Uitspraak · Civiel recht
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, 2 mei 2018
ECLI:NL:OGEAA:2018:249Zaaknummer ARBB no. 2694 van 2017 (AUA201703356)
- Instantie
- Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Datum uitspraak
- 2 mei 2018
- Publicatiedatum
- 8 mei 2018
- Zaaknummer
- ARBB no. 2694 van 2017 (AUA201703356)
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Civiel. Gedaagde heeft bij wijze van verweer een beroep gedaan op een in kracht van gewijsde gegaan vonnis. Artikel 70a Rv.
5 DE BESLISSING
De rechter in dit gerecht, recht doende:
wijst af het gevorderde;
veroordeelt [eiser] in de proceskosten gevallen aan de zijde van [gedaagde], tot op heden begroot op Afl. 250,- aan gemachtigdensalaris.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Schoemaker, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 2 mei 2018 in aanwezigheid van de griffier.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
Vonnis van 2 mei 2018.
Behorend bij ARBB no. 2694 van 2017 (AUA201703356)
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS
in de zaak van:
[Eiser],
wonende in Aruba, [adres],
eiser, hierna ook te noemen: [Eiser],
procederende in persoon,
tegen:
[Gedaagde],
wonende te Aruba, [adres],
gedaagde, hierna ook te noemen: [gedaagde],
procederende in persoon.
1 DE VERDERE PROCEDURE
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 21 februari 2018;
- de producties ingediend zijdens [eiser];
- de aantekeningen van de griffier van de comparitie van partijen die heeft plaatsgevonden op 20 maart 2018, waaruit blijkt dat zijn verschenen [eiser] in persoon en [gedaagde] in persoon bijgestaan door zijn gemachtigde.
De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis.
2 DE FEITEN
[gedaagde] huurde tot eind september 2012 of eind oktober 2012 een appartement dat in eigendom toebehoort aan de zoon en de dochter van [eiser].
Bij beschikking van 2 november 2016 van dit gerecht behorend bij B.B. nr. 1901 van 2016 is [gedaagde] bevolen om aan [eiser] te betalen het bedrag van Afl. 2.615,63, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 februari 2013, vermeerderd met de buitengerechtelijke incassokosten van Afl. 375,- en veroordeeld in de proceskosten. In deze procedure heeft [gedaagde] geen verweer gevoerd.
Bij vonnis op het verzet van 23 augustus 2017 behorend bij B.B. nr. 2 van 2017 is [gedaagde] als goed opposant verklaard en is het betalingsbevel waarvan verzet vernietigd. In deze procedure heeft [eiser] geen verweer gevoerd.
Tegen het vonnis in het verzet van 23 augustus 2017 behorend bij B.B. nr. 2 van 2017 is geen hoger beroep ingesteld.
3 DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
[eiser] vordert veroordeling van [gedaagde] tot betaling aan [eiser] van Afl. 2.615,63, vermeerderd met de wettelijke rente tot de dag der voldoening en de buitengerechtelijke incassokosten, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.
[eiser] stelt dat [gedaagde] het gevorderde bedrag schuldig is wegens niet betaalde huurpenningen en utiliteitskosten voorvloeiende uit een oude huurovereenkomst.
[gedaagde] heeft gemotiveerd verweer gevoerd.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
4 DE BEOORDELING
Door het gerecht is bij vonnis van 23 augustus 2017 reeds beslist op de vordering van [eiser]. Dat vonnis is in kracht van gewijsde gegaan.
Op grond van artikel 70a lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv.) hebben rechterlijke beslissingen die de rechtsbetrekking in geschil betreffen en die zijn vervat in een in kracht van gewijsde gegaan vonnis, in een ander geding tussen dezelfde partijen bindende kracht. [gedaagde] heeft hier bij wijze van verweer een beroep op gedaan. [eiser] heeft als reactie daarop gesteld dat hij niet wist dat hij hoger beroep kon instellen. Tevens heeft hij aangevoerd dat de rolrechter tegen hem zou hebben gezegd dat hij “een andere zaak moest aanspannen”.
De vordering van [eiser] stuit af op het gezag van gewijsde van het vonnis van het 23 augustus 2017 behorend bij B.B. nr. 2 van 2017. Hetgeen door [eiser] is aangevoerd kan niet tot een ander oordeel leiden. De vordering zal dan ook afgewezen worden.
[eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het geding
5 DE BESLISSING
De rechter in dit gerecht, recht doende:
wijst af het gevorderde;
veroordeelt [eiser] in de proceskosten gevallen aan de zijde van [gedaagde], tot op heden begroot op Afl. 250,- aan gemachtigdensalaris.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Schoemaker, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 2 mei 2018 in aanwezigheid van de griffier.
Wetsartikelen in deze uitspraak
- Artikel 70a Rv
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.