Uitspraak · Civiel recht
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, 8 juni 2016
ECLI:NL:OGEAA:2016:408Zaaknummer B.B. 2771 van 2015
- Instantie
- Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Datum uitspraak
- 8 juni 2016
- Publicatiedatum
- 22 juni 2016
- Zaaknummer
- B.B. 2771 van 2015
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
civiel recht, schuldvordering
3 DE UITSPRAAK
Het Gerecht:
veroordeelt AEC tot betaling aan Johnson van een bedrag van Afl. 10.754,28, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 11 mei 2015 en te vermeerderen met 15% incassokosten zijnde Afl. 1.613,12,
veroordeelt AEC in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van Johnson worden begroot op Afl. 750,- aan griffierecht, Afl. 211,14 aan explootkosten en Afl. 750,- aan salaris van de gemachtigde;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. J. Sap, rechter, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 8 juni 2016 in aanwezigheid van de griffier.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
Vonnis van 8 juni 2016
Behorend bij B.B. 2771 van 2015
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS
in de zaak van:
de naamloze vennootschap
JOHNSON’S ENTERPRISES N.V.,
te Aruba,
EISERES, hierna ook te noemen: Johnson,
gemachtigde: de advocaat mr. A.E. Barrios,
tegen:
de naamloze venootschap
ADMELORIA ENGINEERING, CONSTRUCTION & MAINTENANCE N.V.,
te Aruba,
GEDAAGDE, hierna ook te noemen: AEC,
directeur: de heer [naam].
1 DE VERDERE PROCEDURE
Het verloop van de procedure tot 16 maart 2016 blijkt uit het tussenvonnis van dit Gerecht van die datum. De ingevolge dat vonnis gelaste comparitie van partijen na antwoord heeft plaatsgevonden op 20 april 2016. Johnson is toen ter zitting verschenen bij mr. M.D. Tromp. AEC is bij haar directeur verschenen. Partijen hebben over en weer het woord gevoerd, Johnson mede aan de hand van toegelaten producties, en hebben gereageerd of kunnen reageren op elkaars stellingen.
Vonnis is nader bepaald op heden.
2 HET GESCHIL EN DE BEOORDELING DAARVAN
Tussen Johnson en AEC is een overeenkomst gesloten. Op grond daarvan heeft Johnson aan AEC facturen gestuurd. Die zijn deels onbetaald gebleven.
Johnson vordert dat het Gerecht bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis AEC veroordeelt:
- om tegen kwijting te betalen aan Johnson Afl. 10.754,28, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 11 mei 2015 en Afl. 1.613,12 aan overeengekomen buitengerechtelijke incassokosten en onder veroordeling van AEC in de proceskosten.
AEC erkent dat zij in gebreke is in de nakoming van haar betalingsverplichting maar betwist de hoogte van de vordering.
Johnson heeft ter comparitie van partijen producties overgelegd waaruit blijkt dat de hoogte van de vordering een bedrag van Afl. 10.754,16 bedraagt. AEC heeft deze stelling niet langer betwist. De vordering is in na te melden zin toewijsbaar.
Als de in het ongelijk te stellen partij zal AEC de proceskosten van Johnson moeten vergoeden, Afl. 750,- aan griffierecht, Afl. 211,14 aan explootkosten en Afl. 750,- aan salaris van de gemachtigde (1 punt van liquidatietarief 4, ad Afl. 750,- per punt). Het Gerecht zal één punt op het salaris van de gemachtigde in mindering brengen, nu Johnson eerst bij comparitie van partijen de juiste facturen in het geding heeft gebracht en AEC bij antwoord heeft gereageerd op facturen die onvolledig waren (en niet bleken te kloppen). De extra proceshandeling die noodzakelijk was, dient voor rekening van Johnson te blijven.
3 DE UITSPRAAK
Het Gerecht:
veroordeelt AEC tot betaling aan Johnson van een bedrag van Afl. 10.754,28, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 11 mei 2015 en te vermeerderen met 15% incassokosten zijnde Afl. 1.613,12,
veroordeelt AEC in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van Johnson worden begroot op Afl. 750,- aan griffierecht, Afl. 211,14 aan explootkosten en Afl. 750,- aan salaris van de gemachtigde;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. J. Sap, rechter, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 8 juni 2016 in aanwezigheid van de griffier.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.