Uitspraak · Strafrecht

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, 22 december 2017

ECLI:NL:OGEAA:2017:1036Zaaknummer 263 van 2017

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
22 december 2017
Publicatiedatum
24 juli 2018
Zaaknummer
263 van 2017
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verdachte is veroordeeld voor medeplegen vuurwapen bezit (feit 1) en opzetheling (feit 2). Straf: gevangenisstraf van 24 maanden.

11 Beslissing

Het gerecht:

verklaart bewezen dat de verdachte de tenlastegelegde feiten zoals hierboven bewezen geacht heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt verdachte daarvan vrij;

verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en de verdachte hiervoor strafbaar;

kwalificeert het bewezenverklaarde als hierboven omschreven;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van vierentwintig (24) maanden;

bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;

onttrekt aan het verkeer de in rubriek 9A genoemde voorwerpen;

verklaart verbeurd het in rubriek 9B genoemde voorwerp.

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. W.C.E. Winfield en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit gerecht op 22 december 2017, in tegenwoordigheid van de griffier.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Onderzoek van de zaak
  2. 2 Tenlastelegging
  3. 3 Voorvragen
  4. 4 Bewijsbeslissingen
  5. 5 Bewijsmiddelen
  6. 6 Kwalificatie en strafbaarheid van het bewezenverklaarde
  7. 7 Strafbaarheid van de verdachte
  8. 8 Oplegging van straf of maatregel
  9. 9 Inbeslaggenomen voorwerpen
  10. 10 Toepasselijke wettelijke voorschriften
  11. 11 Beslissing

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

S T R A F V O N N I S

in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats],

wonende in [woonplaats],

thans alhier gedetineerd.

1 Onderzoek van de zaak

Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 12 mei, 8 september en 1 december 2017. De verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. C.S. Edwards.

De officier van justitie, mr. C.D. Kardol, heeft ter terechtzitting gevorderd de verdachte ter zake van de feiten 1 en 2 te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van twee jaren, met aftrek van voorarrest.

van de inbeslaggenomen vuurwapens (Cobra .38 special en Glock 17) en munitie. Ook heeft de officier van justitie mondeling verbeurdverklaring gevorderd van de onder de verdachte inbeslaggenomen mobiele telefoon van het merk ‘BLU’.

De raadsvrouw heeft het woord tot verdediging gevoerd.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

1.

hij in de periode van 13 januari 2017 tot en met 27 januari 2017 in Aruba tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, twee, althans een, vuurwapen(s), te weten een revolver Cobra en pistool Glock 17, met bijbehorende munitie voorhanden heeft gehad, in elk geval (een) vuurwapen(s) en munitie als bedoeld in artikel 3, eerste lid van de Vuurwapenverordening;

(artikel 3 en 11 van de Vuurwapenverordening)

2.

hij in de periode van 14 januari 2017 tot en met 17 januari 2017 in Aruba, meermalen, althans eenmaal, sieraden heeft verworven en voorhanden heeft gehad of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van dat/die sieraden wist of begreep, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

(artikel 2:397/2:399 van het Wetboek van Strafrecht)

3 Voorvragen

Geldigheid van de dagvaarding

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke vereisten voldoet en dus geldig is.

Bevoegdheid van het gerecht

Krachtens de wettelijke bepalingen is het gerecht bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

Ontvankelijkheid van de officier van justitie

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.

Redenen voor schorsing van de vervolging

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging gebleken.

4 Bewijsbeslissingen

Bewezenverklaring

Het gerecht heeft uit het onderzoek op de terechtzitting door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat het bewezen acht dat:

1.

hij in de periode van 13 januari 2017 tot en met 27 januari 2017 in Aruba tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, twee, althans een, vuurwapen(s), te weten een revolver Cobra en pistool Glock 17, met bijbehorende munitie voorhanden heeft gehad, in elk geval (een) vuurwapen(s) en munitie als bedoeld in artikel 3, eerste lid van de Vuurwapenverordening;

2.

hij in de periode van 14 januari 2017 tot en met 17 januari 2017 in Aruba, meermalen, althans eenmaal, sieraden heeft verworven en voorhanden heeft gehad of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van dat/die sieraden wist of begreep, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, zoals doorgestreept in de tekst, is niet bewezen, zodat de verdachte hiervan zal worden vrijgesproken.

5 Bewijsmiddelen

De overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de wettige bewijsmiddelen zijn vervat.

De bewijsmiddelen zullen in geval van hoger beroep in een aan dit vonnis te hechten bijlage worden opgenomen.

6 Kwalificatie en strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

1. Medeplegen van overtreding van een verbod, gesteld bij artikel 3, eerste lid, van de Vuurwapenverordening, meermalen gepleegd

strafbaar gesteld bij artikel 11 van die Verordening juncto artikel 1:123 van het Wetboek van Strafrecht.

2. Opzetheling,

strafbaar gesteld bij artikel 2:397, eerste lid, aanhef en onder a, van het Wetboek van Strafrecht.

Het bewezenverklaarde is strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid ervan opheffen of uitsluiten.

7 Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid opheffen of uitsluiten.

8 Oplegging van straf of maatregel

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder de verdachte zich daaraan schuldig heeft gemaakt en op de persoon van de verdachte, zoals van één en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht het gerecht na te noemen beslissing passend. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte en zijn mededader hebben twee vuurwapens - een revolver en een semi-automatisch pistool -, elk voorzien van munitie, voorhanden gehad. Het voorhanden hebben van dergelijke vuurwapens en munitie kan gevaarlijke situaties met zich brengen en behoort tot een categorie feiten die een ernstige inbreuk maakt op de rechtsorde en gevoelens van onrust en onveiligheid in de samenleving veroorzaken.

Voorts heeft verdachte, wetende dat twee medeverdachten een gewapende overval op een juwelierszaak hadden gepleegd, gedeeld in de van die overval afkomstige buit door sieraden (twee vingerringen en een polshorloge) van die daders aan te nemen. Vervolgens heeft verdachte die sieraden en polshorloge teruggegeven, teneinde die te laten verkopen en de opbrengst daarvan te verkrijgen. Verdachte heeft hiermee bijgedragen aan het instandhouden van een omvangrijk circuit van diefstal en heling, dat in de maatschappij als zeer ergelijk wordt ervaren, terwijl daarnaast aanzienlijke vermogensschade wordt aangericht.

Oplegging van een vrijheidsontnemende straf is op zich geïndiceerd.

Ten voordele van verdachte geldt dat hij hier te lande nooit eerder voor een strafbaar feit is veroordeeld. In zijn voordeel geldt ook dat verdachte ter terechtzitting blijk heeft gegeven verantwoordelijkheid voor zijn daden te nemen.

Alles afwegende kan niet worden volstaan met een andere of lichtere straf dan gevangenisstraf van na te melden duur.

9 Inbeslaggenomen voorwerpen

A. Onttrekking aan het verkeer

Ten aanzien van de in beslag genomen vuurwapens en munitie zal onttrekking aan het verkeer worden uitgesproken, omdat het onder 1 tenlastegelegde feit met betrekking tot die voorwerpen is begaan en deze voorwerpen van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang.

B. Verbeurdverklaring

De onder de verdachte inbeslaggenomen mobiele telefoon van het merk BLU, waarvan ter terechtzitting is gebleken dat het aan verdachte toebehoort en dat geheel uit de baten van het feit onder 2 is verkregen, zal verbeurd worden verklaard.

10 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf en maatregel zijn mede gegrond op de artikelen 1:13, 1:62, 1:67, 1:68, 1:74, 1:75, 1:136 en 1:224 van het Wetboek van Strafrecht.

11 Beslissing

Het gerecht:

verklaart bewezen dat de verdachte de tenlastegelegde feiten zoals hierboven bewezen geacht heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt verdachte daarvan vrij;

verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en de verdachte hiervoor strafbaar;

kwalificeert het bewezenverklaarde als hierboven omschreven;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van vierentwintig (24) maanden;

bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;

onttrekt aan het verkeer de in rubriek 9A genoemde voorwerpen;

verklaart verbeurd het in rubriek 9B genoemde voorwerp.

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. W.C.E. Winfield en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit gerecht op 22 december 2017, in tegenwoordigheid van de griffier.

Wetsartikelen in deze uitspraak

  • Artikel 1:123 Sr
  • Artikel 1:13 Sr
  • Artikel 1:62 Sr
  • Artikel 1:67 Sr
  • Artikel 1:68 Sr
  • Artikel 1:74 Sr
  • Artikel 1:75 Sr
  • Artikel 1:136 Sr
  • Artikel 1:224 Sr

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.