Uitspraak · Civiel recht
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, 5 maart 2023
ECLI:NL:OGEAA:2023:359Zaaknummer AUA202500305 KG
- Instantie
- Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Datum uitspraak
- 5 maart 2023
- Publicatiedatum
- 7 mei 2025
- Zaaknummer
- AUA202500305 KG
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Kortgeding, achterstallige huur, ontruimingsvordering, geen zwaarwegender belangen, betalingsonmacht.
4 DE UITSPRAAK
Het Gerecht, recht doende in kort geding:
- beveelt [gedaagde] om het appartement binnen 14 dagen na de betekening van dit vonnis te ontruimen, met alle daarin van harentwege aanwezige personen, en het appartement met afgifte van de sleutels ter vrije beschikking van Lachmi te stellen;
- veroordeelt [gedaagde] om aan Lachmi bij wijze van voorschot te betalen Afl. 21.962,99 ter zake van achterstallige huur en overeengekomen rente, beide berekend tot en met februari 2025, te vermeerderen met wettelijke rente gerekend vanaf 3 februari 2025 tot aan de dag der algehele voldoening en voorts te vermeerderen met Afl. 1.600,-- voor iedere na februari 2025 verschenen maand (of deel daarvan) dat [gedaagde] het appartement niet heeft verlaten en ontruimd;
- veroordeelt [gedaagde] in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van Lachmi, tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 1.675,--;
- verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
- wijst het meer of anders verzochte af.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken (bij vervroeging) op woensdag 5 maart 2025.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
Vonnis van 5 maart 2025
Behorend bij K.G. AUA202500305
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS
in het kort geding tussen:
de naamloze vennootschap LACHMI N.V.
te Aruba,
eiseres,
hierna te noemen: Lachmi,
gemachtigde: de advocaat mr. G.J. Scheper,
tegen:
[Gedaagde],
te Aruba,
gedaagde,
hierna te noemen: [gedaagde],
procederend in persoon.
1 DE PROCEDURE
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met producties;
- de mondelinge behandeling van de zaak ter terechtzitting van vrijdag 14 februari 2025.
Lachmi is samen met haar gemachtigde ter zitting verschenen. [Gedaagde] is in persoon verschenen. Partijen hebben in twee termijnen het woord gevoerd, en hebben gereageerd of kunnen reageren op elkaars stellingen.
Vonnis is nader (bij vervroeging) bepaald op heden.
2 HET GESCHIL
Lachmi vordert dat het Gerecht bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:
- [ Gedaagde] beveelt het aan Lachmi toebehorende appartement (met toebehoren) gelegen in Aruba aan de [adres], appartement 3 (hierna: het appartement) binnen zeven dagen na de uitspraak van dit vonnis, althans binnen een door het Gerecht te bepalen andere termijn, te ontruimen en te verlaten met medeneming van alle personen en goederen die zich aldaar van harentwege mochten bevinden, en met afgifte van de sleutels terstond ter vrije beschikking aan Lachmi te stellen;
- [ Gedaagde] veroordeelt om bij wijze van voorschot te betalen aan Lachmi Afl. 21.962,99 aan achterstallige huur en verschenen rente (berekend tot en met februari 2025), te vermeerderen met de maandelijks verschuldigde huurpennningen van Afl. 1.600,-- voor iedere maand of delen van een maand dat [gedaagde] na februari 2025 het appartement occupeert, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf de dag der indiening van het verzoekschrift;
- [ Gedaagde] veroordeelt in de proceskosten.
Gedaagde] heeft de vorderingen van Lachmi en de daaraan door haar ten gronde gelegde stellingen niet bestreden anders dan dat zij stelt niet bij machte te zijn om de (achterstallige) huur te betalen.
3 DE BEOORDELING
Het spoedeisend belang van Lachmi bij de door haar verzochte ontruiming ligt besloten in de aard van dat verzoek en de daaraan ten gronde gelegde stellingen. Nu [gedaagde] de vordering van Lachmi ter zake achterstallige en nog te verschijnen huur niet heeft betwist kan, mede gelet op proceseconomische belangen zijdens Lachmi, van haar in redelijkheid niet worden gevergd om deze vordering ter beoordeling aan de bodemrechter voor te leggen.
Vast staat dat [gedaagde] krachtens een tussen partijen gesloten huurovereenkomst het appartement huurt van Lachmi tegen betaling van een maandelijkse huur van Afl. 1.600,--. In het licht daarvan heeft [gedaagde] de stelling van Lachmi, dat zij tot en met februari 2025 in totaal Afl. 21.962,99 verschuldigd is aan achterstallige huur en overeengekomen rente, erkend althans niet bestreden. De omvang van die tekortingkoming in de nakoming van de verplichtingen uit de huurovereenkomst brengt mee dat in een bodemprocedure valt te verwachten dat de vordering van Lachmi tot ontruiming van het gehuurde zal worden toegewezen. De thans op dit punt door Lachmi verzochte voorziening zal worden gegeven als na te melden.
De redelijk- en billijkheid brengen mee dat aan [gedaagde] een ontruimingstermijn zal worden gegund van twee weken.
Nu [gedaagde] de stelling van Lachmi, dat zij gerekend tot en met februari 2025 in totaal Afl. 21.962,99 is verschuldigd aan achterstallige huur en verschenen rente, heeft erkend althans niet heeft bestreden, zal ook die vordering van Lachmi worden toegewezen als na te melden, omdat in een bodemprocedure ook op dit onderdeel een gelijksoortig oordeel valt te verwachten.
Afweging van de belangen van partijen maakt vorenstaande niet anders, omdat het Gerecht geen zwaarwegender belangen ziet aan de zijde van [gedaagde] bij afwijzing van de vorderingen van Lachmi ten opzichte van de belangen van Lachmi bij toewijzing daarvan. Hierbij wordt nog overwogen dat in het algemeen geldt dat betalingsonmacht aan de zijde van de schuldenaar niet in de weg kan staan aan een veroordeling tot betaling van een geldsom.
[Gedaagde] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van Lachmi, tot aan deze uitspraak begroot op (Afl. 450,-- + Afl. 225,-- =) Afl. 675,-- aan verschotten (griffiegeld en oproepkosten) en Afl. 1.000,00 aan salaris voor de gemachtigde.
4 DE UITSPRAAK
Het Gerecht, recht doende in kort geding:
- beveelt [gedaagde] om het appartement binnen 14 dagen na de betekening van dit vonnis te ontruimen, met alle daarin van harentwege aanwezige personen, en het appartement met afgifte van de sleutels ter vrije beschikking van Lachmi te stellen;
- veroordeelt [gedaagde] om aan Lachmi bij wijze van voorschot te betalen Afl. 21.962,99 ter zake van achterstallige huur en overeengekomen rente, beide berekend tot en met februari 2025, te vermeerderen met wettelijke rente gerekend vanaf 3 februari 2025 tot aan de dag der algehele voldoening en voorts te vermeerderen met Afl. 1.600,-- voor iedere na februari 2025 verschenen maand (of deel daarvan) dat [gedaagde] het appartement niet heeft verlaten en ontruimd;
- veroordeelt [gedaagde] in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van Lachmi, tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 1.675,--;
- verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
- wijst het meer of anders verzochte af.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken (bij vervroeging) op woensdag 5 maart 2025.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.