriften omtrent het aanleggen, inrichten en bijhouden van bevolkingsregisters en het doen der daartoe vereiste opgaven aan hen, die met het aanhouden der bevolkingsregisters zijn belast, worden bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen vastgesteld.
Landsbesluit bevolkingsregister
Artikel 1
1. Er is een Bureau Burgerlijke Stand en Bevolkingsregister.
2. Aan het hoofd daarvan staat een bij landsbesluit aan te wijzen ambtenaar.
3. Het hoofd van het Bureau Burgerlijke Stand en Bevolkingsregister is belast met de inrichting, het doorlopend onderzoek van en het geregeld toezicht op het bevolkingsregister en met het toezicht op de juiste naleving der op het bevolkingsregister betrekking hebbende voorschriften.
Artikel 35
1. Het bevolkingsregister en wat daarbij behoort berusten onder het hoofd van het Bureau Burgerlijke Stand en Bevolkingsregister.
2. Het hoofd van het Bureau Burgerlijke Stand en Bevolkingsregister is belast met de zorg voor het nauwkeurig bijhouden van een en ander en de ambtenaar van de burgerlijke stand verstrekt op verlangen van het hoofd hem daartoe de nodige gegevens.
Volledige tekst
Uitspraak van 22 juli 2026
LAR nr. AUA202600187
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
UITSPRAAK
op het beroep in de zin van de
Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van:
1. [Appellante 1]
2. [Appellante 2],
wonend in Aruba,
APPELLANTEN,
gemachtigde: de advocaat mr. J.J.C. Odor,
gericht tegen:
HOOFD BUREAU BURGERLIJKE STAND EN BEVOLKINGSREGISTER,
zetelend in Aruba,
VERWEERDER,
gemachtigde: mr. A.M. Els (DBSB).
Inleiding
In deze uitspraak beoordeelt het gerecht het beroep van appellanten tegen de doorhaling van hun huwelijk. Bij beschikking van 3 juli 2025 heeft verweerder besloten om het door appellanten op 19 februari 2019 ingeschreven huwelijk in het bevolkingsregister van Aruba, door te halen. Hiertegen hebben appellanten op 22 augustus 2025 bezwaar gemaakt.
Met de beslissing van 15 januari 2026 heeft verweerder het bezwaar van appellanten ongegrond verklaard.
Appellanten hebben hiertegen beroep ingesteld. Verweerder heeft op 13 mei de op de zaak betrekking hebbende stukken ingediend.
Het gerecht heeft het beroep 27 mei 2026 ter zitting behandeld. Appellanten zijn in persoon verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde.
De uitspraak is bepaald op vandaag.
Beoordeling door het gerecht
Het gerecht beoordeelt de doorhaling het huwelijk aan de hand van de argumenten die appellanten daartegen hebben aangevoerd. Het gerecht komt tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Verweerder heeft het huwelijk terecht doorgehaald. Hierna legt het gerecht uit hoe het tot dit oordeel is gekomen.
De voor de beoordeling van het beroep belangrijke wettelijke regels zijn te vinden in de bijlage van deze uitspraak.
Wat is relevant op te weten?
Appellant sub 1, geboren op [geboortedatum] 1969 in [geboorteplaats 1] en appellante sub 2, geboren op [geboortedatum] 1978 in [geboorteplaats 2] hebben op 19 februari 2019 hun huwelijk laten inschrijven in het bevolkingsregister van Aruba. Dit huwelijk zou op 11 december 2017 in Colombia zijn voltrokken.
Bij beschikking van 3 juli 2025 heeft verweerder besloten om het huwelijk door te halen. In de beschikking staat onder meer:
“(…)
Naar aanleiding van een lopend administratief onderzoek is door de Dienst Burgerlijke Stand en Bevolkingsregister (DBSB) nader onderzoek verricht naar dit huwelijk. Daarbij is vast komen te staan dat de door u overgelegde registro de matrimonio vals is, zodat niet is voldaan aan de hiervoor onder a) en b) vermelde voorwaarden voor erkenning van het huwelijk in Aruba. Het huwelijk is dus niet rechtsgeldig tot stand gekomen naar Colombiaans recht.
Gezien het vorengaande, is het huwelijk ten onrechte ingeschreven in het bevolkingsregister en is het om die reden op grond van het bepaalde in artikel 1, derde lid jo. Artikel 35, tweede lid van het Landsbesluit Bevolkingsregister in het bevolkingsregister doorgehaald.
(…)”.
Hiertegen hebben appellanten op 22 augustus 2025 bezwaar gemaakt.
Bij bestreden beslissing op bezwaar van 15 januari 2026 heeft verweerder het bezwaar ongegrond verklaard. In de bestreden beslissing staat onder meer:
“(…)
Nu u in Quindio in het huwelijk zou zijn getreden en Quindio niet bekend staat als zijnde een gemeente in Colombia maar als departement bestaande uit meerdere gemeenten, is besloten om een onderzoek te verrichten naar uw huwelijk. Omstreeks januari 2025 werd u verzocht om een recent afschrift van uw huwelijksakte voorzien van apostille bij de DBSB in te dienen.
Op 25 mei 2025 ontving de DBSB een brief van uw raadsman dat u een afschrift van uw huwelijksakte niet kon overleggen, omdat gebleken is dat dit huwelijk niet bij Colombiaanse autoriteiten staat geregistreerd.
Op 6 juni 2025 bent u o.g.v. artikel 35, lid 2 Lb Bevolkingsregister in de gelegenheid gesteld om uw zienswijze kenbaar te maken m.b.t. het voornemen betreffende de doorhaling van het huwelijk. Bij dit gesprek en het door DBSB verrichte onderzoek is vast komen te staan dat de overgelegde registro civil de matrimonio met indicativo serial 02012040 en de daarbij behorende escritura de matrionio vals zijn, zodat het huwelijk niet rechtsgeldig tot stand is gekomen naar Colombiaans recht en is het huwelijk ten onrechte ingeschreven in het bevolkingsregister.
(…)”.
Wat vinden appellanten?
4. Appellanten stellen zich op het standpunt dat zij het slachtoffer zijn geworden van oplichting en valsheid in geschrifte door een derde. De overgelegde huwelijksakte is derhalve buiten hun toedoen en schuld valselijk opgemaakt. Zij voeren aan dat hen ter zake geen enkel verwijt treft. Voorts stellen appellanten dat zij sinds 2015 een duurzame feitelijke samenlevingsrelatie met elkaar hebben. De doorhaling van het huwelijk leidt volgens appellanten tot een rechtsonzekere situatie, in het bijzonder voor appellante sub 2. Zij vrezen dat deze situatie gevolgen heeft voor haar verblijfspositie en mogelijk kan leiden tot uitzetting naar Venezuela. Appellanten voeren aan dat verweerder onvoldoende rekening heeft gehouden met de bijzondere omstandigheden van het geval. Volgens hen kan de enkele formele ongeldigheid van de overgelegde huwelijksakte niet zonder meer leiden tot een ingrijpende correctie van de bevolkingsadministratie, indien dit voor hen onevenredig zware gevolgen heeft voor hun privéleven en gezinsleven. Zij stellen dat dit in strijd is met artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Appellanten verzoeken het bezwaar gegrond te verklaren en het besluit tot doorhaling te vernietigen, met de opdracht aan verweerder om de inschrijving van het huwelijk te herstellen. Subsidiair verzoeken zij verweerder hen in de gelegenheid te stellen het huwelijk alsnog op rechtsgeldige wijze in Aruba te laten voltrekken, teneinde hun rechtspositie en het verblijf van appellante sub 2 te kunnen regulariseren.
Wat is het standpunt van verweerder?
5. Verweerder stelt zich op het standpunt dat het huwelijk van appellanten terecht in het bevolkingsregister is doorgehaald. Volgens verweerder is uit het ingestelde onderzoek gebleken dat het huwelijk niet rechtsgeldig tot stand is gekomen naar Colombiaans recht. De overgelegde huwelijksakte is vals gebleken en het huwelijk is niet geregistreerd bij de bevoegde autoriteiten in Colombia. Nu niet is gebleken van een naar vreemd recht geldig tot stand gekomen huwelijk, is de inschrijving daarvan in het bevolkingsregister ten onrechte geschied. Verweerder was daarom gehouden het bevolkingsregister te corrigeren door de inschrijving van het huwelijk door te halen.
Mocht verweerder het huwelijk doorhalen?
Het geschil ziet op de vraag of verweerder het huwelijk van appellanten terecht heeft doorgehaald in het bevolkingsregister op de grond dat geen sprake is van een naar Colombiaans recht rechtsgeldig tot stand gekomen huwelijk.
Het gerecht stelt voorop dat uit de Landsverordening op het aanleggen en bijhouden van het bevolkingsregister, gelezen in samenhang met het Landsbesluit bevolkingsregister, volgt dat verweerder is belast met het toezicht op de juistheid en volledigheid van het bevolkingsregister. Dit brengt mee dat onjuiste gegevens in het bevolkingsregister dienen te worden gecorrigeerd.
Het gerecht overweegt verder als volgt. Vast staat dat de huwelijksakte vals is. Ook appellanten betwisten de valsheid van de huwelijksakte niet. Zij hebben evenwel aangevoerd dat zij daarvan geen verwijt treft, omdat zij slachtoffer zijn geworden van oplichting door een derde, die inmiddels strafrechtelijk zou zijn veroordeeld.
Dit betoog kan hen echter niet baten. Ook als moet worden aangenomen dat appellanten te goeder trouw hebben gehandeld en slachtoffer zijn van fraude door een derde, laat dit onverlet dat geen sprake is van een naar vreemd recht rechtsgeldig tot stand gekomen huwelijk. Voor de inschrijving in het bevolkingsregister is doorslaggevend of het huwelijk daadwerkelijk rechtsgeldig is voltrokken en geregistreerd, en niet of partijen te goeder trouw waren bij het overleggen van de stukken. Gelet op het voorgaande heeft verweerder zich terecht op het standpunt gesteld dat de inschrijving van het huwelijk op onjuiste gronden heeft plaatsgevonden en daarom diende te worden gecorrigeerd door middel van doorhaling.
Het beroep van appellanten op artikel 8 EVRM leidt niet tot een ander oordeel. Hoewel de doorhaling gevolgen kan hebben voor hun persoonlijke en gezinsleven, is deze maatregel gerechtvaardigd door het belang van een juiste en betrouwbare bevolkingsadministratie. Niet is gebleken van bijzondere omstandigheden die maken dat verweerder in dit geval niet in redelijkheid tot doorhaling heeft kunnen overgaan of dat sprake is van een onevenredige inbreuk op artikel 8 EVRM. Voor zover appellanten vrezen voor de verblijfsstatus van appellante sub 2 kunnen zij dit in een eventuele procedure inzake de toelating van laatstgenoemde aan de orde stellen en zo nodig daarin de bescherming van artikel 8 EVRM inroepen.
Het gerecht merkt ten overvloede op dat het subsidiair verzochte niet voor toewijzing in aanmerking komt. De onderhavige procedure ziet uitsluitend op de rechtmatigheid van de doorhaling van de huwelijksinschrijving. Een verzoek tot het alsnog rechtsgeldig voltrekken van een huwelijk, evenals de eventuele gevolgen daarvan voor de verblijfsrechtelijke positie van appellante, valt buiten de omvang van dit geding.
7. Het beroep is derhalve ongegrond.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
DE BESLISSING
De rechter in dit gerecht:
- verklaart het beroep ongegrond.
Deze beslissing is gegeven door mr. W.C.E. Winfield, rechter in dit gerecht, in samenwerking met M.R. de Cuba, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 22 juli 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.
Informatie over hoger beroep
Tegen deze uitspraak kunnen alle partijen hoger beroep instellen bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie.
Het hoger beroepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dagtekening van deze uitspraak.
Het hoger beroep moet worden ingediend bij het gerecht dat de uitspraak heeft gedaan.
De indiener van het hoger beroep moet in ieder geval:
- het hoger beroepschrift indienen in tweevoud;
- een afschrift van deze uitspraak bijvoegen;
- vermelden waarom hij het niet eens is met de uitspraak (hoger beroepsgronden).
Partijen kunnen gebruik maken van de mogelijkheid om binnen de gegeven hoger beroepstermijn te volstaan met een pro-forma hoger beroepschrift. Dit betekent dat de hoger beroepsgronden op een later moment worden ingediend.
Voor het instellen van het hoger beroep is griffierecht verschuldigd.
Bijlage - Wettelijke regels
Landsverordening op het aanleggen en bijhouden van het bevolkingsregister
Artikel 1
De voorschriften omtrent het aanleggen, inrichten en bijhouden van bevolkingsregisters en het doen der daartoe vereiste opgaven aan hen, die met het aanhouden der bevolkingsregisters zijn belast, worden bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen vastgesteld.
Landsbesluit bevolkingsregister
Artikel 1
1. Er is een Bureau Burgerlijke Stand en Bevolkingsregister.
2. Aan het hoofd daarvan staat een bij landsbesluit aan te wijzen ambtenaar.
3. Het hoofd van het Bureau Burgerlijke Stand en Bevolkingsregister is belast met de inrichting, het doorlopend onderzoek van en het geregeld toezicht op het bevolkingsregister en met het toezicht op de juiste naleving der op het bevolkingsregister betrekking hebbende voorschriften.
Artikel 35
1. Het bevolkingsregister en wat daarbij behoort berusten onder het hoofd van het Bureau Burgerlijke Stand en Bevolkingsregister.
2. Het hoofd van het Bureau Burgerlijke Stand en Bevolkingsregister is belast met de zorg voor het nauwkeurig bijhouden van een en ander en de ambtenaar van de burgerlijke stand verstrekt op verlangen van het hoofd hem daartoe de nodige gegevens.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.