Uitspraak · Civiel recht

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, 28 september 2022

ECLI:NL:OGEAA:2022:555Zaaknummer AUA202002240

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
28 september 2022
Publicatiedatum
6 november 2023
Zaaknummer
AUA202002240
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Schuldvordering.

4 DE UITSPRAAK

Het Gerecht:

-veroordeelt Akkra om aan Johnson’s te betalen Afl. 93.848,21 aan achterstallige huur, te vermeerderen met contractuele rente van 1,5% per maand gerekend vanaf de opeisbaarheid van iedere respectieve huurtermijn tot aan de dag der algehele voldoening;

-veroordeelt Akkra in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van Johnson’s, tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 6.748,15;

-verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

-wijst af het meer of anders door Johnson’s verzochte.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 28 september 2022 in aanwezigheid van de griffier.

Datum uitspraak: 28 september 2022

Instantie: Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Zaaknummer: AR nr. AUA202002240

Inhoudsindicatie: Schuldvordering.

Rechtsgebieden: Civiel

Rechter: mr. A.H.M. van de Leur

Bijzondere kenmerken: eerste aanleg – enkelvoudig

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 DE PROCEDURE
  2. 2 HET GESCHIL
  3. 3 DE VERDERE BEOORDELING
  4. 4 DE UITSPRAAK

Vonnis van 28 september 2022

Behorend bij A.R. nr. AUA202002240

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS

in de zaak van:

de naamloze vennootschap

JOHNSON’S SUPERMARKET N.V.,

gevestigd in Aruba,

EISERES,

hierna ook te noemen: Johnson’s,

gemachtigde: de advocaat mr. G. de Hoogd,

tegen:

de naamloze vennootschap

AKKRA ENTERPRISES N.V.,

gevestigd in Aruba,

GEDAAGDE,

hierna ook te noemen: Akkra,

gemachtigde: de advocaat mr. D.G. Croes.

1 DE PROCEDURE

1.1

Het verloop van de procedure tot 5 mei 2021 blijkt uit het tussenvonnis van dit Gerecht van die datum. De bij dat vonnis gelaste comparitie van partijen heeft plaatsgevonden op 26 mei 2021. Johnson’s is ter zitting verschenen bij haar gemachtigde, die vergezeld werd door mevrouw [dochter directeur] (dochter van de directeur van Johnson’s). Akkra is verschenen bij mr. P.M.E. Mohamed, occuperende voor haar gemachtigde, die werd vergezeld door de heer [directeur] (directeur van Akkra). Partijen hebben over en weer het woord gevoerd, Johnson’s mede aan de hand van toegelaten nadere producties, en hebben gereageerd of kunnen reageren op elkaars stellingen.

1.2

Johnson’s heeft bij akte haar eis gewijzigd. Die wijzing is door Akkra akkoord bevonden, en is mede daarom toegelaten.

1.3

Vonnis is met welgemeende excuses voor alle vertraging nader bepaald op heden.

2 HET GESCHIL

2.1

Johnson’s vordert, na wijziging van eis, dat het Gerecht bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

a. de tussen partijen met betrekking tot het aan Johnson’s toebehorende bedrijfspand gelegen in Aruba te [adres] gesloten huurovereenkomst ontbindt op grond van wanprestatie zijdens Akkra indien en voorzover die overeenkomst niet reeds rechtsgeldig buitengerechtelijk is ontbonden door Johnson’s;

b. Akkra veroordeelt om aan Johnson’s ten titel van nakoming te betalen Afl. 96.848,21 aan achterstallige huur, te vermeerderen met de contractuele rente van 1,5% per maand gerekend vanaf de opeisbaarheid van iedere respectieve huurtermijn tot aan de dag der algehele voldoening;

c. Akkra veroordeelt om aan Johnson’s te betalen Afl. 12.527,23 aan vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten;

d. Akkra veroordeelt in de proceskosten, waaronder begrepen die van het beslag.

2.2

Akkra voert verweer en concludeert tot afwijzing van het door Johnson’s verzochte, kosten rechtens.

2.3

Voorzover van belang voor de uitspraak worden de stellingen van partijen hierna verder besproken.

3 DE VERDERE BEOORDELING

3.1

Het Gerecht volhardt bij zijn in het tussenvonnis neergelegde overwegingen en beslissingen.

3.2

Onder verwijzing naar rechtsoverweging 2.6 van het tussenvonnis staat vast dat Akkra het in hoofdsom door Johnson’s gevorderde bedrag verschuldigd is aan Johnson’s aan achterstallige huur, terwijl Akkra ter zitting heeft erkend dat zij krachtens de huurovereenkomst over achterstallige huur maandelijks 1,5% aan contractuele rente verschuldigd is, telkens gerekend vanaf de opeisbaarheid van iedere respectieve huurtermijn tot aan de algehele voldoening. Dat betekent dat de hiervoor onder b. omschreven vordering van Johnson’s in beginsel toewijsbaar is.

3.3

Partijen zijn ter zitting overeengekomen dat Akkra een bedrag van Afl. 3.000,-- mag verrekenen met hetgeen zij verschuldigd is aan Johnson’s ter zake van een door Akkra vervangen roldeur van het bedrijfspand. Aldus is Akkra in hoofdsom (96.848,21 minus 3.000,-- =) Afl. 93.848,21 verschuldigd aan Johnson’s. In dier voege zal de vordering onder b. worden toegewezen.

3.4

De hiervoor onder c. omschreven vordering van Johnson’s ter zake van vergoeding van kosten van verkrijging van voldoening buiten rechte zal worden afgewezen, omdat niet uit verificatoire stukken is gebleken dat Johnson’s dienaangaande meer werkzaamheden heeft verricht dan die ter voorbereiding van de gedingstukken en ter instructie van de zaak, waarvoor krachtens artikel 63a Rv alleen de regels ter zake van proceskosten van toepassing zijn.

3.5

De voorwaarde voor het instellen van de hiervoor onder a. omschreven vordering van Johnson’s is niet in vervulling gegaan omdat Johnson’s de huurovereenkomst met Akkra door middel van de als productie 2 bij het verzoekschrift overgelegde aan Akkra gerichte brief van 1 juli 2020 rechtsgeldig buitenrechtelijk heeft ontbonden. Die vordering behoeft daarom geen verdere bespreking.

3.6

Akkra zal, als de overwegend in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van Johnson’s, waaronder begrepen die van het in opdracht van Johnson’s op 13 augustus 2020 ten laste van Akkra gelegde conservatoire beslag. Tot aan deze uitspraak worden die kosten begroot op (1.350,-- + 210,75 + 495,25 + 192,15 =) Afl. 2.248,15 aan verschotten (griffiegeld, oproep- en beslagexplootkosten) en Afl. 4.500,-- aan salaris voor de gemachtigde (3 punten van tarief 6, ad Afl. 1.500,-- per punt).

4 DE UITSPRAAK

Het Gerecht:

-veroordeelt Akkra om aan Johnson’s te betalen Afl. 93.848,21 aan achterstallige huur, te vermeerderen met contractuele rente van 1,5% per maand gerekend vanaf de opeisbaarheid van iedere respectieve huurtermijn tot aan de dag der algehele voldoening;

-veroordeelt Akkra in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van Johnson’s, tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 6.748,15;

-verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

-wijst af het meer of anders door Johnson’s verzochte.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 28 september 2022 in aanwezigheid van de griffier.

Datum uitspraak: 28 september 2022

Instantie: Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Zaaknummer: AR nr. AUA202002240

Inhoudsindicatie: Schuldvordering.

Rechtsgebieden: Civiel

Rechter: mr. A.H.M. van de Leur

Bijzondere kenmerken: eerste aanleg – enkelvoudig

Wetsartikelen in deze uitspraak

  • Artikel 63a Rv

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.