Uitspraak · Civiel recht
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, 16 oktober 2018
ECLI:NL:OGEAA:2018:648Zaaknummer AUA201801165
- Instantie
- Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Datum uitspraak
- 16 oktober 2018
- Publicatiedatum
- 31 oktober 2018
- Zaaknummer
- AUA201801165
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
EJ, kinderalimentatie, behoefte kind, draagkracht ouders.
5 DE BESLISSING
Het gerecht:
bepaalt de door de vader [verweerder] met ingang van 1 oktober 2018 maandelijks te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen [naam minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] 2015 in [geboorteplaats] en [naam minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] 2016 in [geboorteplaats], op een bedrag van Afl. 200,- per kind per maand, bij vooruitbetaling aan de Voogdijraad te voldoen,
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad,
wijst af het anders of meer verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.H.M. van de Leur, rechter in dit gerecht, en in het openbaar uitgesproken ter zitting van dinsdag 16 oktober 2018 in aanwezigheid van de griffier.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
Beschikking van 16 oktober 2018
behorend bij E.J. nr. AUA201801165.
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
BESCHIKKING
in de alimentatiezaak tussen
DE VOOGDIJRAAD,
gevestigd in Aruba,
VERZOEKER,
vertegenwoordigd,
en
[verweerder],
wonende in Aruba, [adres],
VERWEERDER, hierna te noemen: de vader,
procederend in persoon.
Belanghebbende:
[naam belanghebbende], de moeder.
1 DE PROCEDURE
De procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift, ingediend op 26 april 2018;
- de griffiersaantekeningen van de mondelinge behandeling van de zaak op 4 september 2018, waaruit blijkt dat namens de Voogdijraad aanwezig was [raadonderzoeker] en dat de moeder bij haar gemachtigde is verschenen en de vader in persoon is verschenen.
De uitspraak is
2 DE FEITEN
De thans nog minderjarige [naam minderjarige] is op [geboortedatum] 2015 in [geboorteplaats] geboren en de minderjarige [naam minderjarige 2] is op [geboortedatum] 2016 in [geboorteplaats] geboren uit de relatie tussen de vader en de moeder.De vader heeft de minderjarigen erkend.
3 HET VERZOEK
Het verzoek strekt tot het veroordelen van de vader tot betaling van een maandelijkse bijdrage van Afl. 275,- per kind ingaande 1 mei 2018 als voorziening in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen. Daartoe wordt aangevoerd dat de vader voldoende inkomen uit arbeid geniet.
4 DE BEOORDELING
Het gerecht stelt voorop dat ouders verplicht zijn te voorzien in de kosten van verzorging en opvoeding van hun minderjarige kinderen. Dit geschiedt naar draagkracht. Artikel 1:406 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek van Aruba bepaalt, dat in het geval een ouder zijn verplichting tot voorziening in de kosten van verzorging en opvoeding niet of niet behoorlijk nakomt, zowel de Voogdijraad als de andere ouder de rechter kan verzoeken het bedrag te bepalen dat deze ouder ten behoeve van het kind zal moeten uitkeren.
Bepalend voor de hoogte van de kinderalimentatie zijn de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige en de draagkracht van zowel de moeder als de vader. Teneinde ieders draagkracht te bepalen, dienen over en weer de netto-inkomens te worden vastgesteld, alsmede de vaste lasten die in redelijkheid voorrang krijgen boven het betalen van kinderalimentatie.
De kosten van verzorging en opvoeding
De moeder heeft de kosten van de minderjarigen bepaald op Afl. 550,- per kind per maand. De vader heeft deze kosten niet weersproken, zodat het gerecht ervan uit zal gaan dat de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen maandelijks Afl. 550,- per kind bedragen.
De draagkracht van de moeder
Blijkens de door de moeder overgelegde loonstrookjes bedraagt haar loon netto gemiddeld afgerond ca Afl. 1.550,34 per maand.
Bij de vaststelling van de draagkracht van de moeder gaat het gerecht er vanuit dat zij, een bedrag van minimaal Afl. 1.450,- per maand nodig heeft om in haar eigen onderhoud te voorzien. In dit bedrag zijn onder andere begrepen de redelijke kosten van elektriciteit, van water, van telefoon/internet/cable aansluiting en van autogebruik, zodat met de door de moeder opgevoerde daadwerkelijke kosten bij de vaststelling van de draagkracht niet afzonderlijk rekening zal worden gehouden. Rekening houdend met het forfaitair bedrag aan kosten van Afl. 1.450,- en de bijdrage thuis van Afl. 250,- houdt de moeder geen bedrag over om te voorzien in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen.
Het inkomen van de vader
De vader heeft geen salarisslips overgelegd en heeft onbestreden gesteld dat hij Afl. 700,- per quincena verdiend.
De draagkracht van de vader
De vader heeft gesteld dat hij voor elk kind een bedrag van Afl. 200,- kan betalen.
Het gerecht overweegt dat van de vader verwacht mag worden dat hij verificatoir inzicht geeft in zijn draagkracht en/of uitgavenpatroon. De vader heeft echter nagelaten een draagkrachtoverzicht in het geding te brengen, dan wel zijn uitgaven te specificeren aan de hand van onder meer rekeningen en bankafschriften. Die omstandigheden komen en blijven voor zijn rekening en risico.
Gelet op de draagkracht van de moeder en op de behoefte van de minderjarigen acht het gerecht een door de vader te betalen bijdrage van Afl. 200,- per kind per maand in de kosten van verzorging en opvoeding in overeenstemming met de wettelijke maatstaven. De ingangsdatum van die bijdrage zal worden bepaald op 1 oktober 2018.
5 DE BESLISSING
Het gerecht:
bepaalt de door de vader [verweerder] met ingang van 1 oktober 2018 maandelijks te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen [naam minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] 2015 in [geboorteplaats] en [naam minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] 2016 in [geboorteplaats], op een bedrag van Afl. 200,- per kind per maand, bij vooruitbetaling aan de Voogdijraad te voldoen,
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad,
wijst af het anders of meer verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.H.M. van de Leur, rechter in dit gerecht, en in het openbaar uitgesproken ter zitting van dinsdag 16 oktober 2018 in aanwezigheid van de griffier.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.