Uitspraak · Socialezekerheidsrecht

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, 14 februari 2019

ECLI:NL:OGEAA:2019:83Zaaknummer CVB nr. AUA201601597

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
14 februari 2019
Publicatiedatum
21 februari 2019
Zaaknummer
CVB nr. AUA201601597
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Artikel 7, lid 1 onder sub a Landsverordening Ziekteverzekering. Geen recht op tegemoetkoming. Ziekte veroorzaakt door alcoholisme.

3 DE BESLISSING

Het college:

- verklaart het beroep van appellant ongegrond.

Aldus gegeven op 14 februari 2019 door mr. N.K. Engelbrecht, voorzitter, en E. de Cuba, lid, in tegenwoordigheid van de secretaris.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 PROCESVERLOOP
  2. 2 DE OVERWEGING
  3. 3 DE BESLISSING

Uitspraak van 14 februari 2019

CVB nr. AUA201601597

COLLEGE VAN BEROEP

UITSPRAAK

op het beroep in de zin van de

Landsverordening Ziekteverzekering (LvZv) van:

[ Appellant ],

wonende in Aruba,

APPELLANT,

gemachtigde: [ T] (FTA),

tegen de beslissing van 4 november 2016 van

DE SOCIALE VERZEKERINGSBANK,

gevestigd te Aruba,

VERWEERDER, hierna te noemen de bank,

gemachtigde: de advocaat mr. M.D. Tromp.

1 PROCESVERLOOP

1.1

Bij beschikking van 4 november 2016 heeft de bank besloten dat appellant vanaf 4 november 2016 geen recht heeft op een tegemoetkoming overeenkomstig de LvZv in verband met de ziekte oesophagus varices, aangezien die ziekte te wijten is aan het gebruik van alcoholhoudende drank.

1.2

Daartegen heeft appellant op 25 november 2016 beroep aangetekend bij dit College.

1.3

Op 28 maart 2017 heeft de bank een verweerschrift ingediend.

1.4

Het beroep van appellant is met toestemming van partijen door dit college, bestaande uit de voorzitter en het lid namens de werkgeversorganisaties, behandeld op de bijeenkomst van 15 november 2018. Op die bijeenkomst waren namens de bank aanwezig, mr. B. Every, juridisch adviseur, drs. M. Schaad, verzekeringsarts en M. de Cuba, M.D., controlearts, bijgestaan door de gemachtigde voornoemd. Appellant is, ondanks daartoe behoorlijk te zijn opgeroepen, niet verschenen.

2 DE OVERWEGING

2.1

Appellant kan zich niet verenigen met de beslissing van de bank om hem geen ziekengeld toe te kennen. Hij stelt zich daarbij op het standpunt dat de beslissing onterecht is nu zijn ziekte is veroorzaakt door alcoholisme, dat zelf ook een ziekte is.

2.2

Ter beoordeling ligt voor de vraag of de bank terecht heeft besloten aan appellant geen ziekengeld uit te keren.

2.3

In artikel 7 van de LvZv zijn de gevallen opgenomen, waarin een arbeider geen recht op tegemoetkoming kan doen gelden. Voor zover hier van belang bepaalt artikel 7, eerste lid en onder a van de LvZv dat de arbeider geen recht op tegemoetkoming heeft of dit recht verliest indien de ziekte te wijten is aan het gebruik van alcoholhoudende drank of bedwelmende middelen.

2.4

Niet in geschil is dat de ziekte van appellant, waarvoor hij tegemoetkoming heeft geclaimd veroorzaakt is door het gebruik van alcoholhoudende drank.

Nu de wetgever ziektes die veroorzaakt zijn door alcoholgebruik heeft uitgesloten van het recht op ziekengeld, heeft de bank naar het oordeel van College terecht besloten aan appellant geen tegemoetkoming toe te kennen.

2.5

Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat het beroep van appellant ongegrond is.

3 DE BESLISSING

Het college:

- verklaart het beroep van appellant ongegrond.

Aldus gegeven op 14 februari 2019 door mr. N.K. Engelbrecht, voorzitter, en E. de Cuba, lid, in tegenwoordigheid van de secretaris.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.