Uitspraak · Civiel recht

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, 5 mei 2021

ECLI:NL:OGEAA:2021:477Zaaknummer AUA202000935

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
5 mei 2021
Publicatiedatum
21 oktober 2021
Zaaknummer
AUA202000935
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Schuldvordering.

5 DE UITSPRAAK

het Gerecht:

veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan Island Finance van een bedrag van Afl. 17.822,99, vermeerderd met de gematigde rente van 27% per jaar vanaf 30 juni 2017 tot een maximum van Afl. 12.657,- en na het bereiken van dit maximum te vermeerderen met de wettelijke rente;

veroordeelt [gedaagde] in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van Island Finance worden begroot op Afl. 750,- (Afl. 450,- + Afl. 300,-) aan griffierecht, Afl. 879,50 (Afl. 220,05 + Afl. 259,25 + Afl. 208,05 + Afl. 192,15) aan explootkosten en Afl. 3.000,- (3 punten in tarief 4) aan salaris van de gemachtigde;

verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Verhoeven, rechter in dit Gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 5 mei 2021 in aanwezigheid van de griffier.

Datum uitspraak: 5 mei 2021

Instantie: Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Zaaknummer: A.R. nr. AUA202000935

Inhoudsindicatie: schuldvordering

Formele relaties (optioneel):

Rechtsgebieden: Civiel

Rechter: mr. J.J. Verhoeven

Bijzondere kenmerken:

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 DE PROCEDURE
  2. 2 DE VASTSTAANDE FEITEN
  3. 3 DE VORDERING EN HET VERWEER
  4. 4 DE BEOORDELING
  5. 5 DE UITSPRAAK

Vonnis van 5 mei 2021

Behorend bij AUA202000935

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS

in de zaak van:

de naamloze vennootschap

ISLAND FINANCE ARUBA N.V.,

te Aruba,

hierna te noemen: Island Finance,

gemachtigde: de advocaat mr. M.E.D. Brown,

tegen:

[GEDAAGDE],

te Aruba,

hierna te noemen: [Gedaagde],

gemachtigde: de advocaat mr. A.E.A. Hernandez.

1 DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift met producties;

- de akte ter vermindering van eis;

- de conclusie van antwoord;

- de conclusie van repliek met producties,

- de conclusie van dupliek.

De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis.

2 DE VASTSTAANDE FEITEN

2.1

Op 11 november 2016 zijn Island Finance en [gedaagde] een overeenkomst van verbruikleen aangegaan, waarbij zij zijn overeengekomen dat [gedaagde] een bedrag van Afl. 15.210,57 ter leen van Island Finance ontvangt en zij zich verbindt om een bedrag van Afl. 28.313,40 in 60 maandelijkse termijnen van Afl. 471,89 aan Island Finance terug te betalen.

2.2

Bij brief van 20 december 2018 heeft Brown advocaten [gedaagde] te kennen gegeven dat per die datum aan haar ter incasso ter hand is gesteld de vordering van Island Finance op [gedaagde] van Afl. 17.847,17, vermeerderd 27,25% rente per jaar sedert 30 juni 2017, vermeerderd met 5% boeterente over de onbetaald gebleven termijnen en vermeerderd met 15% buitengerechtelijke incassokosten ter zake aan haar in verbruikleen gegeven gelden.

2.3

Op 4 januari 2019 heeft [gedaagde] een schuldbekentenis ondertekend.

2.4

Op 6 maart 2020 heeft Island Finance onder de [naam coöperatieve vereniging] conservatoir derdenbeslag doen leggen ten laste van [gedaagde].

3 DE VORDERING EN HET VERWEER

3.1

Island Finance vordert na vermindering van eis – uitvoerbaar bij voorraad – [gedaagde] te veroordelen te betalen de som van Afl. 17.822,99, vermeerderd met gematigde rente van 27% per jaar vanaf 30 juni 2017 tot een maximum van Afl. 12.657,- en na het bereiken van dit maximum te vermeerderen met de wettelijke rente en [gedaagde] te veroordelen in de proceskosten, daaronder begrepen de beslagkosten.

3.2

Aan deze vordering legt Island Finance ten grondslag dat dat zij aan [gedaagde] gelden in verbruikleen heeft verstrekt, dat [gedaagde] te kort geschoten is in de nakoming van haar terugbetalingsverplichtingen en dat zij in verband daarmee kosten heeft gemaakt.

3.3 [

Gedaagde] heeft gemotiveerd verweer gevoerd, strekkende tot afwijzing van de vordering.

4 DE BEOORDELING

4.1 [

Gedaagde] heeft de hiervoor onder 2.1 vermelde overeenkomst niet betwist. Zij heeft ook de verschuldigde hoofdsom niet betwist.

4.2

Ten aanzien van de overeengekomen rente begrijpt het Gerecht het door [gedaagde] gevoerde verweer aldus dat deze rente in strijd is met de Arubaanse goede zeden. Dit verweer faalt. Daartoe verwijst het Gerecht naar het vonnis van het Hof van 21 april 2020 (ECLI:NL:OGHACMB:2020:84) waarin het Hof heeft overwogen dat hij een APR van meer dan 27%, ook al is deze expliciet overeengekomen en zijn de daaruit voortvloeiende verplichtingen duidelijk omschreven, als nietig op grond van artikel 3:40 lid 1 BW beschouwt. In het door [gedaagde] aangevoerde ziet het Gerecht geen grond voor een ander oordeel. Naar aanleiding van het in het hofvonnis onder 2.25 overwogene, heeft Island Finance een berekening gemaakt van de door [gedaagde] verschuldigde bedragen, uitgaande van een gematigde rente tot 27%. Op basis van deze berekeningen heeft Island Finance de eis gewijzigd. [Gedaagde] heeft deze berekeningen niet betwist. Het voorgaande leidt ertoe dat de gevorderde hoofdsom, daarbij inbegrepen het bereikte maximum aan gematigde rente van 27%, op na te melden wijze wordt toegewezen.

4.3

De verschuldigdheid van de wettelijke rente is door [gedaagde] niet betwist en wordt toegewezen.

4.4 [

Gedaagde] dient, als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij, te worden veroordeeld in de proceskosten, de beslagkosten hierbij inbegrepen, gevallen aan de zijde van Island Finance.

5 DE UITSPRAAK

het Gerecht:

veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan Island Finance van een bedrag van Afl. 17.822,99, vermeerderd met de gematigde rente van 27% per jaar vanaf 30 juni 2017 tot een maximum van Afl. 12.657,- en na het bereiken van dit maximum te vermeerderen met de wettelijke rente;

veroordeelt [gedaagde] in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van Island Finance worden begroot op Afl. 750,- (Afl. 450,- + Afl. 300,-) aan griffierecht, Afl. 879,50 (Afl. 220,05 + Afl. 259,25 + Afl. 208,05 + Afl. 192,15) aan explootkosten en Afl. 3.000,- (3 punten in tarief 4) aan salaris van de gemachtigde;

verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Verhoeven, rechter in dit Gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 5 mei 2021 in aanwezigheid van de griffier.

Datum uitspraak: 5 mei 2021

Instantie: Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Zaaknummer: A.R. nr. AUA202000935

Inhoudsindicatie: schuldvordering

Formele relaties (optioneel):

Rechtsgebieden: Civiel

Rechter: mr. J.J. Verhoeven

Bijzondere kenmerken:

Wetsartikelen in deze uitspraak

Deze uitspraak verwijst naar

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.