Uitspraak · Bestuursrecht

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, 12 oktober 2022

ECLI:NL:OGEAA:2022:347Zaaknummer AUA202202659

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
12 oktober 2022
Publicatiedatum
25 oktober 2022
Zaaknummer
AUA202202659
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening (ex artikel 54 van de Lar) - asiel - geen spoedeisend belang.

BESLISSING

De rechter in dit gerecht:

- wijst het verzoek af.

Deze beslissing is gegeven door mr. M.E.B. de Haseth, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 oktober 2022 in aanwezigheid van de griffier.

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. PROCESVERLOOP
  2. OVERWEGINGEN
  3. BESLISSING

Uitspraak van 12 oktober 2022

Lar nr. AUA202202659

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

UITSPRAAK

op het verzoek in de zin van artikel 54 van de

Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van:

[Verzoekster],

wonend in Aruba,

VERZOEKSTER,

gemachtigde: drs. M.L. Hassell,

gericht tegen:

DE MINISTER VAN ARBEID, ENERGIE EN INTEGRATIE,

zetelend te Aruba,

VERWEERDER,

gemachtigde: J.M. Harewood (DIMAS).

PROCESVERLOOP

Bij beschikking van 6 juli 2022 heeft verweerder de asielaanvraag van verzoekster afgewezen.

Hiertegen heeft verzoekster op 21 juli 2022, aangevuld op 15 augustus 2022, bezwaar gemaakt.

Op 15 augustus 2022 heeft verzoekster een verzoekschrift als bedoeld in artikel 54 van de Lar ingediend.

Het gerecht heeft het verzoek behandeld ter zitting van 14 september 2022. Verzoekster is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder is verschenen bij zijn gemachtigde.

Daartoe in de gelegenheid gesteld, heeft verweerder bij e-mailbericht van 27 september 2022 een beschikking van 26 september 2022 overgelegd. Verzoekster heeft bij onderscheiden e-mailberichten een reactie gegeven.

De uitspraak is vervolgens bepaald op heden.

OVERWEGINGEN

1. Het verzoek strekt ertoe de beschikking van 6 juli 2022 te schorsen en te bepalen dat verzoekster het daartegen gemaakte bezwaar hier te lande mag afwachten.

2. Bij voormelde beschikking van 26 september 2022 heeft verweerder de beschikking van 6 juli 2022 ingetrokken. Dat brengt met zich dat verweerder alsnog een beschikking dient te geven op de asielaanvraag van verzoekster, die na de intrekking van de eerdere beslissing daarop, weer aanhangig is.

3. Niet in geschil is, en ook ter zitting is dit zijdens verweerder bevestigd, dat hangende een asielaanvraag van overheidswege steeds het vluchtelingenrechtelijke verbod op refoulement, dat inhoudt dat een persoon niet teruggezonden mag worden naar een land waar hij of zij vervolging vreest, wordt gerespecteerd. Onder deze omstandigheden valt niet in te zien dat de door verzoekster gestelde belangen zodanig spoedeisend zijn, dat de verzochte voorziening dient te worden getroffen.

4. Het verzoek zal worden afgewezen.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen grond.

BESLISSING

De rechter in dit gerecht:

- wijst het verzoek af.

Deze beslissing is gegeven door mr. M.E.B. de Haseth, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 oktober 2022 in aanwezigheid van de griffier.

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.