Uitspraak · Bestuursrecht

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, 3 februari 2020

ECLI:NL:OGEAA:2020:154Zaaknummer AUA201902584

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
3 februari 2020
Publicatiedatum
4 mei 2020
Zaaknummer
AUA201902584
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

fictief - appellant wenst het beroep slechts te handhaven om in aanmerking te komen voor teruggave van het door hem betaalde griffierecht en vergoeding van proceskosten. Onder deze omstandigheden bestaat evenwel geen belang bij het beoordelen van het met een afwijzende beschikking gelijkgestelde uitblijven van een beschikking op het bezwaar. Het beroep is niet-ontvankelijk. Nu verweerder de bestreden fictieve afwijzende beschikking niet ten voordele van appellant heeft ingetrokken dan wel gewijzigd, bestaat geen aanleiding voor teruggave van het griffierecht, zoals door appellant verzocht.

3 BESLISSING

De rechter in dit gerecht:

- verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze beslissing is gegeven door mr. M.E.B. de Haseth, rechter in dit gerecht, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op maandag 3 februari 2020, in aanwezigheid van de griffier.

Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na dagtekening van deze uitspraak hoger beroep instellen bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (LAR-zaken).

Het hogerberoepschrift moet worden ingediend bij de griffie van dit Gerecht.

U wordt verzocht bij het indienen van het hogerberoepschrift het volgende in acht te nemen:

1. Leg bij het hogerberoepschrift een afschrift over van deze uitspraak;

2. Onderteken het hogerberoepschrift en vermeld het volgende:

a. de naam en het adres van de indiener of de gemachtigde,

b. de dag van ondertekening,

c. waartegen u in hoger beroep komt,

d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).

Voor het instellen van hoger beroep is een griffierecht van Afl. 75 verschuldigd.

Rechter: mr. M.E.B. de Haseth

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 PROCESVERLOOP
  2. 2 OVERWEGINGEN
  3. 3 BESLISSING

Uitspraak van 3 februari 2020

Lar nr. AUA201902584

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

UITSPRAAK

op het beroep in de zin van de

Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van:

[appellant],

wonend in Aruba,

APPELLANT,

gemachtigde: mr. D.G. Kock,

gericht tegen:

de Minister van Justitie, Veiligheid en Integratie,

zetelend in Aruba,

VERWEERDER,

gemachtigde: mr. J. Paula (Dimas).

1 PROCESVERLOOP

Bij beschikking van 16 april 2019 heeft verweerder het verzoek van appellant om verlening van een tijdelijke verblijfsvergunning afgewezen.

Op 10 mei 2019 heeft appellant daartegen bezwaar gemaakt.

Tegen het uitblijven van een beslissing op het bezwaar heeft appellant op 5 augustus 2019 beroep ingesteld bij dit gerecht.

Op 10 oktober 2019 heeft verweerder een verweerschrift ingediend.

Uitspraak is bepaald op heden.

2 OVERWEGINGEN

2.1

In het verweerschrift heeft verweerder te kennen gegeven dat hij bij beschikking van 8 oktober 2019 alsnog heeft beslist op het door appellant gemaakte bezwaar. Daarbij heeft hij dat bezwaar ongegrond verklaard en de afwijzing van 16 april 2019 gehandhaafd. Een afschrift van deze beschikking is bij het verweerschrift gevoegd.

Daartoe in de gelegenheid gesteld, heeft appellant op de rolzitting van 2 december 2019 te kennen gegeven dat hij het voorliggende beroep slechts wenst te handhaven om in aanmerking te komen voor teruggave van het door hem betaalde griffierecht en vergoeding van proceskosten. Onder deze omstandigheden bestaat evenwel geen belang bij het beoordelen van het met een afwijzende beschikking gelijkgestelde uitblijven van een beschikking op het bezwaar van appellant gericht tegen de beschikking van 16 april 2019.

2.3

Het beroep is niet-ontvankelijk.

2.4

Nu verweerder de bestreden fictieve afwijzende beschikking niet ten voordele van appellant heeft ingetrokken dan wel gewijzigd, bestaat geen aanleiding voor teruggave van het griffierecht, zoals door appellant verzocht (artikel 30, tweede lid, van de Lar).

3 BESLISSING

De rechter in dit gerecht:

- verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze beslissing is gegeven door mr. M.E.B. de Haseth, rechter in dit gerecht, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op maandag 3 februari 2020, in aanwezigheid van de griffier.

Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na dagtekening van deze uitspraak hoger beroep instellen bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (LAR-zaken).

Het hogerberoepschrift moet worden ingediend bij de griffie van dit Gerecht.

U wordt verzocht bij het indienen van het hogerberoepschrift het volgende in acht te nemen:

1. Leg bij het hogerberoepschrift een afschrift over van deze uitspraak;

2. Onderteken het hogerberoepschrift en vermeld het volgende:

a. de naam en het adres van de indiener of de gemachtigde,

b. de dag van ondertekening,

c. waartegen u in hoger beroep komt,

d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).

Voor het instellen van hoger beroep is een griffierecht van Afl. 75 verschuldigd.

Rechter: mr. M.E.B. de Haseth

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.