Uitspraak · Civiel recht
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, 19 februari 2025
ECLI:NL:OGEAA:2025:63Zaaknummer AUA202403472
- Instantie
- Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Datum uitspraak
- 19 februari 2025
- Publicatiedatum
- 24 april 2025
- Zaaknummer
- AUA202403472
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Civiel, betalingsregeling, aanneemovereenkomst, buitengerechtelijke incassokosten, procesreglement.
5 DE UITSPRAAK
Het Gerecht:
veroordeelt Eco Green om aan [eiseres] te betalen US$ 24.390,--, of de tegenwaarde daarvan in Arubaans courant, te vermeerderen met (1) wettelijke rente gerekend vanaf 16 augustus 2024 tot aan de dag der algehele voldoening en (2) Afl. 1.875,-- aan vergoeding voor buitengerechtelijke kosten;
veroordeelt Eco Green in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van [eiseres], tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 3.690,--;
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders door [eiseres] verzochte.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 19 februari 2025 in aanwezigheid van de griffier.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
Vonnis van 19 februari 2025
Behorend bij A.R. no. AUA202403472
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS
in de zaak van:
[Eiseres],
wonende in Aruba,
eiseres,
hierna te noemen: [eiseres],
gemachtigde: de advocaat mr. R.A. Wix,
tegen:
de vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
PRO COM DEVELOPMENT & SERVICES V.B.A. h.o.d.n. ECO GREEN COMPANY,
gevestigd in Aruba,
gedaagde,
hierna te noemen: Eco Green,
vertegenwoordigd door de heer [directeur] (directeur).
1. HET PROCESVERLOOP
1.1 Het verloop van de procedure tot 11 december 2024 blijkt uit het tussenvonnis van dit Gerecht van die datum. Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
- de comparitie van partijen, gehouden op 9 januari 2025.
1.2 [Eiseres] is ter zitting verschenen samen met haar gemachtigde. Eco Green is verschenen bij [directeur] voornoemd. Partijen hebben over en weer het woord gevoerd en hebben gereageerd of kunnen reageren op elkaars stellingen.
1.3 Vonnis is bepaald op heden.
2 DE FEITEN
Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende bestreden alsmede op grond van overgelegde producties voor zover niet of onvoldoende bestreden staat onder meer het volgende vast tussen partijen.
Eco Green is een bouw- en constructiebedrijf.
Partijen hebben op 28 augustus 2023 een aanneemovereenkomst gesloten op grond waarvan Eco Green voor [eiseres] een zwembad zou renoveren en een jacuzzi zou aanleggen tegen een bedrag van US$ 30.000,--.
Eiseres] heeft in totaal een bedrag van US$ 17.000,-- aan Eco Green betaald.
Eco Green is begonnen met de tussen partijen overeengekomen werkzaamheden, maar heeft die niet afgemaakt. [Eiseres] heeft US$ 28.190,-- aan een andere aannemer moeten betalen om de werkzaamheden af te maken.
Tijdens de werkzaamheden van Eco Green is een contant bedrag van US$ 9.000,-- uit de kluis van [eiseres] gestolen.
Op 16 augustus 2024 heeft [eiseres] Eco Green gesommeerd tot betaling van een totaalbedrag van US$ 24.390,--.
Bij e-mailbericht van 20 augustus 2024 reageert Eco Green op voormelde brief van [eiseres] met de mededeling dat zij akkoord gaat om aan [eiseres] US$ 24.390,-- te betalen. Eco Green heeft daarbij aan [eiseres] voorgesteld dit bedrag in maandelijkse termijnen van US$ 5.000,-- te voldoen.
Bij e-mailbericht van 21 augustus 2024 is [eiseres] akkoord gegaan met het voorstel van Eco Green en heeft zij aan Eco Green een betalingsregeling voorgelegd. In deze mail heeft [eiseres] als voorwaarde gesteld dat als Eco Green de betalingen niet telkens op de vervaldatum voldoet, de betalingsregeling zal worden ingetrokken en [eiseres] betaling van het volledig bedrag zal vorderen, vermeerderd met 15% incassokosten.
Bij e-mailbericht van 21 augustus 2024 schrijft Eco Green aan [eiseres] dat hij akkoord gaat met de betalingsregeling.
Eco Green is de betalingsregeling niet nagekomen; zij heeft niets afbetaald.
3 HET GESCHIL
Eiseres] vordert dat het Gerecht bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:
a. Eco Green veroordeelt om binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiseres] te betalen US$ 28.048,50 dan wel US$ 24.390,--, te vermeerderen met wettelijke rente gerekend vanaf 16 augustus 2024;
b. ten opzichte van het vorenstaande een juist voorkomende andere beslissing neemt;
c. Eco Green veroordeelt in de kosten van deze procedure.
Eco Green voert verweer.
Voorzover van belang voor de uitspraak worden de stellingen van partijen hierna besproken.
4 DE BEOORDELING
Voorop wordt gesteld dat [eiseres] een totaalbedrag vordert van US$ 28.048,50, bestaande uit (1) de hoofdsom ad US$ 24.390,-- en (2) US$ 3.658,50 aan vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (15% van de hoofdsom).
Vast staat dat partijen op 21 augustus 2024 een betalingsregeling hebben getroffen, waarbij Eco Green heeft erkend een bedrag van US$ 24.390,-- aan [eiseres] verschuldigd te zijn. Verder staat vast dat Eco Green de overeengekomen betalingsregeling niet is nagekomen, waardoor die betalingsregeling is komen te vervallen. Dit brengt naar het oordeel van het Gerecht mee dat [eiseres] - zoals zij onbestreden heeft gesteld - een opeisbare vordering heeft op Eco Green van in hoofdsom US$ 24.390,--.
Gelet op het vorenstaande en de omstandigheid dat ter zitting is gebleken dat Eco Green niets heeft afbetaald op dat in hoofdsom aan [eiseres] verschuldigde bedrag zal de vordering van [eiseres] in hoofdsom worden toegewezen.
Ter zake van het door [eiseres] gevorderde bedrag van US$ 3.658,50 aan vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten wordt als volgt overwogen. Gebleken is dat [eiseres] dienaangaande meer werkzaamheden heeft verricht dan die ter voorbereiding en instructie van de zaak, waarvoor ingevolge artikel 63a Rv geen vergoeding op de voet van het tweede lid artikel 6:96 BW wordt toegekend. [Eiseres] mocht in redelijkheid buitengerechtelijke incassowerkzaamheden verrichten, maar de door haar verzochte vergoeding is buitensporig hoog en daarom niet redelijk. Wel heeft als redelijk te gelden een in overeenstemming met het procesreglement zijnde forfaitaire vergoeding van Afl. 1.875,-- (1,5 punt van het te dezen toepasselijke tarief 5 van het liquidatietarief, ad Afl. 1.250,-- per punt). In zoverre zal de hier besproken nevenvordering van [eiseres] worden toegewezen.
De gevorderde wettelijke rente zal, als zijnde niet door Eco Green betwist, worden toegewezen zoals verzocht.
Eco Green zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van [eiseres] tot aan deze uitspraak begroot op (750,-- + 225 + 215,-- =) Afl. 1.190,-- aan verschotten (griffiegeld en explootkosten) en Afl. 2.500,-- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten, tarief 5 ad Afl. 1.250,-- per punt).
5 DE UITSPRAAK
Het Gerecht:
veroordeelt Eco Green om aan [eiseres] te betalen US$ 24.390,--, of de tegenwaarde daarvan in Arubaans courant, te vermeerderen met (1) wettelijke rente gerekend vanaf 16 augustus 2024 tot aan de dag der algehele voldoening en (2) Afl. 1.875,-- aan vergoeding voor buitengerechtelijke kosten;
veroordeelt Eco Green in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van [eiseres], tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 3.690,--;
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders door [eiseres] verzochte.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 19 februari 2025 in aanwezigheid van de griffier.
Wetsartikelen in deze uitspraak
- Artikel 63a Rv
- Artikel 6:96 BW meer uitspraken over dit artikel
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.