Uitspraak · Personen- en familierecht
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, 2 juli 2019
ECLI:NL:OGEAA:2019:400Zaaknummer AUA201900256
- Instantie
- Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Datum uitspraak
- 2 juli 2019
- Publicatiedatum
- 8 juli 2019
- Zaaknummer
- AUA201900256
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
personen- en familierecht, kinderalimentatie, moeder niet verschenen
5 DE BESLISSING
Het gerecht:
bepaalt de door de moeder [naam moeder] met ingang van 1 mei 2019 maandelijks te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige [naam kind], geboren op [geboortedatum] 2011 in Aruba, op een bedrag van Afl. 400,- per maand, bij vooruitbetaling aan de Voogdijraad te voldoen,
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad,
wijst af het anders of meer verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. N.K. Engelbrecht, rechter in dit gerecht, en uitgesproken ter zitting van dinsdag 2 juli 2019 in aanwezigheid van de griffier.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
Beschikking van 2 juli 2019
behorend bij EJ nr. AUA201900256
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
BESCHIKKING
in de alimentatiezaak tussen
DE VOOGDIJRAAD,
gevestigd in Aruba,
VERZOEKER,
vertegenwoordigd.
en
[naam moeder],
wonende in Aruba, aan de [adres],
VERWEERSTER, hierna te noemen de moeder,
niet verschenen.
Belanghebbende:
[naam vader], de vader.
1 DE PROCEDURE
De procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift, ingediend op 24 januari 2019;
- het aangepaste verzoekschrift, ingediend op 4 april 2019;
- de mondelinge behandeling ter zitting van 26 maart 2019, waaruit blijkt zijn verschenen: de vader in persoon en de medewerker van de Voogdijraad, mevrouw [medewerker 1];
- de mondelinge behandeling ter zitting van 28 mei 2019, waaruit blijkt dat zijn verschenen: de vader in persoon en de medewerkers van de Voogdijraad, de heer [medewerker 2] en mevrouw mr. [medewerker 3]. De moeder heeft geen verweerschrift ingediend en is, ondanks daartoe behoorlijk te zijn opgeroepen, niet verschenen.
De uitspraak is
2 DE FEITEN
De thans nog minderjarige [naam kind] (hierna: de minderjarige) is op [geboortedatum] 2011 in Aruba geboren uit de relatie tussen de vader en de moeder.De vader heeft de minderjarige erkend.
Bij beschikking van dit gerecht van 20 maart 2018 (EJ 209 van 2107 / AUA201701528) is bepaald dat de vader voortaan gezamenlijk met de moeder het gezag over de minderjarige zal uitoefenen en is het hoofdverblijf van de minderjarige bij de vader bepaald.
3 HET VERZOEK
Het verzoek strekt tot het veroordelen van de moeder tot betaling van een maandelijkse bijdrage van Afl. 400,- ingaande 1 februari 2019 als voorziening in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige.
4 DE BEOORDELING
Het gerecht stelt voorop dat ouders verplicht zijn te voorzien in de kosten van verzorging en opvoeding van hun minderjarige kinderen. Dit geschiedt naar draagkracht. Artikel 1:406 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (hierna: BWA) bepaalt, dat in het geval een ouder zijn verplichting tot voorziening in de kosten van verzorging en opvoeding niet of niet behoorlijk nakomt, zowel de Voogdijraad als de andere ouder de rechter kan verzoeken het bedrag te bepalen dat deze ouder ten behoeve van het kind zal moeten uitkeren.
Aan het verzoek is ten grondslag gelegd dat de kosten van de minderjarige maandelijks gemiddeld Afl. 807,- bedragen, en dat de vader maandelijks, na aftrek van de noodzakelijke lasten, Afl. 312,- overhoudt. Met dit bedrag moet hij in de kosten van de minderjarige voorzien.
De moeder heeft geen gebruik gemaakt van de aan haar geboden gelegenheid zich te verweren.
Gelet op de draagkracht van de vader, de behoefte van de minderjarige en op het ontbreken van enig verweer acht het gerecht een door de moeder te betalen bijdrage van Afl. 400,- per maand in de kosten van verzorging en opvoeding in overeenstemming met de wettelijke maatstaven, zij het dat de alimentatieverplichting in mei 2019 ingaat, omdat de moeder geacht kan worden niet eerder van het verzoek te hebben kennisgenomen.
5 DE BESLISSING
Het gerecht:
bepaalt de door de moeder [naam moeder] met ingang van 1 mei 2019 maandelijks te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige [naam kind], geboren op [geboortedatum] 2011 in Aruba, op een bedrag van Afl. 400,- per maand, bij vooruitbetaling aan de Voogdijraad te voldoen,
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad,
wijst af het anders of meer verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. N.K. Engelbrecht, rechter in dit gerecht, en uitgesproken ter zitting van dinsdag 2 juli 2019 in aanwezigheid van de griffier.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.