Uitspraak · Civiel recht
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, 28 november 2017
ECLI:NL:OGEAA:2017:957Zaaknummer EJ nr. 1430 van 2017/AUA201701407
- Instantie
- Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Datum uitspraak
- 28 november 2017
- Publicatiedatum
- 7 december 2017
- Zaaknummer
- EJ nr. 1430 van 2017/AUA201701407
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
personen- en familierecht, partneralimentatie verzoek afgewezen
5 DE BESLISSING
Het gerecht:
wijst het verzoek om partneralimentatie af,
verleent de vrouw verlof om kosteloos te mogen procederen,
compenseert de kosten aldus dat ieder der partijen de eigen kosten draagt.
Aldus gegeven door mr. E.M.D. Angela, rechter in dit gerecht, en in het openbaar uitgesproken ter zitting van dinsdag 28 november 2017 in aanwezigheid van de griffier.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
Beschikking van 28 november 2017
behorend bij EJ nr. 1430 van 2017/AUA201701407.
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
BESCHIKKING
in de alimentatiezaak tussen
[naam vrouw],
wonende in Aruba,
VERZOEKSTER, hierna: de vrouw,
gemachtigde: de advocaat mr. N.S. Gravenstijn,
en
[naam man],
wonende in Aruba, [adres],
VERWEERDER, hierna: de man,
gemachtigde: de advocaat mr. M.M. Malmberg.
1 DE PROCEDURE
De procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift, ingediend op 7 juli 2017;
- de griffiersaantekeningen van de mondelinge behandeling van 19 september 2017, waaruit blijkt dat zijn verschenen de vrouw in persoon en bijgestaan door haar gemachtigde. De man is niet verschenen. De rechter heeft wederoproeping van de man bevolen.
- het verweerschrift van de man, ingediend op 12 oktober 2017;
- de griffiersaantekeningen van de mondelinge behandeling van 17 oktober 2017, waaruit blijkt dat zijn verschenen partijen in persoon bijgestaan door hun gemachtigden.
De uitspraak is bepaald op heden.
2 DE FEITEN
Bij beschikking van dit gerecht van 12 maart 2012 (EJ-2589/2011) is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken.
3 DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
Het verzoek van de vrouw strekt tot veroordeling van de man om maandelijks een bedrag van Afl. 1.050,- aan haar te betalen als bijdrage in de kosten van haar levensonderhoud.
De man voert draagkrachtverweer en betwist de behoeftigheid van de vrouw.
4 DE BEOORDELING
Het verzoek is gegrond op artikel 1:157 van het Burgerlijk Wetboek van Aruba. Ingevolge deze bepaling kan de rechter aan de ene echtgenoot die niet voldoende inkomsten tot zijn levensonderhoud heeft en zich die in redelijkheid niet kan verwerven, op diens verzoek ten laste van de andere echtgenoot een uitkering tot levensonderhoud toekennen.
Bij de beoordeling van een dergelijk verzoek dient enerzijds rekening te worden gehouden met de (mate van) behoeftigheid van de verzoekende echtgenoot en anderzijds met de draagkracht van de andere echtgenoot, alsmede met de feitelijke situatie waarin de echtgenoten door het huwelijk en de ontbinding ervan zijn komen te verkeren. In dat verband kunnen alle omstandigheden van het geval, ook niet financiële, een rol spelen.
De vrouw heeft ter onderbouwing van haar verzoek onder meer het volgende aangevoerd. Zij heeft na de echtscheiding schulden moeten maken (Total Finance: balans ad Afl. 10.232,95 met achterstand ad Afl. 6.083,77; Capa lening: ad Afl. 9.362,26 voor onder andere kleding kinderen/kosten school). Op een gegeven moment werden in verband met die schulden beslagen gelegd op haar inkomen. Er bleef niet veel van over. Zij heeft toen in januari 2016 ontslag genomen en is naar Nederland vertrokken. Na drie maanden is zij terug gekomen. Zij heeft, gelet op de beslagen, niet gesolliciteerd, maar is eten gaan verkopen. Zij is nu daarmee gestopt omdat zij niet veel daarmee verdient. Zij heeft nu dus geen inkomsten.
Het gerecht is met de man van oordeel dat de vrouw in redelijkheid in staat moet worden geacht om in haar levensonderhoud te voorzien. De vrouw heeft zelf ontslag genomen. Gesteld noch gebleken is dat zij thans geen inkomsten als voorheen door haar genoten meer kan verwerven. De vrouw moet, gelet op haar werkervaring en achtergrond, redelijkerwijs in staat worden geacht inkomsten uit arbeid te genereren zodanig dat zij geheel in haar eigen behoeften kan voorzien. Van de vrouw mag loonvormend arbeid worden gevergd. Dat de vrouw haar verdiencapaciteit thans in het geheel niet benut of wil benutten, dient naar het oordeel van het gerecht voor haar rekening en risico te komen (daargelaten de vraag omtrent de noodzaak van de zijdens haar gemaakte schulden). Het verzoek om partneralimentatie zal derhalve worden afgewezen.
Gelet op het door vrouw overgelegde bewijs van onvermogen van 6 maart 2017, zal aan haar toelating worden verleend om kosteloos te procederen.
De proceskosten zullen worden gecompenseerd.
5 DE BESLISSING
Het gerecht:
wijst het verzoek om partneralimentatie af,
verleent de vrouw verlof om kosteloos te mogen procederen,
compenseert de kosten aldus dat ieder der partijen de eigen kosten draagt.
Aldus gegeven door mr. E.M.D. Angela, rechter in dit gerecht, en in het openbaar uitgesproken ter zitting van dinsdag 28 november 2017 in aanwezigheid van de griffier.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.