Uitspraak · Bestuursrecht

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, 22 november 2021

ECLI:NL:OGEAA:2021:664Zaaknummer AUA202100028

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
22 november 2021
Publicatiedatum
20 januari 2022
Zaaknummer
AUA202100028
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

verzoek ex artikel 53 van de Lar (dwangsom) - procesbelang

BESLISSING

De rechter in dit gerecht:

- wijst het verzoek af.

Deze beslissing is gegeven door mr. N.K. Engelbrecht, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 november 2021 in aanwezigheid van de griffier.

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. PROCESVERLOOP
  2. OVERWEGINGEN
  3. BESLISSING

Uitspraak van 22 november 2021

Lar nr. AUA202100028

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

UITSPRAAK

op het beroep in de zin van de

Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van:

1. [Verzoekster 1],

2. [Verzoeker 2],

beiden wonende in Aruba,

VERZOEKERS,

gemachtigde: mr. V.A.V. Carlo,

gericht tegen:

de minister van Justitie, Veiligheid en Integratie,

zetelend in Aruba,

VERWEERDER,

gemachtigde: mr. J. Paula (DIMAS).

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak van dit gerecht van 5 oktober 2020 (LAR nr. AUA202001487) heeft het gerecht de fictieve afwijzende beslissing op het bezwaar van verzoekers, vernietigd en bepaald dat verweerder binnen drie maanden na dagtekening van die uitspraak een reële beslissing dient te nemen op het bezwaar van verzoekers.

Op 7 januari 2021 hebben verzoekers onderhavig verzoek ex artikel 53 van de Lar bij het gerecht ingediend.

De zaak is ter zitting van 7 juni 2021 mondeling behandeld, waar alleen verweerder bij zijn voornoemde gemachtigde is verschenen. Hierna heeft verweerder op verzoek van het gerecht op 21 juni 2021 nadere stukken ingediend.

De uitspraak is vervolgens nader bepaald op heden.

OVERWEGINGEN

1. Het onderhavige verzoek strekt ertoe om verweerder door middel van het opleggen van een dwangsom overeenkomstig artikel 53, tweede lid, van de Lar, te verplichten alsnog gevolg te geven aan de uitspraak van 5 oktober 2020.

2. Uit de overgelegde stukken en het verhandelde ter zitting, is het volgende gebleken.

Bij beschikking van 12 februari 2020 heeft verweerder het verzoek om aan [verzoekster 1], geboren op [datum] 2001 in Aruba en van Colombiaanse nationaliteit, een vergunning in het kader van gezinshereniging te verlenen, afgewezen. Hiertegen hebben betrokkene en haar vader, [verzoeker 2], bezwaar gemaakt. De laatste vergunning tot tijdelijk verblijf van [verzoeker 2], tevens garantsteller van [verzoekster 1], was tot 1 oktober 2020 geldig. Bij voormelde uitspraak van 5 oktober 2020 is bepaald dat verweerder binnen drie maanden na dagtekening van die uitspraak een beslissing op het bezwaar dient te nemen. Bij beschikking van 2 maart 2021 is het verzoek om aan [verzoekster 1] een vergunning tot voortgezet verblijf te verlenen, afgewezen, omdat haar garantsteller geen geldige vergunning tot tijdelijk verblijf heeft.

3. Het gerecht constateert dat verweerder op 2 maart 2021 opnieuw heeft beslist op de vergunningsaanvraag van [verzoekster], waarmee verweerder gevolg heeft gegeven aan voormelde uitspraak. Verzoekers hebben gelet hierop dan ook geen belang meer bij onderhavige procedure, zodat het verzoek dient te worden afgewezen.

BESLISSING

De rechter in dit gerecht:

- wijst het verzoek af.

Deze beslissing is gegeven door mr. N.K. Engelbrecht, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 november 2021 in aanwezigheid van de griffier.

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.