Uitspraak · Bestuursrecht
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, 9 maart 2022
ECLI:NL:OGEAA:2022:196Zaaknummer AUA202103935 en AUA202103936
- Instantie
- Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Datum uitspraak
- 9 maart 2022
- Publicatiedatum
- 22 juli 2022
- Zaaknummer
- AUA202103935 en AUA202103936
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening - Nu gebleken is dat er inmiddels op de beroepschriften is beslist, is niet langer voldaan aan het in artikel 54, eerste lid, van de Lar neergelegde connexiteitsvereiste. De verzoeken zullen daarom niet-ontvankelijk worden verklaard
BESLISSING
Het gerecht:
verklaart de verzoeken niet-ontvankelijk.
OVERWEGINGEN
Daartoe overweegt het gerecht als volgt.
1. Ingevolge artikel 54, eerste lid, van de Lar, kan indien krachtens deze landsverordening een bezwaar- of beroepschrift aanhangig is, de indiener daarvan aan het gerecht verzoeken om de beschikking onderscheidenlijk de beslissing op het bezwaarschrift te schorsen op grond, dat de uitvoering daarvan voor betrokkene een onevenredig nadeel met zich mee zou brengen in verhouding tot het door een onmiddellijke uitvoering te dienen belang.
2. De verzoeken om voorlopige voorziening zijn ingediend tijdens het beroep van verzoekers tegen de onderscheiden beslissingen op bezwaar. Bij uitspraak van 7 maart 2022 (Lar nr. AUA202101589) heeft het gerecht het beroep tegen de beslissing op bezwaar van 4 februari 2021 (inzake het bezwaarschrift van 10 augustus 2020 gericht tegen de beschikking van 28 mei 2020 BA-0853-2019) niet-ontvankelijk verklaard. Bij uitspraak van 7 maart 2022 (Lar nr. AUA202101590) heeft het gerecht het beroep tegen de beslissing op bezwaar van 4 februari 2021 (inzake het bezwaarschrift van 10 augustus 2020 gericht tegen de beschikking van 30 oktober 2019 BA-0899-2019) niet-ontvankelijk verklaard.
3. Nu gebleken is dat er inmiddels op de beroepschriften is beslist, is niet langer voldaan aan het in artikel 54, eerste lid, van de Lar neergelegde connexiteitsvereiste. De verzoeken zullen daarom niet-ontvankelijk worden verklaard.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen grond.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar op 9 maart 2022 door mr. M.E.B. de Haseth, rechter in dit gerecht, in aanwezigheid van de griffier.
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Volledige tekst
Uitspraak van 9 maart 2022
Lar nrs. AUA202103935 en AUA202103936
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
PROCES-VERBAAL VAN DE MONDELINGE UITSPRAAK
op de verzoeken in de zin van artikel 54 van de
Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van:
1. [Verzoeker 1],
2. [Verzoeker 2],
3. [Verzoeker 3],
4. [Verzoeker 4],
5. [Verzoeker 5],
6. [Verzoeker 6],
7. [Verzoeker 7],
8. [Verzoeker 8],
9. [Verzoeker 9],
10. [Verzoeker 10],
allen wonend in Aruba,
VERZOEKERS,
gemachtigde: de advocaat mr. M.B. Boyce,
gericht tegen:
DE MINISTER VAN ALGEMENE ZAKEN, INNOVATIE, OVERHEIDSORGANISATIE, INFRASTRUCTUUR EN RUIMTELIJKE ORDENING,
zetelend in Aruba,
VERWEERDER,
gemachtigden: mr. V.M. Emerencia en mr. J.J.S. Poeran (DWJZ).
met als derde-belanghebbende:
THREE RIVERS REAL ESTATE VBA, hierna: vergunninghoudster,
gevestigd in Aruba,
gemachtigden: de advocaten mr. M.R.M. Reinkemeyer en mr. A.A. Ruiz.
Openbare zitting gehouden op 9 maart 2022 om 8.30 uur.
Tegenwoordig:
mr. M.E.B. de Haseth, rechter
M.R. de Cuba, griffier
Verschenen:
Verzoekers, bij de gemachtigde voornoemd. Tevens [persoon X].
Verweerder, bij de gemachtigden voornoemd.
Vergunninghoudster, bij de gemachtigde mr. A.A. Ruiz.
BESLISSING
Het gerecht:
verklaart de verzoeken niet-ontvankelijk.
OVERWEGINGEN
Daartoe overweegt het gerecht als volgt.
1. Ingevolge artikel 54, eerste lid, van de Lar, kan indien krachtens deze landsverordening een bezwaar- of beroepschrift aanhangig is, de indiener daarvan aan het gerecht verzoeken om de beschikking onderscheidenlijk de beslissing op het bezwaarschrift te schorsen op grond, dat de uitvoering daarvan voor betrokkene een onevenredig nadeel met zich mee zou brengen in verhouding tot het door een onmiddellijke uitvoering te dienen belang.
2. De verzoeken om voorlopige voorziening zijn ingediend tijdens het beroep van verzoekers tegen de onderscheiden beslissingen op bezwaar. Bij uitspraak van 7 maart 2022 (Lar nr. AUA202101589) heeft het gerecht het beroep tegen de beslissing op bezwaar van 4 februari 2021 (inzake het bezwaarschrift van 10 augustus 2020 gericht tegen de beschikking van 28 mei 2020 BA-0853-2019) niet-ontvankelijk verklaard. Bij uitspraak van 7 maart 2022 (Lar nr. AUA202101590) heeft het gerecht het beroep tegen de beslissing op bezwaar van 4 februari 2021 (inzake het bezwaarschrift van 10 augustus 2020 gericht tegen de beschikking van 30 oktober 2019 BA-0899-2019) niet-ontvankelijk verklaard.
3. Nu gebleken is dat er inmiddels op de beroepschriften is beslist, is niet langer voldaan aan het in artikel 54, eerste lid, van de Lar neergelegde connexiteitsvereiste. De verzoeken zullen daarom niet-ontvankelijk worden verklaard.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen grond.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar op 9 maart 2022 door mr. M.E.B. de Haseth, rechter in dit gerecht, in aanwezigheid van de griffier.
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.