Uitspraak · Arbeidsrecht

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, 11 december 2018

ECLI:NL:OGEAA:2018:804Zaaknummer AUA201802275

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
11 december 2018
Publicatiedatum
3 januari 2019
Zaaknummer
AUA201802275
Rechtsgebied
Civiel recht, Arbeidsrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

arbeidsrecht, verstek

4 DE BESLISSING

De rechter:

4.1

veroordeelt [verweerster] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [verzoekster] het restant salaris over de maand januari 2018 te betalen alsmede het loon vanaf 1 februari 2018, vermeerderd met 15% vertragingsrente, totdat de arbeidsovereenkomst op rechtsgeldige wijze is beëindigd;

4.2

veroordeelt [verweerster] in de kosten van de procedure, aan de zijde van [verzoekster] begroot op Afl. 50,00 griffierrecht;

4.3

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

4.4

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. Y.M. Vanwersch, rechter in dit gerecht en werd in het openbaar uitgesproken op dinsdag 11 december 2018, in tegenwoordigheid van de griffier.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 DE PROCEDURE
  2. 2 HET VERZOEK
  3. 3 DE BEOORDELING
  4. 4 DE BESLISSING

Beschikking van 11 december 2018

Behorend bij EJ nr. AUA201802275

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

BESCHIKKING

in de zaak van:

[VERZOEKSTER],

wonende te Aruba, [adres verzoekster],

VERZOEKSTER, hierna: [verzoekster],

procederend in persoon,

tegen:

[VERWEERSTER],

gevestigd te [adres verweerster] in Aruba,

VERWEERSTER, hierna: [verweerster],

niet verschenen.

1 DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift met producties, ingediend op 27 juli 2018;

- het exploot van betekening d.d. 5 oktober 2018, waarbij [verweerster] wederom is opgeroepen om op 30 oktober 2018 een verweerschrift in te dienen en te verschijnen voor de behandeling. [verweerster] is, ondanks behoorlijke oproeping, niet verschenen.

De beschikking is bepaald op heden.

2 HET VERZOEK

2.1 [

verzoekster] verzoekt - naar het gerecht begrijpt - bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren beschikking:

  • [verweerster] te bevelen om het openstaande salaris over de maand januari 2018 aan [verzoekster] te betalen;
  • [verweerster] te bevelen om het loon door te betalen vanaf 1 februari 2018 tot aan de dag dat de arbeidsovereenkomst op rechtsgeldige wijze is beëindigd;
  • [verweerster] te veroordelen tot betaling van de vertragingsrente vanaf 1 februari 2018;
  • [verweerster] te veroordelen in de kosten van de procedure.
2.2 [

verzoekster] grondt de vordering erop dat [verweerster] haar dienstverband zonder geldige reden heeft opgezegd. [verzoekster] heeft aansluitend aan haar zwangerschapsverlof een week vakantie aangevraagd en dit verzoek is gehonoreerd van 22 januari 2018 tot 2 februari 2018. [verweerster]s had dan ook op 1 februari 2018 geen reden om haar te ontslaan.

2.3 [

verweerster] heeft geen verweer gevoerd.

3 DE BEOORDELING

3.1 [

verweerster] heeft geen gebruik gemaakt van de aan haar aangeboden mogelijkheid om verweer te voeren. Nu er van de zijde van [verweerster] geen verweer is gevoerd, gaat het gerecht ervan uit dat het ontslag op staande voet een dringende reden ontbeert. Om deze reden wordt het verzoek toegewezen zoals verzocht, zij het dat de vertragingsrente wordt gematigd tot 15%.

3.2 [

verweerster] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure, tot op heden begroot op Afl. 50,- griffierecht.

4 DE BESLISSING

De rechter:

4.1

veroordeelt [verweerster] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [verzoekster] het restant salaris over de maand januari 2018 te betalen alsmede het loon vanaf 1 februari 2018, vermeerderd met 15% vertragingsrente, totdat de arbeidsovereenkomst op rechtsgeldige wijze is beëindigd;

4.2

veroordeelt [verweerster] in de kosten van de procedure, aan de zijde van [verzoekster] begroot op Afl. 50,00 griffierrecht;

4.3

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

4.4

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. Y.M. Vanwersch, rechter in dit gerecht en werd in het openbaar uitgesproken op dinsdag 11 december 2018, in tegenwoordigheid van de griffier.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.