Uitspraak · Civiel recht
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, 16 mei 2018
ECLI:NL:OGEAA:2018:300Zaaknummer A.R. 2589 van 2017 / AUA201703256
- Instantie
- Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Datum uitspraak
- 16 mei 2018
- Publicatiedatum
- 30 mei 2018
- Zaaknummer
- A.R. 2589 van 2017 / AUA201703256
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
civiel, terugbetalingsverplichtingen, betalingstermijn.
4 DE UITSPRAAK
het Gerecht:
veroordeelt [gedaagde] om aan Island Finance te betalen een bedrag van Afl. 11.310,76, te vermeerderen met de wettelijk rente vanaf 10 november 2015 tot de dag waarop volledig zal zijn betaald, alsmede tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten ad Afl. 1.500,-;
veroordeelt [gedaagde] in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van Island Finance worden begroot op Afl. 198,27, Afl. 750,- aan griffierecht en Afl. 2.000,- (2 punten in tarief 4) aan salaris van de gemachtigde;
verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
staat [gedaagde] toe het totaal aan Island Finance verschuldigde te voldoen in maandelijkse termijnen van Afl. 200,- per maand totdat [gedaagde] een vaste baan krijgt en meer kan betalen, onder de bepaling dat deze regeling vervalt en het restant direct volledig opeisbaar is, indien [gedaagde] met betaling van één of meer termijnen in gebreke blijft;
wijst het meer of anders gevorderde af;
Dit vonnis is gewezen door mr. W.J. Noordhuizen, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 16 mei 2018 in aanwezigheid van de griffier.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
Vonnis van 16 mei 2018
Behorend bij A.R. 2589 van 2017 / AUA201703256
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS
in de zaak van:
de naamloze vennootschap ISLAND FINANCE ARUBA N.V.,
gevestigd te Aruba,
hierna te noemen: IFA,
gemachtigde: de advocaat mr. M.E.D. Brown,
tegen:
[Gedaagde],
wonende te Aruba,
hierna te noemen: [gedaagde],
procederend in persoon.
1 DE PROCEDURE
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 14 maart 2018;
- de aantekeningen van de griffier ter gelegenheid van de comparitie van partijen op 4 april 2018.
De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis.
2 DE VORDERING EN HET VERWEER
Island Finance vordert – uitvoerbaar bij voorraad – [gedaagde] te bevelen tot betaling van Afl. 11.310,76, vermeerderd met rente en kosten.
Aan deze vordering legt Island Finance ten grondslag dat zij aan [gedaagde] gelden in verbruikleen heeft verstrekt, dat [gedaagde] te kort geschoten is in de nakoming van zijn terugbetalingsverplichtingen en dat zij in verband daarmee incassokosten heeft gemaakt.
gedaagde] heeft aangevoerd dat zij is begonnen te betalen, maar heeft zij in februari 2016 haar baan verloren. Zij geeft aan, nadat zij een periode werkloos is geweest en nu weer een baan via een uitzendbureau op oproep basis heeft, dat zij beschikbaar is om de schuld af te lossen met een redelijke betalingstermijn totdat zij een vaste baan krijgt.
3 DE BEOORDELING
gedaagde] voert geen verweer, maar erkent het gevorderde bedrag. Gelet hierop, zal het gerecht de vordering toewijzen.
De gevorderde rente en buitengerechtelijke incassokosten komt voor toewijzing in aanmerking.
Ter zitting zijn partijen een betalingsregeling overeengekomen. Deze zal op na te melden wijze in het vonnis worden opgenomen.
gedaagde] zal worden veroordeeld in de proceskosten.
4 DE UITSPRAAK
het Gerecht:
veroordeelt [gedaagde] om aan Island Finance te betalen een bedrag van Afl. 11.310,76, te vermeerderen met de wettelijk rente vanaf 10 november 2015 tot de dag waarop volledig zal zijn betaald, alsmede tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten ad Afl. 1.500,-;
veroordeelt [gedaagde] in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van Island Finance worden begroot op Afl. 198,27, Afl. 750,- aan griffierecht en Afl. 2.000,- (2 punten in tarief 4) aan salaris van de gemachtigde;
verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
staat [gedaagde] toe het totaal aan Island Finance verschuldigde te voldoen in maandelijkse termijnen van Afl. 200,- per maand totdat [gedaagde] een vaste baan krijgt en meer kan betalen, onder de bepaling dat deze regeling vervalt en het restant direct volledig opeisbaar is, indien [gedaagde] met betaling van één of meer termijnen in gebreke blijft;
wijst het meer of anders gevorderde af;
Dit vonnis is gewezen door mr. W.J. Noordhuizen, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 16 mei 2018 in aanwezigheid van de griffier.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.