Uitspraak · Strafrecht
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, 13 december 2018
ECLI:NL:OGEAA:2018:853Zaaknummer 420 van 2018
- Instantie
- Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Datum uitspraak
- 13 december 2018
- Publicatiedatum
- 29 april 2019
- Zaaknummer
- 420 van 2018
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Het Gerecht in eerste aanleg van Aruba heeft verdachte voor medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met artikel 4, eerste lid onder A en C, van de Landsverordening verdovende middelen (feit 1) en overtreding van een verbod, gesteld bij artikel 3, eerste lid, van de Vuurwapenverordening (feit 2) veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 720 dagen, waarvan 640 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren.
BESLISSING
Het Gerecht:
verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor bewezen geacht, heeft begaan;
kwalificeert het bewezen verklaarde als hiervoor omschreven;
verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de zevenhonderdentwintig (720) dagen;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;
bepaalt dat een gedeelte van deze straf, groot zeshonderdvier (604) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van drie (3) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;
verklaart verbeurd het in rubriek 10A genoemde voorwerp;
beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in rubriek 10B genoemde voorwerpen;
gelast de teruggave aan de verdachte de in rubrieken 10C genoemde voorwerpen.
Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. E.M.D. Angela, bijgestaan door M.E. Kelly, (zittingsgriffier), en op 13 december 2018 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht in Aruba.
uitspraakgriffier:
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
Parketnummer: P-2018/04684
Zaaknummer: 420 van 2018
Uitspraak: 13 december 2018 Verstek
Vonnis van dit Gerecht
in de strafzaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats],
wonende in [woonplaats].
1 Onderzoek van de zaak
Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 29 november 2018. De verdachte is verschenen, bijgestaan door haar raadsman, mr. C.F.K.J. Lejuez, advocaat in Aruba.
De officier van justitie, mr. Y. Pronk, heeft ter terechtzitting gevorderd dat het Gerecht het tenlastegelegde feit bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf (5) jaren, met aftrek van voorarrest.
Haar vordering behelst voorts de onttrekking aan het verkeer van de onder de verdachte in beslag genomen verdovende middelen en patronen.
Haar vordering behelst verder de teruggave van de overige in beslag genomen voorwerpen aan de verdachte met uitzondering van de mobiele telefoon van het merk [merk mobiele telefoon].
De raadsman heeft het woord ter verdediging gevoerd.
2 Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd:
Feit 1
dat zij in of omstreeks de periode van 5 mei 2018 tot en met 6 mei 2018 in Aruba, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, al dan niet opzettelijk hennep, althans enige gebruikelijke bereiding waaraan de hars die uit hennep wordt getrokken ten grondslag ligt, als bedoeld in artikel 1, eerste lid van de Landsverordening verdovende middelen of in de Regeling aanwijzing verdovende middelen I, heeft ingevoerd al dan niet als bedoeld in artikel 1 lid 2 van de Landsverordening verdovende middelen en/of in bezit en/of aanwezig heeft gehad;
Feit 2
dat zij op of omstreeks 6 mei 2018 in Aruba een (of meer) (scherpe) patro(o)n(en), in elk geval munitie als bedoeld in artikel 3 lid 1 van de Vuurwapenverordening, voorhanden heeft gehad;
3 Formele voorvragen
Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.
4 Bewezenverklaring
Het Gerecht acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de tenlastegelegde feiten heeft begaan, met dien verstande:
Feit 1
dat zij in of omstreeks de periode van 5 mei 2018 tot en met 6 mei 2018 in Aruba, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, al dan niet opzettelijk hennep, althans enige gebruikelijke bereiding waaraan de hars die uit hennep wordt getrokken ten grondslag ligt, als bedoeld in artikel 1, eerste lid van de Landsverordening verdovende middelen of in de Regeling aanwijzing verdovende middelen I, heeft ingevoerd al dan niet als bedoeld in artikel 1 lid 2 van de Landsverordening verdovende middelen en/of in bezit en/of aanwezig heeft gehad;
Feit 2
dat zij op of omstreeks 6 mei 2018 in Aruba een (of meer) (scherpe) patro(o)n(en), in elk geval munitie als bedoeld in artikel 3 lid 1 van de Vuurwapenverordening, voorhanden heeft gehad.
5 Strafbaarheid en kwalificatie van het bewezen verklaarde
Het bewezenverklaarde levert op:
Ten aanzien van feit 1
Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met artikel 4, eerste lid onder A en C, van de Landsverordening verdovende middelen,
strafbaar gesteld bij artikel 11 van deze Landsverordening jo. artikel 1:123 van het Wetboek van Strafrecht;
Ten aanzien van feit 2
Overtreding van een verbod gesteld bij artikel 3, eerste lid van de Vuurwapenverordening,
strafbaar gesteld bij artikel 11 van deze Landsverordening.
Het bewezenverklaarde is strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid ervan opheffen of uitsluiten.
6 Strafbaarheid van de verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten.
De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.
7 Oplegging van straf
Bij de bepaling van de op te leggen straf wordt gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan, op de mate waarin de gedraging aan de verdachte te verwijten en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan medeplegen van invoer van een grote hoeveelheid hennep (bijna 10 kilo) en het in bezit en/of aanwezig hebben van hennep(planten) thuis. Gelet op de hoeveelheid van ingevoerde verdovende middelen is duidelijk dat deze bestemd waren voor de handel. Van verdovende middelen is algemeen bekend dat deze verslavend werken en voor de gezondheid van gebruikers daarvan zeer schadelijk zijn, met alle gevolgen voor de gebruikers en de maatschappij van dien. De verspreiding en handel in verdovende middelen gaan gepaard met andere vormen van criminaliteit, waaronder het plegen van strafbare feiten van uiteenlopende aard door de gebruikers, ter financiering van hun behoefte aan het door hen gebruikte middel. De verdachte heeft zich hiervan geen rekenschap gegeven.
Verdachte heeft zich ook schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van munitie.
De verdachte is, zo blijkt uit haar strafkaart, niet eerder veroordeeld voor een misdrijf.
Het Gerecht is, alles afwegende, van oordeel dat niet kan worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur. Het gerecht zal een deel van deze straf voorwaardelijk opleggen teneinde verdachte in te scherpen zich gedurende de proeftijd niet weer aan een misdrijf schuldig te maken.
10 In beslag genomen voorwerpen
Aan de orde zijn voorts de onder de verdachte in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen.
A. Verbeurdverklaring
De onder de verdachte in beslag genomen mobiele telefoon van het merk [merk mobiele telefoon] is vatbaar voor verbeurdverklaring. Het voorwerp behoort immers toe aan de verdachte en met behulp daarvan is het onder 1 bewezenverklaarde feit begaan of voorbereid. Het Gerecht zal daarom de verbeurdverklaring gelasten.
B. Onttrekking aan het verkeer
De onder de verdachte inbeslaggenomen verdovende middelen, patronen en patroonhouder zijn vatbaar voor onttrekking aan het verkeer. Het betreft voorwerpen met betrekking tot welke het bewezenverklaarde is begaan. Het ongecontroleerde bezit daarvan is bovendien in strijd met de wet en het algemeen belang. Het Gerecht zal de voorwerpen daarom onttrekken aan het verkeer.
C. Teruggave aan de verdachte
Het Gerecht zal de teruggave gelasten aan de verdachte van de overige onder haar in beslag genomen voorwerpen (waaronder het geld), nu deze voorwerpen niet vatbaar zijn voor verbeurdverklaring danwel onttrekking aan het verkeer.
11 Toepasselijke wettelijke voorschriften
De op te leggen straf is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 1:19, 1:20, 1:21, 1:62, 1:67, 1:68, 1:74, 1:75, 1:136 en 1:224 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.
BESLISSING
Het Gerecht:
verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor bewezen geacht, heeft begaan;
kwalificeert het bewezen verklaarde als hiervoor omschreven;
verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de zevenhonderdentwintig (720) dagen;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;
bepaalt dat een gedeelte van deze straf, groot zeshonderdvier (604) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van drie (3) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;
verklaart verbeurd het in rubriek 10A genoemde voorwerp;
beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in rubriek 10B genoemde voorwerpen;
gelast de teruggave aan de verdachte de in rubrieken 10C genoemde voorwerpen.
Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. E.M.D. Angela, bijgestaan door M.E. Kelly, (zittingsgriffier), en op 13 december 2018 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht in Aruba.
uitspraakgriffier:
Wetsartikelen in deze uitspraak
- Artikel 1:123 Sr
- Artikel 1:19 Sr
- Artikel 1:20 Sr
- Artikel 1:21 Sr
- Artikel 1:62 Sr
- Artikel 1:67 Sr
- Artikel 1:68 Sr
- Artikel 1:74 Sr
- Artikel 1:75 Sr
- Artikel 1:136 Sr
- Artikel 1:224 Sr
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.