Uitspraak · Arbeidsrecht

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, 22 oktober 2024

ECLI:NL:OGEAA:2024:303Zaaknummer AUA202401424

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
22 oktober 2024
Publicatiedatum
2 juni 2025
Zaaknummer
AUA202401424
Rechtsgebied
Civiel recht, Arbeidsrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Beroep tegen een Huurcommissie beschikking. Het Gerecht is van oordeel dat van een rechtmatig belang bij de beëindiging van de tussen partijen gesloten huurovereenkomst thans geen sprake is, zoals de Huurcommissie terecht heeft vastgesteld. Beroep ongegrond verklaard.

4. DE UITSPRAAK

Het Gerecht:

-verklaart het beroep van [appellante] ongegrond;

-bevestigt de beschikking van de Huurcommissie van 26 april 2024, met kenmerk HOP/2024/026;

-veroordeelt [appellante] in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van [geïntimeerde], tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 1.250,--.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en is in het openbaar uitgesproken op dinsdag 22 oktober 2024 in tegenwoordigheid van de griffier.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 DE PROCEDURE
  2. 2 HET BEROEP
  3. 3 DE BEOORDELING

Beschikking van 22 oktober 2024

Behorend bij E.J. no. AUA202401424

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

BESCHIKKING

in de zaak van:

[Appellante],

wonende in de Verenigde Staten van Amerika,

appellante,

hierna ook te noemen: [appellante],

procederend in persoon,

tegen:

[Geïntimeerde ],

wonende in Aruba,

geïntimeerde,

hierna ook te noemen: [geïntimeerde],

gemachtigde: de advocaat mr. V.A.V. Carlo.

1 DE PROCEDURE

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het beroepschrift met producties, ingediend op 30 april 2024;

- de mondelinge behandeling van de zaak ter terechtzitting van 20 augustus 2024.

1.2

Partijen zijn ter zitting verschenen[_d1a8aca5-58ec-4f52-9658-1d163b74659a], [geïntimeerde] samen met haar gemachtigde. Partijen hebben in twee termijnen het woord gevoerd, [geïntimeerde] mede aan de hand van een namens haar voorgedragen en overgelegde pleitnota, en hebben gereageerd of kunnen reageren op elkaars stellingen. Partijen hebben door het Gerecht aan hen gestelde vragen beantwoord.

1.3

Na de zitting heeft [appellante] ongevraagd stukken ingediend. Deze stukken worden buiten beschouwing gelaten, omdat voor naprocederen geen grond bestaat.

1.4

Beschikking is nader bepaald op heden.

2 HET BEROEP

2.1

Bij beschikking van de Huurcommissie van 26 april 2024, met kenmerk HOP/2024/026 (hierna: de beschikking), heeft de Huurcommissie het verzoek van [appellante] om de door haar met [geïntimeerde] gesloten huurovereenkomst met betrekking tot de aan [appellante] toebehorende woning in Aruba te [adres] (hierna: het gehuurde, of: de woning), afgewezen.

2.2 [

Appellante] heeft op 30 april 2024 beroep ingesteld tegen de beschikking.

2.3 [

appellante] verzoekt dat het Gerecht (zo het begrijpt) haar beroep gegrond verklaart, de beschikking vernietigt en doet wat de Huurcommissie had behoren te doen, te weten het verzoek van haar tot opzegging van de huurovereenkomst met [geïntimeerde] alsnog toewijst.

2.4 [

Geïntimeerde] voert verweer en concludeert tot (1) ongegrondverklaring van het beroep van [appellante], (2) bevestiging van de beschikking en (3) tot veroordeling van [appellante] in de proceskosten.

2.5

Voor zover van belang voor de uitspraak worden de stellingen van partijen hierna besproken.

3 DE BEOORDELING

3.1

Het Gerecht stelt vast dat [appellante] binnen de daartoe gestelde wettelijke termijn beroep tegen de beschikking heeft ingesteld. [Appellante] is daarom ontvankelijk in haar beroep.

3.2

Het beroep van [appellante] is gegrond op haar stelling dat zij het gehuurde dringend nodig heeft voor eigen gebruik en dat zij daarom een rechtmatig belang heeft bij de beëindiging van de tussen partijen gesloten huurovereenkomst. Meer in het bijzonder stelt [appellante] dat zij, als gevolg van haar echtscheiding, haar huidige woning in de Verenigde Staten moest verlaten op grond van de “Marital Agreement”, waardoor zij momenteel een woning huurt voor het bedrag van US$ 1.850,-- per maand. [Appellante] stelt in dit verband verder dat zij die huur niet (meer) kan dragen, en dat zij daarom naar Aruba wil verhuizen om in haar eigen thans door [geïntimeerde] gehuurde woning te kunnen verblijven. In het licht van dit alles wordt het volgende overwogen.

3.3 [

Geïntimeerde] heeft de stelling van [appellante] ter zake van noodzakelijk eigen gebruik van het gehuurde gemotiveerd bestreden. Die stelling mist naar het oordeel van het Gerecht in het licht van dat verweer voldoende nadere onderbouwing en wordt daarom gepasseerd. Gebleken is immers dat de echtscheiding van [appellante] nog niet is uitgesproken. Zonder heldere doch niet gegeven uitleg valt niet in te zien dat [appellante] als gevolg van haar (niet bestaande) echtscheiding haar huidige woning in de Verenigde Staten van Amerika moest verlaten. Dat [appellante] binnenkort naar Aruba gaat verhuizen zoals door haar gesteld is niet aannemelijk omdat [appellante] ter zitting heeft verklaard dat zij nog bezig is met de DIMAS voor het verkrijgen van een vergunning om in Aruba te mogen verblijven. Gezien dit één en ander is het Gerecht van oordeel dat van een rechtmatig belang bij de beëindiging van de tussen partijen gesloten huurovereenkomst thans geen sprake is, zoals de Huurcommissie terecht heeft vastgesteld.

3.4

Het voorgaande brengt mee dat het beroep van [appellante] ongegrond zal worden verklaard onder bevestiging van de beschikking. Er zijn geen feiten of omstandigheden gesteld of gebleken die een ander oordeel kunnen dragen.

3.5 [

Appellante] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van [geïntimeerde], tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 1.250,-- aan salaris voor de gemachtigde (1 punt, tarief 5).

4. DE UITSPRAAK

Het Gerecht:

-verklaart het beroep van [appellante] ongegrond;

-bevestigt de beschikking van de Huurcommissie van 26 april 2024, met kenmerk HOP/2024/026;

-veroordeelt [appellante] in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van [geïntimeerde], tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 1.250,--.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en is in het openbaar uitgesproken op dinsdag 22 oktober 2024 in tegenwoordigheid van de griffier.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.