Uitspraak · Bestuursrecht

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, 8 mei 2019

ECLI:NL:OGEAA:2019:311Zaaknummer AUA2019001252

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
8 mei 2019
Publicatiedatum
7 juni 2019
Zaaknummer
AUA2019001252
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

verzoek ex artikel 54 Lar - asiel -

BESLISSING

De voorzieningenrechter:

wijst het verzoek af.

OVERWEGINGEN

1. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af, omdat de afwijzing van de asielaanvraag naar het voorlopige oordeel in rechte in stand zal kunnen blijven. Verweerder heeft op goede grond geconcludeerd dat verzoeker niet geloofwaardig heeft gemaakt dat hij aan een demonstratie heeft deelgenomen op 22 februari 2017 en dat dit tot gevolg heeft gehad dat hij daardoor in de gerichte individuele belangstelling van de autoriteiten is komen te staan. De deelname van verzoeker aan de demonstratie is niet verifieerbaar. Uit de verklaring van verzoeker is niet gebleken dat de autoriteiten op de hoogte zijn geraakt van foto’s van hem bij de demonstratie. Verzoeker baseert dit slechts op een vermoeden, zoals verweerders gemachtigde ter zitting terecht heeft gesteld. Verzoeker heeft verder pas jaren later asiel gevraagd, is legaal uitgereisd en heeft in zijn land van herkomst vrij kunnen bewegen.

2. De voorzieningenrechter oordeelt, op basis van hetgeen is aangevoerd en uit algemene bronnen bekend is, dat verzoeker niet behoeft te vrezen voor een schending van een artikel 3 EVRM door zijn loutere aanwezigheid in Venezuela. Verder behoort hij niet tot een groep activisten die in de bijzondere aandacht staat.

Deze beslissing is gegeven door mr. M. Soffers, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 mei 2019 in aanwezigheid van de griffier.

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. PROCESVERLOOP
  2. BESLISSING
  3. OVERWEGINGEN

Uitspraak van 8 mei 2019

Lar nr. AUA2019001252

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

PROCES-VERBAAL VAN DE MONDELINGE UITSPRAAK

op het verzoek in de zin van artikel 54 van de

Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van:

[ Verzoeker ],

van Venezolaanse nationaliteit,

VERZOEKER,

gemachtigde: drs. M.L. Hassell,

gericht tegen:

DE MINISTER VAN JUSTITIE, VEILIGHEID EN INTEGRATIE,

zetelend in Aruba,

VERWEERDER,

gemachtigde: J. Harewood (DIMAS).

PROCESVERLOOP

Bij beschikking, gedateerd 11 april 2019 (bestreden beschikking), heeft verweerder het asielverzoek van verzoeker afgewezen.

Tegen deze beschikking heeft verzoeker op 15 april 2019 bezwaar gemaakt.

Op 15 april 2019 heeft verzoeker bij dit gerecht een verzoekschrift ex artikel 54 van de Lar ingediend.

Het verzoek is behandeld ter zitting van 8 mei 2019. Verzoeker is niet verschenen en zijn gemachtigde is wel verschenen, en verweerder bij zijn gemachtigde.

De uitspraak is terstond gedaan.

BESLISSING

De voorzieningenrechter:

wijst het verzoek af.

OVERWEGINGEN

1. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af, omdat de afwijzing van de asielaanvraag naar het voorlopige oordeel in rechte in stand zal kunnen blijven. Verweerder heeft op goede grond geconcludeerd dat verzoeker niet geloofwaardig heeft gemaakt dat hij aan een demonstratie heeft deelgenomen op 22 februari 2017 en dat dit tot gevolg heeft gehad dat hij daardoor in de gerichte individuele belangstelling van de autoriteiten is komen te staan. De deelname van verzoeker aan de demonstratie is niet verifieerbaar. Uit de verklaring van verzoeker is niet gebleken dat de autoriteiten op de hoogte zijn geraakt van foto’s van hem bij de demonstratie. Verzoeker baseert dit slechts op een vermoeden, zoals verweerders gemachtigde ter zitting terecht heeft gesteld. Verzoeker heeft verder pas jaren later asiel gevraagd, is legaal uitgereisd en heeft in zijn land van herkomst vrij kunnen bewegen.

2. De voorzieningenrechter oordeelt, op basis van hetgeen is aangevoerd en uit algemene bronnen bekend is, dat verzoeker niet behoeft te vrezen voor een schending van een artikel 3 EVRM door zijn loutere aanwezigheid in Venezuela. Verder behoort hij niet tot een groep activisten die in de bijzondere aandacht staat.

Deze beslissing is gegeven door mr. M. Soffers, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 mei 2019 in aanwezigheid van de griffier.

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.