Uitspraak · Civiel recht

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, 28 september 2016

ECLI:NL:OGEAA:2016:705Zaaknummer A.R. 1398 van 2015

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
28 september 2016
Publicatiedatum
19 oktober 2016
Zaaknummer
A.R. 1398 van 2015
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Civiel. Geldleningovereenkomst. Incasso.

3 DE UITSPRAAK

De rechter in dit gerecht:

veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk tot betaling aan Aruba Bank van een bedrag van Afl. 34.742,10, te vermeerderen met de overeengekomen rente van 10% per jaar, steeds over het saldo van de dan (hoofdelijk) openstaande hoofdsom vanaf 18 februari 2015 tot de dag waarop volledig zal zijn betaald, te vermeerderen met 15% buitengerechtelijke incassokosten over de hoofdsom;

veroordeelt [gedaagde 1] tot betaling aan Aruba Bank van een bedrag van Afl. 41.229,19 vermeerderen met de overeengekomen rente van 10,7% per jaar, steeds over het saldo van de dan openstaande hoofdsom vanaf 18 februari 2015 tot de dag waarop volledig zal zijn betaald, te vermeerderen met 15% buitengerechtelijke incassokosten over de hoofdsom;

veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van Aruba Bank worden begroot op Afl. 900, aan griffierecht en alleen [gedaagde 1] tot betaling van Afl. 1.078,29 aan explootkosten en [gedaagde 2] tot Afl. 654,13 aan explootkosten en compenseert het gemachtigdensalaris aldus dat Aruba Bank de eigen kosten draagt;

verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.J. Noordhuizen rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 28 september 2016 in aanwezigheid van de griffier.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 DE VERDERE PROCEDURE
  2. 2 DE VERDERE BEOORDELING
  3. 3 DE UITSPRAAK

Vonnis van 28 september 2016

Behorend bij A.R. 1398 van 2015

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS

in de zaak van:

de naamloze vennootschap

ARUBA BANK N.V.,

te Aruba,

hierna ook te noemen: Aruba Bank,

gemachtigde: de advocaat mr. M.E.D. Brown,

tegen:

[gedaagde 1]

te Aruba,

nu procederend in persoon,

en

[gedaagde 2],

te Aruba,

niet verschenen,

hierna ook te noemen: [gedaagden] respectievelijk [gedaagde 1] en [gedaagden 2],

1 DE VERDERE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 4 mei 2016;

- de akte uitlating tevens wijziging eis zijdens Aruba Bank;

- de antwoordakte tevens bezwaar tegen eiswijziging zijdens [gedaagde 1].

De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis.

2 DE VERDERE BEOORDELING

2.1

Aruba Bank heeft haar eis ten aanzien van [gedaagde] vermeerderd met twee vorderingen uit hoofde van rekening-courantschuld van in totaal Afl. 14.091,49.

2.2

Jegens [gedaagde 2] heeft Aruba Bank haar (hoofdelijke) eis verminderd tot Afl. 34.742,10 in hoofdsom.

2.3 [

[gedaagde 1] verzet zich niet tegen de onder 2.1 genoemde eisvermeerdering. Deze is niettemin tardief. Het gerecht heeft Aruba Bank in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de vraag op welke basis [gedaagde 2] in rechte was betrokken met betrekking tot de […]. Aruba Bank diende zich tot beantwoording van die vraag te beperken. Toelating van de eiswijziging zou ertoe moeten leiden dat [gedaagde 1], die niet eerder van dupliek diende en die in de antwoordakte ook slechts op voorgaande vraag mocht reageren, in de gelegenheid zou worden gesteld alsnog inhoudelijk op de eisvermeerdering te reageren. Dat levert een onaanvaardbare vertraging van de procedure op.

2.4 [

[gedaagde 1] verzet zich tegen de eisvermindering. Dat verzet is ongegrond. Ook als ervan zou moeten worden uitgegaan dat [gedaagde 2], zoals [gedaagde 1] betoogt, medecontractant van de […] is doet dat niet af aan de – in dat geval – hoofdelijke aansprakelijkheid van [gedaagde 1] voor de terugbetaling van die lening. Noch betekent dat, dat Aruba Bank de gehele schuld niet op [gedaagde 2] kan verhalen. Noch staat dan zonder meer vast dat [gedaagde 1] voor de helft van de door haar betaalde schuld een regresrecht heeft op [gedaagde 2] omdat aan een vonnis tussen Aruba Bank als eiser en [gedaagden] als verweerders geen gezag van gewijsde tussen [gedaagde 1] en [gedaagde 2] toekomt.

2.5 [

[gedaagde 1] voert na repliek zijdens Aruba Bank geen inhoudelijk verweer meer. Niet gebleken is daarom dat Aruba Bank misbruik van haar vorderingsrecht maakt. De vordering, die overigens niet is weersproken, komt voor toewijzing in aanmerking.

2.6

Nu Aruba Bank deels in het ongelijk is gesteld, namelijk met betrekking tot de eisvermeerdering jegens [gedaagde 1] en met betrekking tot een deel van de oorspronkelijke hoofdvordering jegens [gedaagde 2] zal het gemachtigdensalaris gecompenseerd worden.

3 DE UITSPRAAK

De rechter in dit gerecht:

veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk tot betaling aan Aruba Bank van een bedrag van Afl. 34.742,10, te vermeerderen met de overeengekomen rente van 10% per jaar, steeds over het saldo van de dan (hoofdelijk) openstaande hoofdsom vanaf 18 februari 2015 tot de dag waarop volledig zal zijn betaald, te vermeerderen met 15% buitengerechtelijke incassokosten over de hoofdsom;

veroordeelt [gedaagde 1] tot betaling aan Aruba Bank van een bedrag van Afl. 41.229,19 vermeerderen met de overeengekomen rente van 10,7% per jaar, steeds over het saldo van de dan openstaande hoofdsom vanaf 18 februari 2015 tot de dag waarop volledig zal zijn betaald, te vermeerderen met 15% buitengerechtelijke incassokosten over de hoofdsom;

veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van Aruba Bank worden begroot op Afl. 900, aan griffierecht en alleen [gedaagde 1] tot betaling van Afl. 1.078,29 aan explootkosten en [gedaagde 2] tot Afl. 654,13 aan explootkosten en compenseert het gemachtigdensalaris aldus dat Aruba Bank de eigen kosten draagt;

verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.J. Noordhuizen rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 28 september 2016 in aanwezigheid van de griffier.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.