Uitspraak · Civiel recht

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, 14 september 2016

ECLI:NL:OGEAA:2016:650Zaaknummer A.R. 1504 van 2015

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
14 september 2016
Publicatiedatum
3 oktober 2016
Zaaknummer
A.R. 1504 van 2015
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Civiel. Ongevallenverzekering. Verzekerd voorval. Nietigheid.

5 DE UITSPRAAK

De rechter in dit gerecht:

wijst het gevorderde af;

veroordeelt Eiser in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van Fatum worden begroot op Afl. 3.400, aan salaris van de gemachtigde.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.J. Noordhuizen rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 14 september 2016 in aanwezigheid van de griffier.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 DE PROCEDURE
  2. 2 DE VASTSTAANDE FEITEN
  3. 3 DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
  4. 4 DE BEOORDELING
  5. 5 DE UITSPRAAK

Vonnis van 14 september 2016

Behorend bij A.R. 1504 van 2015

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS

in de zaak van:

Eiser,

te Aruba,

hierna ook te noemen: Eiser,

gemachtigde: de advocaat mr. D.G. Kock,

tegen:

de naamloze vennootschap

FATUM GENERAL INSURANCE ARUBA N.V.,

te Aruba,

hierna ook te noemen: Fatum,

gemachtigde: de advocaat mr. M.R. Hammoud.

1 DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift;

- de conclusie van antwoord;

- de conclusie van repliek;

- de conclusie van dupliek;

- de akte uitlating producties.

De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis.

2 DE VASTSTAANDE FEITEN

2.1

Door tussenkomst van Nos Seguro N.V. heeft Eiser op 16 juli 2014 een ongevallenverzekering gesloten bij Fatum. Volgens de polisvoorwaarden is het geldelijk gevolg van een ongeval gedekt, waarbij in geval van blijvende invaliditeit door het verlies van een duim 25% van de verzekerde som van Afl. 500.000, wordt uitgekeerd.

2.2

Op het door Eiser ondertekende aanvraagformulier ongevallenverzekering is onder 4 Beroep van de te verzekeren persoon ingevuld: salesman, eigen zaak, kleinhandel, elektronica/computers.

2.3

Eiser heeft op 10 oktober 2014 aanspraak gemaakt op uitkering van schadevergoeding onder de polis.

2.4

Bij brief van 9 februari 2015 heeft Fatum uitkering geweigerd.

3 DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

3.1

Eiser vordert – uitvoerbaar bij voorraad – veroordeling van Fatum tot betaling van Afl. 125.000,, te vermeerderen met de wettelijke rente, met veroordeling van Fatum tot vergoeding van de proceskosten.

3.2

Eiser grondt de vordering erop dat Fatum toerekenbaar tekortschiet in de nakoming van de verzekeringsovereenkomst.

3.3

Fatum voert hiertegen verweer, met vordering tot veroordeling van Eiser in de proceskosten.

4 DE BEOORDELING

4.1

Fatum beroept zich op vernietigbaarheid van de verzekeringsovereenkomst op grond van artikel 320 Wetboek van Koophandel (WvK) dat bepaalt, dat elke verkeerde of onwaarachtige opgave of welke verzwijging van aan de verzekerde bekende omstandigheden, hoezeer te goeder trouw aan diens zijde hebbende plaats gehad, welke van die aard is, dat de overeenkomst niet of niet onder dezelfde voorwaarden zou zijn gesloten, indien de verzekeraar van de ware staat van zaken had kennis gedragen, […] de verzekering vernietigbaar maakt[_df9b1911-1d1d-4849-b439-eb3624bd6021].

4.2

Dat brengt met zich mee, dat de stelplicht en bewijslast op Fatum rust.

4.3

Fatum beroept zich in verband met de vernietigbaarheid erop, dat Eiser op het aanvraagformulier ongevallenverzekering heeft ingevuld, althans door zijn tussenpersoon heeft doen invullen, dat hij zelfstandig ondernemend “salesman” van beroep is en een kleinhandel drijft in elektronica en computers. Verder heeft Eiser op het formulier aangegeven eens per maand een vliegreis te maken. Eiser heeft niet gemeld dat hij ten tijde van het sluiten van de overeenkomst werkloos was en het voornemen had gedurende langere tijd (van 18 juli tot – door het ongeval – 10 oktober 2014) in Venezuela en Colombia en het grensgebied tussen beide landen te verblijven. Dat Eiser ten tijde van het sluiten van de overeenkomst daadwerkelijk zelfstandig ondernemer was acht Fatum eens te meer onwaarschijnlijk omdat uit de activiteiten van Eiser in het buitenland niet blijkt dat hij zich met handel in elektronica en computers heeft bezig gehouden; Fatum kocht volgens eigen zeggen slechts twee tablets en twee laptops die vervolgens gestolen zouden zijn of door zijn neef in pand zijn genomen en van welke zaken Eiser geen bonnetjes heeft en het merk niet weet.

4.4

Deze stellingen zijn door Eiser niet voldoende gemotiveerd weersproken. Zo heeft Eiser niet voldoende toegelicht waaruit zijn handelsactiviteiten bestonden. Onverklaard is in dit verband waarom hij naar Venezuela ging en in het grensgebied van Venezuela en Colombia moest zijn. Niet verklaard is voorts waarom Eiser de gehele periode vanaf 18 juli 2014 tot 10 oktober 2014 in het buitenland moest zijn. Ten slotte is niet weersproken dat Eiser voor een ondernemer als hij stelt te zijn, in die tijd wel erg weinig elektronica en/of computers heeft gekocht en het bovendien voor een ondernemer ongerijmd is, dat hij geen aankoopbonnen heeft en ook niet kan zeggen van welke merken hij producten gekocht heeft. Dat Eiser de vragen niet begrepen heeft en niet kan lezen maakt eens te meer onaannemelijk dat hij handel drijft in producten als elektronica en computers.

4.5

Voor Fatum is in verband met het afwegen van het door haar te verzekeren risico van belang om te weten of en wat Eiser voor baan heeft, dan wel welk soort onderneming hij drijft. Daarnaar wordt dan ook gericht gevraagd. Niet voldoende gemotiveerd weersproken is dat Eiser die vraag onjuist heeft beantwoord terwijl overigens een voldoende gespecificeerd aanbod om door getuigen te bewijzen dat Eiser wel ondernemer was ontbreekt. In zoverre Eiser aangeboden heeft dat bewijs te leveren door zichzelf te doen horen gaat het gerecht daaraan op grond van artikel 145 lid 4 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering voorbij.

4.6

Fatum heeft zich terecht op de vernietigbaarheid van de verzekeringsovereenkomst beroepen.

4.7

Voorgaande brengt mee dat de vraag of Fatum zich met recht op de uitsluitingsclausules uit de polis kan beroepen niet beantwoord hoeft te worden.

4.8

Voor zover Eiser zijn vordering bedoelt ook te gronden op onrechtmatig handelen van Fatum door hem een ongevallenverzekering aan te bieden in plaats van een reisverzekering moet de vordering ook worden afgewezen omdat niet bestreden is dat Fatum geen reisverzekering zou hebben gesloten voor een reis naar Venezuela en het grensgebied van dat land met Colombia.

4.9

De vordering zal worden afgewezen. Als de in het ongelijk te stellen partij zal Eiser de proceskosten van Fatum moeten vergoeden.

5 DE UITSPRAAK

De rechter in dit gerecht:

wijst het gevorderde af;

veroordeelt Eiser in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van Fatum worden begroot op Afl. 3.400, aan salaris van de gemachtigde.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.J. Noordhuizen rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 14 september 2016 in aanwezigheid van de griffier.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.