Uitspraak · Civiel recht

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, 24 augustus 2022

ECLI:NL:OGEAA:2022:373Zaaknummer AUA202000813

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
24 augustus 2022
Publicatiedatum
7 november 2022
Zaaknummer
AUA202000813
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Civiel. Arbeidsovereenkomst, onrechtmatig, schadevergoeding.

5 DE UITSPRAAK

Het Gerecht:

- wijst de vorderingen af;

- veroordeelt [eiser] in de proceskosten aan de kant van FCCA begroot op

Afl. 2.500,-- aan salaris gemachtigde (2 punten, tarief 5).

Dit vonnis is gewezen door mr. J.A. van Voorthuizen, rechter, en werd uitgesproken ter

openbare terechtzitting van woensdag 24 augustus 2022 in aanwezigheid van de griffier.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 DE PROCEDURE
  2. 2 DE FEITEN
  3. 3 HET GESCHIL
  4. 4 DE BEOORDELING
  5. 5 DE UITSPRAAK

Vonnis van 24 augustus 2022

Behorend bij A.R. nr. AUA202000813

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS

in de zaak van:

[eiser],

wonend te Aruba,

eiser, hierna: [eiser],

gemachtigde: mr. H.G. Figaroa,

tegen:

de stichting Fundacion Cas Pa Comunidad Arubano (FCCA),

gevestigd te Aruba,

gedaagde, hierna: FCCA,

gemachtigde: mr. D.G. Kock.

1 DE PROCEDURE

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- verzoekschrift met producties, ingediend op 6 maart 2020;

- conclusie van antwoord;

- de conclusie van repliek;

- de conclusie van dupliek.

1.2.

Vonnis is nader bepaald op vandaag.

2 DE FEITEN

2.1. [

eiser] is op 1 oktober 1979 in dienst getreden van FCCA.

2.2.

Bij brief van 24 augustus 2015 bericht FCCA aan [eiser] dat de arbeidsovereenkomst op 30 september 2016 zal eindigen wegens het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd.

2.2.

Tussen FCCA en (onder meer) [eiser] zijn op 3 en 17 augustus 2016 gesprekken gevoerd over voortzetting van de arbeidsrelatie na het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. FFCA heeft achtereenvolgens twee concepten van een ‘addendum voortzetten arbeidsovereenkomst’ aan [eiser] verstrekt.

2.3.

Tijdens het gesprek op 3 augustus 2016 is, onder meer, het volgende gezegd:

[directeur 1]: [directeur 1] (directeur),

[directeur 2]: [direceur 2] (directeur)

[eiser]: [eiser] [eiser] (verzoeker)

Petra: [werknemer] (werknemer FCCA, collega [eiser])

00:52 [directeur 2]: Maar ok. We hebben de beslissing genomen dat we doen het. Maar, maar maar jullie willen het nog steeds?

1:02 [eiser]: Ja.

1:03 [directeur 2]: No (nee) ik vraag het ik vraag gewoon

1:05 [eiser] Officieel, officieel, officieel vraag je het.

1:09 [directeur 2]: aha (ja)

1:10 [directeur 1]: Kijk we doen het met iedereen in die 3 maanden tijd. Dus 3 maanden dat gaat verstrijken, dus...

1:16 [directeur 2]: Voor jullie is het een maand of weet ok wat, ([directeur 1] voor ons is het nu) maar de anderen is het echt 3 maanden.

1:22 [directeur 1]: Ok en dan nog eventjes tot verduidelijking, dus het is een functie van, jullie zijn van alles inzetbaar, behalve voor schoonmaak werkzaamheden renovatie werkzaamheden, maar de rest als bijvoorbeeld, als we we, FCCA, Julie nodig hebt, gaan jullie dat doen he?

1:37 [eiser]: ja

1:38 [directeur 1]: Ok. En en vanavond ook, er komen kijk maar naar in de advertenties in de krant, want we gaan veel mensen aannemen zoals jullie hebben gezien, die moeten allemaal ingewerkt worden he? Ok dan hoef jij geen technische iemand in te werken, maar ik kan me voorstellen als we straks iemand van incasso die ingewerkt moet worden, dat dat jij dat gaat doen, als iemand van de administratie op de rails gezet moet worden dat [directeur 2] zegt Petra kijk hier eens eventjes twee maanden naar deze persoon geef die eens een handje. Weet je, dus allemaal zulke werkzaamheden. Mensen met zwangerschap, mensen ziek.

2:11 [directeur 2]: We moeten jullie em em..

2:13 [directeur 1]: Multi functioneel

2: 14 [directeur 2]: kennis in ervaring gebruiken.

2:18 [directeur 1]: ... en begeleiding geven.

2:23 [directeur 1]: Zijn allemaal termen die we ook voor de road moeten gebruiken, want anders eh is de begeleiding geven.

2:30 Petra: Nou en werk is er altijd dus...

2:33 [directeur 1]: Dat klopt.

9:24 [eiser]: Kunnen we een datum prikken?

9:27 [directeur 2]: Waarom ben je bang dat ik mijn woord terug haalt...dat gebeurt nooit.

9:29 [eiser]: Nee nee niet bang gewoon…

2.3.

Bij brief van 7 september 2016 bericht FCCA aan [eiser] dat zijn verzoek om tot

zijn 65ste bij FCCA te kunnen blijven werken wordt afgewezen en bevestigt FCCA dat het

dienstverband vanwege het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd eindigt op 30

september 2016.

2.4.

Vorderingen in kort geding van [eiser] tot doorbetaling van loon en tewerkstelling

na 30 september 2016 zijn in eerste aanleg en in hoger beroep afgewezen.

2.5.

Bij beschikking van 10 april 2018 heeft het Gerecht vorderingen van [eiser] tot

verklaring voor recht dat de arbeidsovereenkomst met FCCA voortduurt en veroordeling

van FCCA tot doorbetaling van loon afgewezen. Bij beschikking van 4 december 2018 heeft

het Gemeenschappelijk Hof de beschikking in eerste aanleg bevestigd. Daarin heeft het

Hof onder meer overwogen:

(…)

‘Naar het oordeel van het Hof moet het voor [eiser] duidelijk zijn geweest dat er

onenigheid was tussen het bestuur en de Raad van Toezicht over zowel het te volgen

beleid als over de bevoegdheid tot het nemen van beslissingen in individuele gevallen en

dat zij daarin lijnrecht tegenover elkaar stonden. (…) [eiser] moet dan ook hebben

geweten dat het bestuur in het kader van de begroting daarover in conflict zou komen met

de Raad van Toezicht. Niet gebleken is dat [eiser] in het gesprek van 3 augustus 2016,

dan wel voor 11 augustus 2016, navraag heeft gedaan of de Raad van Toezicht inmiddels

instemde met de verlenging van de arbeidsovereenkomst. Onder deze omstandigheden,

alsmede het feit dat deze nog niet eerder aan de orde geweest zijnde kwestie van de

verlenging van de arbeidsovereenkomst in een stroomversnelling raakte doordat de

pensioengerechtigde leeftijd van [eiser] aanstaande was, heeft [eiser] er niet

gerechtvaardigd op kunnen vertrouwen dat het eerste addendum een onvoorwaardelijk

definitief aanbod dan wel een bindende toezegging van het bestuur inhield. De

omstandigheid dat door FCCA (intern en extern juridisch advies was ingewonnen over de

bevoegdheid van het bestuur en over de inhoud en de vorm van de overeenkomst c.q. het

addendum, maakt, zonder nadere toelichting, welke ontbreekt, niet dat bij [eiser], zoals

hij zelf stelt, het gerechtvaardigd vertrouwen kon ontstaan dat de Raad van Toezicht alles

had goedgekeurd in de tussentijd. Met name heeft [eiser] onvoldoende feiten gesteld,

waaruit, mts bewezen, kan worden afgeleid dat over de interne afbakening van

bevoegdheden en het creëren van nieuw beleid juridisch advies was ingewonnen, dat hij

van de vraag en/of het advies op de hoogte was en dat hij daaruit mocht afleiden dat een

en ander overeenkomstig het standpunt van het bestuur zou worden afgedaan.’

(…)

3 HET GESCHIL

3.1. [

eiser] vordert -samengevat- dat het gerecht bij uitvoerbaar bij voorraad te

verklaren vonnis:

(i) voor recht verklaart dat FCCA onrechtmatig dan wel in strijd met de redelijkheid en

billijkheid heeft gehandeld en dat FCCA aansprakelijk is voor de schade die daar het gevolg

van is;

(ii) FCCA veroordeelt tot betaling aan [eiser] van schadevergoeding vermeerderd met

de wettelijke rente vanaf 1 oktober 2016 tot de dag van betaling, op te maken bij staat en

te vereffenen volgens de wet;

(iii) FCCA veroordeelt in de proceskosten.

3.2. [

eiser] voert daartoe -samengevat- aan dat de onderhandelingen tussen FCCA en

[eiser] over voortzetting van de arbeidsrelatie na zijn pensioengerechtigde leeftijd

inmiddels in een zo vergevorderd stadium waren beland, dat FCCA zich daaruit niet meer

kon terugtrekken zonder schadeplichtig te zijn jegens [eiser].

3.3.

FCCA voert gemotiveerd verweer.

3.4.

De stellingen van partijen worden voor zover van belang hierna besproken.

4 DE BEOORDELING

4.1. [

eiser] heeft in kort geding in eerste aanleg en in hoger beroep en vervolgens in

een bodemprocedure in eerste aanleg en in hoger beroep betoogt dat hij met FCCA

overeenstemming had bereikt over de voorzetting van zijn arbeidsovereenkomst na het

bereiken van zijn pensioengerechtigde leeftijd. In alle procedures is hij in het ongelijk

gesteld. In deze procedure gooit [eiser] het over een andere boeg. Hij stelt dat, indien

geen overeenkomst tussen hem en FCCA is ontstaan, er in ieder geval vastgesteld kan

worden dat de onderhandelingen zich in een zodanig vergevorderd stadium bevonden, dat

FCCA zich daaruit niet zonder meer kon terugtrekken en daarom schadeplichtig is.

4.2.1.

Volgens vaste rechtspraak geldt als maatstaf voor de beoordeling van de

schadevergoedingsplicht bij afgebroken onderhandelingen dat ieder van de

onderhandelende partijen -die verplicht zijn hun gedrag mede door elkaars

gerechtvaardigde belangen te laten bepalen- vrij is de onderhandelingen af te breken, tenzij

dit op grond van het gerechtvaardigd vertrouwen van de wederpartij in het tot stand komen

van de overeenkomst of in verband met de andere omstandigheden van het geval

onaanvaardbaar zou zijn. Daarbij dient rekening te worden gehouden met de mate waarin

en de wijze waarop de partij die de onderhandelingen afbreekt tot het ontstaan van dat

vertrouwen heeft bijgedragen.

4.2.2.

Het ligt op de weg van [eiser] om voldoende feiten te stellen en bij betwisting te

bewijzen, waaruit kan worden afgeleid dat hij er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat

met FCCA een overeenkomst tot stand zou komen. [eiser] stelt, zo begrijpt het gerecht,

dat dit gerechtvaardigd vertrouwen bij hem is opgewekt door het gesprek op 3 augustus

2016. Uit het door hem bij conclusie van repliek geciteerde gedeelte van de transcriptie van

het (heimelijk) opgenomen gesprek van dit gesprek, blijkt volgens [eiser] dat hij

geen enkele reden had om eraan te twijfelen dat de verlenging van de arbeidsovereenkomst

een feit was en dat nog slechts de puntjes op de ‘i’ moesten worden gezet. Het Gerecht

volgt [eiser] hier niet in. Uit het gesprek kan de gevolgtrekking worden gemaakt

dat (het bestuur van) FCCA zeker positief stond tegenover een verlenging van de

arbeidsrelatie. In zijn beschikking van 4 december 2018 -dat tussen partijen bindende

kracht heeft- heeft het Hof echter geoordeeld dat [eiser] reeds toen al moet hebben

geweten dat (het bestuur van) FCCA hierover in conflict zou komen met de Raad van

Toezicht. Hij kon er dus allerminst gerechtvaardigd op vertrouwen de verlenging nog een

kwestie was van -ondergeschikte- puntjes op de ’i’. [eiser] miskent bovendien dat na

het gesprek op 3 augustus 2016, waarna een eerste addendum aan hem werd

aangeboden, op 17 augustus 2016 wederom een gesprek tussen hem en (het bestuur van)

FCCA plaatsvond, waarbij een tweede addendum werd besproken, waarover partijen geen

overeenstemming bereikten. Gelet op de ontwikkelingen na 3 augustus 2016 valt, zonder

nadere uitleg, die niet is gegeven, niet in te zien dat [eiser] gelet op hetgeen tijdens de

bespreking op 3 augustus 2016 aan hem is meegedeeld en wat hij toen al moet hebben

geweten ten aanzien van de conflicterende belangen van het bestuur en de Raad van

Toezicht, er gerechtvaardigd op kon vertrouwen dat het wel goed zou komen met de

verlenging van zijn arbeidsovereenkomst. Daar komt bij dat FCCA onweersproken heeft

gesteld dat (i) [eiser] niet wilde instemmen met aanvullende, voor FCCA essentiële,

bedingen in het tweede addendum met betrekking tot de periode van doorbetaling van loon

tijdens ziekte en extra aflossing door [eiser] op de hypotheeklening van FCCA, (ii) door

(het bestuur van) FCCA uitdrukkelijk aan [eiser] werd meegedeeld dat een verlenging

niet zonder goedvinden van de Raad van Toezicht van FCCA zou kunnen plaatsvinden en

(iii) dat de Raad van Toezicht zich keerde tegen een verlenging van de arbeidsrelatie na

het behalen van de pensioengerechtigde leeftijd.

4.2.3.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat [eiser] onvoldoende feiten en

omstandigheden heeft gesteld waaruit kan worden afgeleid dat hij er gerechtvaardigd op

kon vertrouwen dat er linksom of rechtsom wel een verlenging van de

arbeidsovereenkomst in zat. Uit de feiten en omstandigheden volgt eerder het tegendeel.

Tijdens de laatste bespreking vormden aanvullende bedingen een breekpunt en de (vooraf

met [eiser] besproken) instemming van de Raad van Toezicht zou dat ook zijn. Het

gerecht kan zich voorstellen dat de boodschap in de brief van FCCA van 7 september 2016

voor [eiser] teleurstellend was, maar een verrassing kan het niet voor hem zijn

geweest. Het stond FCCA zonder meer vrij het overleg met [eiser] over verlenging van

de arbeidsovereenkomst onder de geschetste omstandigheden te staken. Reeds hierom

zijn de vorderingen van [eiser] niet toewijsbaar.

4.3. [

eiser] vordert -mede- schadevergoeding nader op te maken bij staat. Voorop stelt

het Gerecht dat [eiser] niet onderbouwt waarom hij respectievelijk drie-en-een-half

jaar (indiening verzoekschrift) en viereneenhalf jaar (nemen conclusie van repliek) na het

bericht van FCCA dat zijn verzoek om verlenging van de arbeidsovereenkomst niet wordt

gehonoreerd, niet in staat is zijn schade te begroten. Hij heeft bovendien geen enkele

indicatie gegeven waaruit zijn schade bestaat. FCCA heeft -subsidiair- voldoende

gemotiveerd betwist dat [eiser] schade heeft geleden. Het lag vervolgens op de weg

van [eiser] om nadere gegevens te verstrekken ter staving van de door hem gestelde

schade. [eiser] heeft dat niet gedaan. Bij gebreke daarvan heeft hij niet voldaan aan

zijn stelplicht. De gevorderde schadevergoeding op te maken bij staat is, zo [eiser] al

gerechtvaardigd had kunnen vertrouwen op een verlenging, ook hierom niet

toewijsbaar.

4.4.

De slotsom is dat de vorderingen van [eiser] zullen worden afgewezen.

4.5.

Als de in het ongelijk gestelde partij zal [eiser] de proceskosten van FCC moeten

vergoeden.

5 DE UITSPRAAK

Het Gerecht:

- wijst de vorderingen af;

- veroordeelt [eiser] in de proceskosten aan de kant van FCCA begroot op

Afl. 2.500,-- aan salaris gemachtigde (2 punten, tarief 5).

Dit vonnis is gewezen door mr. J.A. van Voorthuizen, rechter, en werd uitgesproken ter

openbare terechtzitting van woensdag 24 augustus 2022 in aanwezigheid van de griffier.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.