Uitspraak · Bestuursrecht
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, 1 juli 2026
ECLI:NL:OGEAA:2026:203Zaaknummer AUA202601667
- Instantie
- Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Datum uitspraak
- 1 juli 2026
- Publicatiedatum
- 20 augustus 2026
- Zaaknummer
- AUA202601667
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Huwelijk doorhaling, verzoek vovo afgewezen
BESLISSING
De rechter in dit gerecht:
- wijst het verzoek af.
Deze beslissing is gegeven door mr. A.J. Martijn, rechter in dit gerecht, bijgestaan door mr. A. de Cuba, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 1 juli 2026, in tegenwoordigheid van de griffier.
Informatie over hoger beroep
Tegen de beslissing op het verzoek om een voorlopige voorziening kan geen hoger beroep worden ingesteld.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
Uitspraak van 1 juli 2026
Lar nr. AUA202601667
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
UITSPRAAK
op het verzoek in de zin van artikel 54 van de
Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van:
[Verzoeker],
verblijvend in Aruba,
VERZOEKER,
gemachtigde: de advocaat mr. J.J.C. Odor,
gericht tegen:
HET HOOFD VAN DE DIENST BURGERLIJKE STAND EN BEVOLKINGSREGISTER,
zetelend in Aruba,
VERWEERDER,
gemachtigde: mr. A. Els (DBSB).
INLEIDING
Bij beschikking van 14 april 2026 (de bestreden beschikking) heeft verweerder besloten de inschrijving in het bevolkingsregister van het huwelijk tussen verzoeker en [echtgenote] ([echtgenote]), dat volgens het overgelegde uittreksel uit het Colombiaanse huwelijksregister op 17 december 2001 in Colombia zou zijn voltrokken, door te halen.
Hiertegen heeft verzoeker op 13 mei 2026 bezwaar gemaakt.
Op 19 mei 2026 heeft verzoeker zich tot het gerecht gewend met het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening.
Op 16 jun 2026 heeft verweerder een verweerschrift met stukken ingediend.
Het gerecht heeft het verzoek behandeld ter zitting van 17 juni 2026. Verzoeker is verschenen bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder zich heeft laten vertegenwoordigen door voornoemde gemachtigde.
De uitspraak is bepaald op vandaag.
BEOORDELING
Wat zijn de relevante feiten?
Verweerder heeft het huwelijk dat volgens het door verzoeker overgelegde uittreksel uit het Colombiaanse huwelijksregister (Registros de Matrimonios) op 17 december 2001 in Colombia tussen hem en [echtgenote] zou zijn voltrokken, op 24 februari 2005 in het bevolkingsregister van Aruba ingeschreven. Dit document draagt het serienummer 2177317 en vermeldt – voor zover hier van belang – dat het huwelijk is voltrokken ten overstaan van Notaria Novena Barranquilla.
Bij de bestreden beschikking heeft verweerder aan verzoeker meegedeeld dat het huwelijk ten onrechte in het bevolkingsregister is ingeschreven en om die reden uit dat register wordt doorgehaald. In de bestreden beschikking is, voor zover hier van belang, het volgende vermeld:
“(…)
Juridisch kader
Een buitenlands huwelijk wordt conform de geldende regels van het internationaal privaatrecht (IPR) in Aruba erkend, indien:
a. a) de buitenlandse administratieve autoriteit ter zake bevoegd was;
b) het rechtsfeit is vastgelegd in een overeenkomstige plaatselijke voorschriften opgemaakte akte;
c) er geen strijd optreedt met de Arubaanse openbare orde.
Op 24 februari 2005 is bovengenoemd huwelijk ingeschreven in het bevolkingsregister van Aruba. Naar aanleiding van een lopend administratief onderzoek en gelet op het feit dat u op verzoek van de DBSB geen recente registro civil de matrimonio kon overleggen, is door de Dienst Burgerlijke Stand en Bevolkingsregister (DBSB) nader onderzoek verricht naar dit huwelijk. Daarbij is komen vast te staan dat de door u (bij uw verzoek om inschrijving) overlegde registro civil de matrimonio vals is, zodat niet is voldaan aan de hiervoor onder a) en b) vermelde voorwaarden voor erkenning van het huwelijk in Aruba. Het huwelijk is dus niet rechtsgeldig tot stand gekomen naar Colombiaans recht.
Gezien het vorengaande, is het huwelijk ten onrechte ingeschreven in het bevolkingsregister en is het om die reden op grond van het bepaalde in artikel 1, derde lid jo. artikel 35, tweede lid van het Landsbesluit Bevolkingsregister in het bevolkingsregister doorgehaald.
(…)”.
De feitelijke doorhaling van het huwelijk uit het bevolkingsregister van Aruba heeft op 8 juni 2026 plaatsgevonden.
Wat vindt verzoeker en wat vraagt hij?
3. Verzoeker stelt zich op het standpunt dat de beslissing tot doorhaling van het huwelijk onrechtmatig is, omdat deze onvoldoende is gemotiveerd. Daartoe voert hij aan dat de Colombiaanse autoriteiten niet hebben vastgesteld dat de registro civil de matrimonio vals is. Volgens verzoeker rust de bewijslast van de gestelde valsheid op verweerder, nu het aan verweerder is om aannemelijk te maken dat dit document vals is en niet aan verzoeker om het tegendeel te bewijzen. Daarnaast voert hij aan dat de doorhaling in strijd is met het vertrouwens- en het rechtszekerheidsbeginsel, nu het huwelijk jarenlang door de Arubaanse autoriteiten als rechtsgeldig is erkend en eerst ruim twintig jaar na de inschrijving ter discussie is gesteld. Daarbij wijst hij erop dat het huwelijk door de rechter aan de echtscheidingsprocedure ten grondslag is gelegd, zodat het destijds als bestaand en rechtsgeldig is aangemerkt.
Het verzoek strekt dan ook tot schorsing van de doorhaling van de huwelijksinschrijving in het bevolkingsregister, teneinde verzoeker in staat te stellen een uittreksel uit het bevolkingsregister (de zogeheten papel di Afl. 5,-) te verkrijgen.
Wat vindt verweerder?
4. Verweerder heeft zich in de eerste plaats op het standpunt gesteld dat het verzoek niet-ontvankelijk is wegens het ontbreken van materiële connexiteit. Daartoe heeft verweerder aangevoerd dat de bestreden beschikking betrekking heeft op de doorhaling van de inschrijving van het huwelijk in het bevolkingsregister, terwijl verzoeker met zijn verzoek om een voorlopige voorziening afgifte van een uittreksel uit het bevolkingsregister beoogt.
Wat betreft de rechtmatigheid van de doorhaling, heeft verweerder als nadere motivering aangevoerd dat de registro civil de matrimonio met indicativo serial [serienummer] op 12 juni 2025 ter verificatie is voorgelegd aan de Colombiaanse autoriteiten, omdat deze niet kon worden geverifieerd via het Sistema de Consultas y Certificados de Registros Civiles van de Registraduría Nacional del Estado Civil. Vervolgens heeft de DBSB op 20 november 2025 een bevestiging ontvangen van de Notaría Novena de Barranquilla, alwaar het huwelijk volgens de registro civil de matrimonio zou zijn voltrokken, dat de registro civil de matrimonio met indicativo serial [serienummer] niet voorkomt in de registers van de burgerlijke stand van die notaris. Daarnaast heeft verzoeker, ondanks een daartoe strekkend verzoek van de DBSB, nagelaten een recente, van een apostille voorziene huwelijksakte over te leggen. Gelet op het voorgaande stelt verweerder zich op het standpunt dat de door verzoeker overgelegde registro civil de matrimonio als vals moet worden aangemerkt. De doorhaling van de huwelijksinschrijving heeft derhalve terecht plaatsgevonden.
Wat zijn de toepasselijke wettelijke bepalingen?
Op grond van artikel 54, eerste lid, van de Lar, kan, indien krachtens deze landsverordening een bezwaar- of beroepschrift aanhangig is, de indiener daarvan aan het gerecht verzoeken om de bestreden beschikking onderscheidenlijk beslissing op het bezwaarschrift te schorsen op grond, dat de uitvoering daarvan voor betrokkene een onevenredig nadeel met zich zou brengen in verhouding tot het door een onmiddellijke uitvoering daarvan te dienen belang.
Het tweede lid bepaalt dat ter voorkoming van nadeel als bedoeld in het eerste lid, op het verzoek van genoemde indiener ook een voorlopige voorziening kan worden getroffen.
Ingevolge artikel 1, derde lid, van het Landsbesluit bevolkingsregister is het hoofd van het Bureau Burgerlijke Stand en Bevolkingsregister belast met de inrichting, het doorlopend onderzoek van en het geregeld toezicht op het bevolkingsregister en met het toezicht op de juiste naleving der op het bevolkingsregister betrekking hebbende voorschriften.
Ingevolge artikel 35, tweede lid, van het Landsbesluit bevolkingsregister is het hoofd van het Bureau Burgerlijke Stand en Bevolkingsregister belast met de zorg voor het nauwkeurig bijhouden van een en ander en de ambtenaar van de burgerlijke stand verstrekt op verlangen van het hoofd hem daartoe de nodige gegevens.
Wat vindt het gerecht?
Het gerecht stelt voorop dat dit oordeel een voorlopig karakter heeft en niet bindend is in de bodemprocedure.
spoedeisend belang
Voor het treffen van een voorlopige voorziening, waaronder de schorsing van de bestreden beschikking, is allereerst vereist dat sprake is van een spoedeisend belang. Het gerecht is van oordeel dat verzoeker voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij een dergelijk belang heeft bij de gevraagde schorsing. Verzoeker is als aannemer werkzaam bij WEB Aruba N.V. en dient in dat verband een uittreksel uit het bevolkingsregister over te leggen waaruit blijkt dat hij in Aruba staat ingeschreven. Vast is komen te staan dat aan verzoeker, zolang zijn bezwaar aanhangig is, geen uittreksel uit het bevolkingsregister wordt verstrekt. Voorts kan niet worden uitgesloten dat WEB Aruba N.V. de door de DBSB verstrekte e-mail, waarin wordt bevestigd dat verzoeker in Aruba staat ingeschreven, niet zal aanvaarden als alternatief voor een uittreksel uit het bevolkingsregister.
materiële connexiteit
Het gerecht volgt verweerder niet in diens betoog dat de materiële connexiteit ontbreekt omdat verzoeker, naast schorsing van de bestreden beschikking, tevens heeft verzocht om afgifte van een uittreksel uit het bevolkingsregister. De gevraagde voorlopige voorziening houdt immers rechtstreeks verband met de rechtsgevolgen van de bestreden beschikking. Vaststaat dat verzoeker, zolang de bestreden beschikking van kracht is en de daartegen aangewende rechtsmiddelen aanhangig zijn, geen uittreksel uit het bevolkingsregister kan verkrijgen. Met het verzoek tot afgifte van een uittreksel beoogt verzoeker dan ook de gevolgen van de bestreden beschikking gedurende de bezwaarprocedure voorlopig ongedaan te maken. Van het ontbreken van materiële connexiteit is daarom geen sprake.
verzochte voorlopige voorziening
Voor schorsing van de doorhaling van de inschrijving van het huwelijk in het bevolkingsregister van Aruba, dan wel voor het treffen van een andere voorlopige voorziening, bestaat slechts aanleiding indien voorshands kan worden geoordeeld dat een redelijke kans bestaat dat de bestreden beschikking in bezwaar geen stand zal houden. In dat geval is voldoende aannemelijk dat de tenuitvoerlegging van die beschikking voor verzoeker een onevenredig nadeel als bedoeld in artikel 54 van de Lar kan meebrengen. Indien daarentegen reeds voorshands moet worden geoordeeld dat het bezwaar geen redelijke kans van slagen heeft, bestaat al daarom in beginsel geen aanleiding de bestreden beschikking te schorsen of een andere voorlopige voorziening te treffen.
Verweerder heeft ter onderbouwing van zijn standpunt dat de door verzoeker overgelegde registro civil de matrimonio niet authentiek is, een uitdraai overgelegd uit het Sistema de Consultas y Certificados de Registros Civiles. Daaruit blijkt genoegzaam dat de registro civil de matrimonio met serienummer [serienummer] niet correspondeert met het vermeende huwelijk tussen verzoeker en [echtgenote], maar met het huwelijk van [betrokkene 1] en [betrokkene 2] (productie 3B bij het verweerschrift). Daarnaast heeft verweerder een e-mail van de Notaría Novena del Círculo de Barranquilla overgelegd, waaruit blijkt dat de registro civil de matrimonio met serienummer [serienummer] niet afkomstig is van dat notariskantoor en dat in de registers van dat notariskantoor evenmin een huwelijksakte voorkomt op naam van verzoeker en [echtgenote] (productie 5 bij het verweerschrift).
Naar het voorshands oordeel van het gerecht heeft verweerder hiermee, mede gelet op de omstandigheid dat verzoeker geen recente, van een apostille voorziene huwelijksakte heeft overgelegd, voldoende aannemelijk gemaakt dat de door verzoeker overgelegde registro civil de matrimonio met serienummer [serienummer] niet authentiek is.
Het gerecht ziet daarom in zoverre geen aanleiding voor het oordeel dat verweerder ten onrechte is overgegaan tot doorhaling van de op 24 februari 2005 in het bevolkingsregister van Aruba ingeschreven huwelijk tussen verzoeker en [echtgenote].
Het gerecht is voorts van oordeel dat het beroep van verzoeker op het vertrouwensbeginsel en het rechtszekerheidsbeginsel niet slaagt. De enkele omstandigheid dat het huwelijk gedurende meer dan twintig jaar ingeschreven heeft gestaan, staat, gelet op de bepalingen van het Landsbesluit bevolkingsregister (zie overwegingen 6.2 en 6.3) niet eraan in de weg dat de inschrijving wordt doorgehaald, nu door verweerder terecht is vastgesteld dat de voor verzoeker overgelegde Registros de Matrimonios niet authentiek is.
Dat het gerecht op 24 februari 2014 de echtscheiding tussen verzoeker en [echtgenote] heeft uitgesproken op basis van de inschrijving van het huwelijk in het bevolkingsregister, brengt evenmin mee dat de inschrijving van het huwelijk niet alsnog kan worden doorgehaald. De echtscheidingsprocedure strekte uitsluitend tot de ontbinding van een als bestaand aangemerkt huwelijk. De vraag of het huwelijk rechtsgeldig tot stand was gekomen dan wel terecht in het bevolkingsregister was ingeschreven, heeft in die procedure geen beoordeling gevonden. Aan de echtscheidingsbeschikking komt daarom geen gezag van gewijsde toe ten aanzien van die vraag.
Gelet op al het voorgaande is het gerecht van oordeel dat het bezwaar tegen de bestreden beschikking geen redelijke kans van slagen heeft. Van onevenredig nadeel als bedoeld in artikel 54 van de Lar is dan ook niet gebleken.
7. Het gerecht ziet, gelet op het hiervoor overwogene, geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening. Het verzoek wordt dan ook afgewezen.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
BESLISSING
De rechter in dit gerecht:
- wijst het verzoek af.
Deze beslissing is gegeven door mr. A.J. Martijn, rechter in dit gerecht, bijgestaan door mr. A. de Cuba, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 1 juli 2026, in tegenwoordigheid van de griffier.
Informatie over hoger beroep
Tegen de beslissing op het verzoek om een voorlopige voorziening kan geen hoger beroep worden ingesteld.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.