Uitspraak · Civiel recht

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, 15 juni 2022

ECLI:NL:OGEAA:2022:319Zaaknummer AUA202102818

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
15 juni 2022
Publicatiedatum
27 september 2022
Zaaknummer
AUA202102818
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Civiel. Schuldvordering.

4 DE UITSPRAAK

Het Gerecht:

-veroordeelt Altamar om aan Pepia te betalen Afl. 67.293,01, te vermeerderen met wettelijke rente gerekend vanaf 28 juni 2021 tot aan de dag der algehele voldoening;

-veroordeelt Altamar in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van Pepia, tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 2.480,65;

-verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

-wijst af het meer of anders door Pepia verzochte.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 15 juni 2022 in aanwezigheid van de griffier.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 DE PROCEDURE
  2. 2 HET GESCHIL
  3. 3 DE VERDERE BEOORDELING
  4. 4 DE UITSPRAAK

Vonnis van 15 juni 2022

Behorend bij A.R. nr. AUA202102818

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS

in de zaak van:

de naamloze vennootschap

PEPIA EST N.V.,

gevestigd in Aruba,

eiseres,

hierna ook te noemen: Pepia,

gemachtigde: de advocaat mr. E.M.J. Cafarzuza,

tegen:

de vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ALBOJAPA ENTERPRISES VBA h.o.d.n. ALTAMAR RESTAURANT N.V.,

gevestigd in Aruba,

gedaagde,

hierna ook te noemen: Altamar,

gemachtigde: de advocaat mr. A.E. Barrios.

1 DE PROCEDURE

1.1

Het verloop van de procedure tot 30 maart 2022 blijkt uit het tussenvonnis van dit gerecht van die datum. De bij dat vonnis gelaste comparitie zou plaatsvinden op donderdag 28 april 2022. Die comparitie heeft op verzoek van Pepia van 26 maart 2022 (en onder gelijktijdige intrekking van de door haar gevorderde (beweerdelijke) contractuele rente ad 1,5% maandelijks over de hoofdsom) en met instemming van Altamar geen doorgang gevonden, waarna de zaak voor vonnis is verwezen naar de rol.

1.2

Vonnis is nader bepaald op heden.

2 HET GESCHIL

2.1

Na vermindering van eis verzoekt Pepia dat het Gerecht bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad Altamar veroordeelt:

a. om aan Pepia te betalen Afl. 67.293,01, te vermeerderen met wettelijke rente gerekend vanaf 28 juni 2021, althans vanaf 29 september 2021, en met 15% aan vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten;

b. in de proceskosten.

2.2

Altamar voert verweer. Altamar erkent dat zij het in hoofdsom gevorderde bedrag verschuldigd is aan Pepia, maar stelt dat zij geen vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd is aan Pepia.

2.3

Voorzover van belang voor de uitspraak worden de stellingen van partijen hierna besproken.

3 DE VERDERE BEOORDELING

3.1

Het Gerecht volhardt in zijn in het tussenvonnis neergelegde overwegingen en beslissingen.

3.2

Uit het tussenvonnis volgt dat de hiervoor onder a. omschreven vordering zal worden toegewezen als na te melden, behoudens de nevenvordering ter zake van vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten.

3.3

Altamar zal, als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij, worden verwezen in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van Pepia, tot aan deze uitspraak begroot op (750,-- + 230,65 =) Afl. 980,65 aan verschotten (griffiegeld en oproepkosten) en Afl. 1.500,-- aan salaris voor de gemachtigde (1 punt van tarief 6, ad Afl. 1.500,-- per punt).

4 DE UITSPRAAK

Het Gerecht:

-veroordeelt Altamar om aan Pepia te betalen Afl. 67.293,01, te vermeerderen met wettelijke rente gerekend vanaf 28 juni 2021 tot aan de dag der algehele voldoening;

-veroordeelt Altamar in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van Pepia, tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 2.480,65;

-verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

-wijst af het meer of anders door Pepia verzochte.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 15 juni 2022 in aanwezigheid van de griffier.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.