Uitspraak · Socialezekerheidsrecht
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, 6 januari 2025
ECLI:NL:OGEAA:2025:34Zaaknummer AUA202201949
- Instantie
- Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Datum uitspraak
- 6 januari 2025
- Publicatiedatum
- 25 maart 2025
- Zaaknummer
- AUA202201949
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudig
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Geen procesbelang besluit ingetrokken MB en bjve nov 24
DE BESLISSING
Het College van beroep:
-verklaart het beroep van appellant niet-ontvankelijk.
Aldus gegeven op 6 januari 2025 door mr. B.J. van Ettekoven, voorzitter, T. de Cuba en H. Dirksz, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.E.C. Bakker, de secretaris.
Informatie over hoger beroep
• Tegen deze uitspraak kunnen alle partijen hoger beroep instellen bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie.
• Het hoger beroepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
• Het hoger beroep moet worden ingediend bij het Gerecht dat de uitspraak heeft gedaan.
• De indiener van het hoger beroep moet in ieder geval:
- het hoger beroepschrift indienen in tweevoud;
- een afschrift van deze uitspraak bijvoegen;
- vermelden waarom hij het niet eens is met de uitspraak (hoger beroepsgronden).
• Partijen kunnen gebruik maken van de mogelijkheid om binnen de gegeven hoger beroepstermijn te volstaan met een pro-forma hoger beroepschrift. Dit betekent dat de hoger beroepsgronden op een later moment worden ingediend.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
Uitspraak van 6 januari 2025 CVB nr. AUA202201949
COLLEGE VAN BEROEP
UITSPRAAK
op het beroep in de zin van
Landsverordening Ziekteverzekering (LvZv) van:
[Appellant],
wonende te Aruba,
APPELLANT, gemachtigde: mr. N.S. Gravenstijn,
tegen de beslissing van 17 mei 2022 van:
DE SOCIALE VERZEKERINGSBANK,
gevestigd te Aruba,
VERWEERDER, hierna ook te noemen: de Bank,
gemachtigden: mr. P.R.C. Brown en mr. S.G. Tromp.
HET PROCESVERLOOP
1 In de beslissing van 17 mei 2022 (de bestreden beslissing) heeft de Bank besloten dat appellant vanaf 17 mei 2022 geen recht meer heeft op verdere tegemoetkoming bij arbeidsongeschiktheid (ziekengeld).
Tegen deze beslissing heeft appellant op 14 juni 2022 beroep aangetekend.
Op 12 november 2024 heeft de Bank het College bericht dat de bestreden beslissing is ingetrokken en vervangen door een beslissing van 30 september 2024 waarbij aan appellant alsnog ziekengeld is toegekend.
Het beroep van appellant is op de zitting van 20 november 2024 van dit College behandeld. De Bank heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden. Tevens waren aanwezig dr. M. de Graaf, verzekeringsarts en mr. M.N. Thiel, jurist bij de Bank. Appellant en zijn gemachtigde zijn niet verschenen.
DE BEOORDELING
2 Appellant is het niet eens met de bestreden beslissing, omdat hij meent vanaf 17 mei 2022 wel recht te hebben op ziekengeld. De Bank heeft inmiddels een nieuwe beslissing genomen, waarbij geheel tegemoet wordt gekomen aan het beroep van appellant. De bestreden beslissing wordt dus niet langer gehandhaafd.
Aan de gemachtigde van appellant is voor de zitting gevraagd wat het belang nog is bij behandeling van het beroep van 14 juni 2022. Hierop is geen reactie gekomen.
Het College oordeelt dat appellant geen belang meer heeft bij een uitspraak op zijn beroep en verklaart dit beroep daarom niet-ontvankelijk.
DE BESLISSING
Het College van beroep:
-verklaart het beroep van appellant niet-ontvankelijk.
Aldus gegeven op 6 januari 2025 door mr. B.J. van Ettekoven, voorzitter, T. de Cuba en H. Dirksz, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.E.C. Bakker, de secretaris.
Informatie over hoger beroep
• Tegen deze uitspraak kunnen alle partijen hoger beroep instellen bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie.
• Het hoger beroepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
• Het hoger beroep moet worden ingediend bij het Gerecht dat de uitspraak heeft gedaan.
• De indiener van het hoger beroep moet in ieder geval:
- het hoger beroepschrift indienen in tweevoud;
- een afschrift van deze uitspraak bijvoegen;
- vermelden waarom hij het niet eens is met de uitspraak (hoger beroepsgronden).
• Partijen kunnen gebruik maken van de mogelijkheid om binnen de gegeven hoger beroepstermijn te volstaan met een pro-forma hoger beroepschrift. Dit betekent dat de hoger beroepsgronden op een later moment worden ingediend.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.