Uitspraak · Personen- en familierecht
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, 2 oktober 2018
ECLI:NL:OGEAA:2018:598Zaaknummer AUA201801015
- Instantie
- Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Datum uitspraak
- 2 oktober 2018
- Publicatiedatum
- 4 oktober 2018
- Zaaknummer
- AUA201801015
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
personen- en familierecht, gezag bepaling
5 DE BESLISSING
Het gerecht:
belast de moeder [verzoekster] wederom met het ouderlijk gezag over haar dochter [belanghebbende 1], geboren op [geboortedatum] 2009 in [geboorteplaats],
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven op 2 oktober 2018 door de rechter mr. N.K. Engelbrecht in tegenwoordigheid van de griffier.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
Beschikking van 2 oktober 2018
behorend bij EJ nr. AUA201801015.
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
BESCHIKKING
op het verzoek van
VERZOEKSTER,
wonende in Aruba,
VERZOEKSTER,
procederend in persoon,
Belanghebbenden:
[Belanghebbende 1], de minderjarige,
[Belanghebbende 2], de voogdes.
1 DE PROCEDURE
De procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift, ingediend op 13 april 2018;
- de griffiersaantekeningen van de mondelinge behandeling van 21 augustus 2018, waaruit blijkt dat zijn verschenen verzoekster in persoon en de voogdes in persoon. Namens de Voogdijraad was aanwezig mevrouw [vertegenwoordigster].
De uitspraak is hierna bepaald op heden.
2 DE FEITEN
Ten aanzien van de op [geboortedatum] 2009 in [geboorteplaats] geboren thans nog minderjarige [belanghebbende 1], staat alleen het moederschap vast.
Bij beschikking van dit gerecht van 1 oktober 2013 (EJ 1378/2013) is de grootmoeder moederszijde, [belanghebbende 2] voornoemd, tot voogdes over de minderjarige benoemd, voor zolang de moeder in [land] haar woonplaats zou hebben.
De moeder heeft inmiddels haar woonplaats in Aruba.
3 HET VERZOEK
Het verzoek strekt ertoe om de moeder wederom met het gezag te belasten.
4 DE BEOORDELING
Het verzoek is gegrond op artikel 1:253q lid 5 in samenhang met artikel 1:253r lid 1 onder a BW.
Ingevolge die bepalingen wordt, voor zover hier van belang, de ouder die tijdelijk in de onmogelijkheid verkeerde het gezag uit te oefenen, op zijn verzoek wederom met het gezag belast wanneer de tijdelijke onmogelijkheid is vervallen, indien de rechter overtuigd is dat het kind wederom aan die ouder mag worden toevertrouwd.
Uit de stukken in het dossier en het verhandelde ter zitting is gebleken dat de moeder al enige tijd terug is uit Nederland, alwaar zij is gaan wonen in verband met haar studie. De moeder woont nu in huis met haar moeder, de voogdes, en de minderjarige en is degene die de minderjarige feitelijk verzorgt en opvoedt. Onder deze omstandigheden is het gerecht van oordeel dat de minderjarige wederom aan de moeder mag worden toevertrouwd. Het verzoek zal daarom worden toegewezen. Daarmee eindigt de voogdij over de minderjarige op grond van artikel 1:281 lid 1 sub b BW van rechtswege.
5 DE BESLISSING
Het gerecht:
belast de moeder [verzoekster] wederom met het ouderlijk gezag over haar dochter [belanghebbende 1], geboren op [geboortedatum] 2009 in [geboorteplaats],
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven op 2 oktober 2018 door de rechter mr. N.K. Engelbrecht in tegenwoordigheid van de griffier.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.