Uitspraak · Civiel recht
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, 12 juni 2019
ECLI:NL:OGEAA:2019:424Zaaknummer AUA201802712
- Instantie
- Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Datum uitspraak
- 12 juni 2019
- Publicatiedatum
- 16 juli 2019
- Zaaknummer
- AUA201802712
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Civiel, buitengerechtelijke kosten, aanmaning, niet in gebreke, niet in verzuim.
3 DE UITSPRAAK
Het Gerecht:
veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan Treston van een bedrag van Afl. 7.659,46;
compenseert de proceskosten in dier voege dat iedere partij de eigen kosten draagt;
verklaart de veroordeling in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J. Sap, rechter, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag, 12 juni 2019 in aanwezigheid van de griffier.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
Vonnis van 12 juni 2019
Behorend bij A.R. AUA201802712
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS
in de zaak van:
TRESTON INSURANCE COMPANY (ARUBA) N.V.,
te Aruba,
EISERES, hierna ook te noemen: Treston,
gemachtigde: mr. M.B. Boyce,
tegen:
[Gedaagde],
te Aruba,
GEDAAGDE, hierna ook te noemen: [gedaagde],
procederend in persoon, later bij gemachtigde: mr. R. Henriquez.
1 DE PROCEDURE
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift;
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis.
2 HET GESCHIL EN DE BEOORDELING
Treston vordert dat [gedaagde] wordt veroordeeld tot betaling van Afl. 7.659,46 vermeerderd met rente en kosten. Zij legt aan de vordering ten grondslag dat [gedaagde] in gebreke is gebleven met de betaling van het verschuldigde, zoals dat blijkt uit een schuldbekentenis van 13 april 2010.
Gedaagde] heeft als verweer gevoerd, zo begrijpt het Gerecht, dat er geen buitengerechtelijke kosten zijn gemaakt en dat deze (anders) moeten worden gematigd.
Het Gerecht constateert dat Treston niet heeft aangetoond dat buitengerechtelijke kosten zijn gemaakt. De aanmaningen die zij heeft overgelegd betreffen een medeschuldenaar, een zekere [naam medeschuldenaar]. Dat [gedaagde] is aangemaand is niet aannemelijk geworden. Dit leidt ertoe dat de buitengerechtelijke kosten worden afgewezen. Bij dupliek heeft [gedaagde] nog gesteld dat hij de overeenkomst had willen nakomen en dat de procedure onnodig is gestart. Het Gerecht begrijpt dat verweer zo, dat hij niet in gebreke is geraakt. Dat verweer slaagt, waarbij het Gerecht betrekt dat Treston niet aannemelijk heeft gemaakt dat [gedaagde] in verzuim is geraakt - hij is immers niet aangemaand. Het Gerecht zal de hoofdsom dan ook toewijzen, maar de rest afwijzen.
Bij deze stand van zaken zullen de proceskosten worden gecompenseerd.
3 DE UITSPRAAK
Het Gerecht:
veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan Treston van een bedrag van Afl. 7.659,46;
compenseert de proceskosten in dier voege dat iedere partij de eigen kosten draagt;
verklaart de veroordeling in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J. Sap, rechter, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag, 12 juni 2019 in aanwezigheid van de griffier.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.