Uitspraak · Civiel recht
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, 12 juni 2019
ECLI:NL:OGEAA:2019:421Zaaknummer AUA201900485
- Instantie
- Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Datum uitspraak
- 12 juni 2019
- Publicatiedatum
- 16 juli 2019
- Zaaknummer
- AUA201900485
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Civiel, Exceptief verweer.
3 DE UITSPRAAK
Het Gerecht:
-stelt [gedaagden I en II] in de gelegenheid om alsnog van antwoord te dienen, en verwijst de zaak daartoe (in verband met het reces) naar de rolzitting van woensdag 21 augustus 2019, ambtshalve peremptoir (P-1);
-houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze rolbeschikking is gegeven door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 12 juni 2019 in tegenwoordigheid van de griffier.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
Rolbeschikking van 12 juni 2019
Behorend bij A.R. no. AUA201900485
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
ROLBESCHIKKING in de zaak van:
[Naam eiser],
wonende in Aruba, voor deze zaak gedomicilieerd te [plaats] [(Buitenland) ten kantore van ZIJN in [buitenland] gevestigde hierna genoemde advocaat,
eiser,
hierna ook te noemen: [naam eiser],
gemachtigde: de advocaat mr. J. Oerlemans,
tegen:
de besloten vennootschap
[Gedaagde I],
tevens h.o.d.n. [naam B.V.],
gevestigd in Aruba,
hierna ook te noemen: [gedaagde I]
en:
[Gedaagde II],
wonende in Aruba,
hierna ook te noemen: [Gedaagde II],
gedaagden,
hierna gezamenlijk ook te noemen: [gedaagde I en II],
gemachtigde: de advocaat mr. D.G. Kock.
1 HET PROCESVERLOOP
Het procesverloop blijkt uit:
-het verzoekschrift, met producties;
-de door [gedaagden I en II] zogenoemde “Incidentele conclusie/Exceptief verweer”, met één productie.
Rolbeschikking is bepaald op heden.
2 DE BEOORDELING
De door [gedaagden I en II] in hun “Incidentele conclusie/Exceptief verweer” opgeworpen exceptieve weren brengen naar het oordeel van het Gerecht niet mee dat sprake is van een incident in de lopende hoofdzaak. Bedoelde weren hadden vooropgesteld opgeworpen moeten worden in de door [gedaagden I en II] te nemen conclusie van antwoord teneinde die in die hoofdzaak, in beginsel nadat die is uitgeprocedeerd, als eerste te bespreken.
Mede gelet op het niet geringe financiële belang dat gemoeid gaat met deze zaak zal het Gerecht [gedaagden I en II] billijkheidshalve in de gelegenheid stellen om alsnog, maar dan wel onder ambtshalve peremptoirstelling (P-1), van antwoord te dienen als na te melden. Daarna komt de zaak weer voor rolbeschikking te staan, ter beantwoording van de vraag of er al dan niet gecompareerd gaat worden na antwoord.
Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.
3 DE UITSPRAAK
Het Gerecht:
-stelt [gedaagden I en II] in de gelegenheid om alsnog van antwoord te dienen, en verwijst de zaak daartoe (in verband met het reces) naar de rolzitting van woensdag 21 augustus 2019, ambtshalve peremptoir (P-1);
-houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze rolbeschikking is gegeven door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 12 juni 2019 in tegenwoordigheid van de griffier.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.