Uitspraak · Personen- en familierecht
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, 28 januari 2020
ECLI:NL:OGEAA:2020:27Zaaknummer AUA201904029
- Instantie
- Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Datum uitspraak
- 28 januari 2020
- Publicatiedatum
- 10 februari 2020
- Zaaknummer
- AUA201904029
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Voorlopige ondertoezichtstelling
5 DE BESLISSING
Het gerecht:
stelt met ingang van heden en totdat omtrent de ondertoezichtstelling bij gewijsde is beslist, voorlopig onder toezicht, de minderjarigen:
[Mindejarige 1], geboren op [geboortedatum] 2006 in Aruba,
[Mindejarige 2], geboren op [geboortedatum] 2009 in Aruba,
[Mindejarige 3], geboren op [geboortedatum] 2011 in Aruba,
[Mindejarige 4], geboren op [geboortedatum] 2013 in Aruba,
[Mindejarige 5], geboren op [geboortedatum] 2016 in Aruba,
[Mindejarige 6], geboren op [geboortedatum] 2018 in Aruba,
beveelt de plaatsing van voornoemde minderjarige [Mindejarige 1] bij [naam pleegmoeder], gedurende de voorlopige ondertoezichtstelling,
beveelt de plaatsing van voornoemde minderjarigen [Mindejarige 2] en [Mindejarige 3] in het kindertehuis Imeldahof, gedurende de voorlopige ondertoezichtstelling
beveelt de plaatsing van voornoemde minderjarigen [Mindejarige 4], [Mindejarige 5] en [Mindejarige 6] in het kindertehuis Casa Cuna, gedurende de voorlopige ondertoezichtstelling
benoemt [Naam voorgestelde gezinsvoogd] als gezinsvoogd over de minderjarigen,
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven op 28 januari 2020 door mr. E.M.D. Angela, rechter in dit gerecht, in tegenwoordigheid van de griffier.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
Beschikking van 28 januari 2020
behorend bij AUA201904029
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
BESCHIKKING
op het verzoek van:
DE VOOGDIJRAAD,
kantoorhoudend in Aruba,
VERZOEKER,
vertegenwoordigd.
om voorlopige ondertoezichtstelling van:
1. [Mindejarige 1]geboren op [geboortedatum] 2006 in Aruba,
2. [Mindejarige 2]geboren op [geboortedatum] 2009 in Aruba,
3. [Mindejarige 3]geboren op [geboortedatum] 2011 in Aruba,
4. [Mindejarige 4]geboren op [geboortedatum] 2013 in Aruba,
5. [Mindejarige 5]geboren op [geboortedatum] 2016 in Aruba,
6. [Mindejarige 6]geboren op [geboortedatum] 2018 in Aruba,
de minderjarigen,
Belanghebbenden:
[Naam moeder 1], de moeder,
[Naam vader 1], de biologische vader van de minderjarige sub 1,
[Naam vader 2], de juridische vader van de minderjarigen sub 2 en 3,
[Naam vader 3], de vader van de minderjarigen sub 4 t/m 6 en de biologische vader van de minderjarigen sub 2 en 3,
[Naam voorgestelde gezinsvoogd], de voorgestelde gezinsvoogd.
1 DE PROCEDURE
De procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift ingediend op 15 november 2019,
- het minderjarigenverhoor van [minderjarige] op 25 november 2019,
- de mondelinge behandeling ter zitting met gesloten deuren van 26 november 2019, waar zijn verschenen de raadsonderzoeker van de Voogdijraad, mevrouw [naam raadsonderzoeker], de moeder en de vader [naam vader 3] in persoon, de vader [naam vader 1] en [Naam pleegmoeder] in persoon en de voorgestelde gezinsvoogd.
De
2 DE FEITEN
De minderjarige sub 1 is geboren uit de affectieve relatie tussen de moeder en [Naam vader 1]. De vader heeft de minderjarige niet erkend. De moeder oefent het gezag over de minderjarige alleen uit.
De minderjarigen sub 2 en 3 ([minderjarige 2] en [minderjarige 3]) zijn geboren uit het (schijn) huwelijk tussen de vader [naam vader 2] en de moeder. De ouders oefenen het gezag over de minderjarigen sub 2 en 3 gezamenlijk uit. [Naam vader 2] en de moeder zijn gescheiden.
De vader [naam vader 3] is de biologische vader van de minderjarigen sub 2 en 3.
De minderjarigen sub 4 t/m 5 zijn geboren uit de affectieve relatie tussen de moeder en de vader [naam vader 3]. De vader [naam vader 3] heeft de minderjarigen sub 4 t/m 5 erkend. De moeder oefent het gezag over de minderjarigen sub 4 t/m 5 alleen uit.
Op 3 oktober 2019 heeft het openbaar ministerie de minderjarigen voorlopig aan de Voogdijraad toevertrouwd. Sinds 21 oktober 2019 verblijft de minderjarige sub 1 bij mevrouw [Naam pleegmoeder], de minderjarigen sub 2 en 3 in het kindertehuis Imeldahof en de minderjarigen sub 4 t/m 6 in het kindertehuis Casa Cuna.
3 HET VERZOEK
Verzocht wordt de minderjarigen voorlopig onder toezicht te stellen totdat op het verzoek tot ondertoezichtstelling bij gewijsde is beslist, met de plaatsing van de minderjarige sub 1 bij mevrouw [Naam pleegmoeder], de minderjarigen sub 2 en 3 in het kindertehuis Imeldahof en de minderjarigen sub 4, 5 en 6 in het kindertehuis Casa Cuna en met benoeming van [Naam voorgestelde gezinsvoogd] als gezinsvoogd.
4 DE BEOORDELING
Het onderhavige verzoek is gegrond op artikel 1:257 van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (BWA).
Ingevolge artikel 1:254 e.v. BWA kan de rechter, indien een kind zodanig opgroeit dat het met zedelijke of lichamelijke ondergang wordt bedreigd, het kind onder toezicht stellen, met benoeming van een gezinsvoogd en met uithuisplaatsing, indien dit in het belang van de verzorging en opvoeding noodzakelijk is.
Ingevolge artikel 1:257 BWA kan de rechter, hangende het onderzoek, het kind voorlopig onder toezicht stellen.
Uit voornoemde bepalingen vloeit voort dat de voorlopige maatregel slechts kan worden genomen indien een verzoek of vordering tot ondertoezichtstelling is gedaan, en de uitkomst van het onderzoek niet kan worden afgewacht. Het moet dus gaan om een acute noodsituatie. Ter beoordeling ligt dus thans voor de vraag of het dringend en onverwijld noodzakelijk is de minderjarigen, hangende het onderzoek naar de vraag of de ondertoezichtstelling geboden is, voorlopig onder toezicht te stellen en hen te doen opnemen in een inrichting of elders dan in een inrichting.
Uit de verkregen informatie blijkt dat het dringend en onverwijld noodzakelijk is de minderjarigen, hangende een nader in te stellen onderzoek naar de vraag of de ondertoezichtstelling geboden is, voorlopig onder toezicht te stellen, met plaatsing van de minderjarige sub 1 bij mevrouw [naam pleegmoeder], de minderjarigen sub 2 en 3 in het kindertehuis Imeldahof en de minderjarigen sub 4, 5 en 6 in het kindertehuis Casa Cuna.
5 DE BESLISSING
Het gerecht:
stelt met ingang van heden en totdat omtrent de ondertoezichtstelling bij gewijsde is beslist, voorlopig onder toezicht, de minderjarigen:
[Mindejarige 1], geboren op [geboortedatum] 2006 in Aruba,
[Mindejarige 2], geboren op [geboortedatum] 2009 in Aruba,
[Mindejarige 3], geboren op [geboortedatum] 2011 in Aruba,
[Mindejarige 4], geboren op [geboortedatum] 2013 in Aruba,
[Mindejarige 5], geboren op [geboortedatum] 2016 in Aruba,
[Mindejarige 6], geboren op [geboortedatum] 2018 in Aruba,
beveelt de plaatsing van voornoemde minderjarige [Mindejarige 1] bij [naam pleegmoeder], gedurende de voorlopige ondertoezichtstelling,
beveelt de plaatsing van voornoemde minderjarigen [Mindejarige 2] en [Mindejarige 3] in het kindertehuis Imeldahof, gedurende de voorlopige ondertoezichtstelling
beveelt de plaatsing van voornoemde minderjarigen [Mindejarige 4], [Mindejarige 5] en [Mindejarige 6] in het kindertehuis Casa Cuna, gedurende de voorlopige ondertoezichtstelling
benoemt [Naam voorgestelde gezinsvoogd] als gezinsvoogd over de minderjarigen,
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven op 28 januari 2020 door mr. E.M.D. Angela, rechter in dit gerecht, in tegenwoordigheid van de griffier.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.