Uitspraak · Civiel recht
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, 19 februari 2019
ECLI:NL:OGEAA:2019:94Zaaknummer AUA201801958
- Instantie
- Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Datum uitspraak
- 19 februari 2019
- Publicatiedatum
- 11 maart 2019
- Zaaknummer
- AUA201801958
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
EJ. Curatele. Het verzoek wordt afgewezen wegens gebrek aan informatie en onderbouwing.
4 DE BESLISSING
Het gerecht:
wijst het gevorderde af.
Deze beschikking is gegeven door mr. S. Verheijen, rechter in dit gerecht, ter terechtzitting van dinsdag 19 februari 2019 in tegenwoordigheid van de griffier.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
Beschikking van 19 februari 2019
behorend bij AUA201801958
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
BESCHIKKING
op het verzoek van:
[Verzoekster],
wonende in Aruba,
VERZOEKSTER,
procederend in persoon,
tegen:
[verweerster],
wonende in Aruba,
VERWEERSTER, de curatrice,
in persoon.
Belanghebbenden:
[curandus], de onder curatele gestelde,
1 DE PROCEDURE
De procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift, ingediend op 3 juli 2018,
- de griffiersaantekeningen van de behandeling van 16 oktober 2018, waaruit blijkt dat zijn verschenen de verzoekster in persoon.
De uitspraak is
2 HET VERZOEK
Verzoekster verzoekt, naar het Gerecht begrijpt, om mevrouw [verweerster] als curatrice van de heer [curandus] te ontslaan, onder gelijktijdige benoeming van zichzelf tot opvolgend curatrice. Daartoe wordt aangevoerd dat mevrouw [verweerster] aan dementie lijdt, waardoor zij haar taken als curatrice niet langer kan vervullen.
3 DE BEOORDELING
Ingevolge artikel 1:385 lid 1 onder c van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (BWA) kan de curator te allen tijde wegens gewichtige redenen op eigen verzoek, op verzoek van de uit hoofde van verkwisting of gewoonte van drankmisbruik, dan wel misbruik van verdovende of stimulerende middelen onder curatele gestelde, op vordering van het openbaar ministerie of ambtshalve door de rechter worden ontslagen.
Uit het ingediende verzoekschrift met stukken en het verhandelde ter zitting blijkt dat het verzoekschrift onvoldoende is onderbouwd met de relevante stukken en niet genoeg informatie beschikt. Verweerster is in de gelegenheid gesteld om alsnog deze stukken in te dienen ter zitting van 30 oktober 2018, 27 november 2018 en 8 januari 2019. Alhoewel goed opgeroepen heeft verweerster geen aanvullende stukken ingediend.
Het verzoek wordt derhalve afgewezen wegens gebrek aan informatie en onderbouwing.
4 DE BESLISSING
Het gerecht:
wijst het gevorderde af.
Deze beschikking is gegeven door mr. S. Verheijen, rechter in dit gerecht, ter terechtzitting van dinsdag 19 februari 2019 in tegenwoordigheid van de griffier.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.