Uitspraak · Civiel recht
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, 9 maart 2016
ECLI:NL:OGEAA:2016:153Zaaknummer ARBB nr. 1653 van 2014
- Instantie
- Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Datum uitspraak
- 9 maart 2016
- Publicatiedatum
- 17 maart 2016
- Zaaknummer
- ARBB nr. 1653 van 2014
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
civiel recht, betaling schuld
3 DE BESLISSING
De rechter in dit gerecht:
Veroordeelt gedaagde tot betaling aan eiseres van Afl. 1.920,26, vermeerderd met 1% rente per maand vanaf 14 juli 2014;
Veroordeelt gedaagde in de kosten van de procedure aan de zijde van eiseres, tot op heden begroot op Afl. 100,-- aan griffierecht, nihil aan verschotten en Afl. 750,-- aan salaris gemachtigde.
Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.A.H. Lemaire, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 9 maart 2016 in aanwezigheid van de griffier.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
Vonnis van 9 maart 2016.
Behorend bij ARBB nr. 1653 van 2014.
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS
in de zaak van:
de naamloze vennootschap
ADVOCATENPRAKTIJK D.G. KOCK N.V.,
gevestigd in Aruba,
eiseres, hierna ook te noemen: Kock N.V.,
gemachtigde: de advocaat mr. E.M.J. Cafarzuza,
tegen:
[naam],
wonende te [adres] in Aruba,
gedaagde, hierna ook te noemen: G*,
procederende in persoon.
1 DE VERDERE PROCEDURE
Voor het eerdere verloop van de procedure wordt verwezen naar het tussenvonnis van 18 februari 2015. Eiseres heeft ingevolge dat tussenvonnis één getuige doen horen. Eiseres en gedaagde hebben vervolgens elk een conclusie na enquête genomen. De datum voor het vonnis is bepaald op heden.
2 DE VERDERE BEOORDELING
Eiseres stelt zich op het standpunt bewijs te hebben geleverd van haar stelling dat tussen partijen een uurtarief gold van Afl. 350,--. Dit blijkt niet alleen uit de door gedaagde ondertekende overeenkomst d.d. 21 september 2012, die gedaagde zegt niet te hebben begrepen, maar volgt ook uit de getuigenverklaring van de secretaresse van het kantoor mevrouw [naam].
Gedaagde blijft erbij dat hij geen uurtarief heeft aanvaard van Afl. 350,--. De in het Nederlands gestelde schriftelijke overeenkomst heeft hij niet begrepen omdat hij die taal niet machtig is. Hij zegt in een gesprek met advocaat Kock mondeling akkoord te zijn gegaan met een totaal honorarium van Afl. 1.500,--.
Het gerecht overweegt als volgt. De getuige heeft verklaard dat gedaagde was langs gekomen om de overeenkomst te tekenen. Zij heeft hem in het Papiaments verteld waarom het ging, ook het uurtarief. Hij heeft geen voorbehoud gemaakt en die dag een betaling gedaan van Afl. 375,--. Het gerecht ziet geen objectieve reden waarom deze getuigenverklaring niet zou kloppen. In samenhang bezien met de door gedaagde zonder voorbehoud ondertekende schriftelijke overeenkomst waarin het uurtarief wordt vermeld, acht het gerecht hiermee de stelling van eiseres bewezen dat tussen partijen een honorarium is overeen gekomen van Afl. 350,-- per uur. Het gerecht merkt daarbij nog op dat gedaagde niet heeft verklaard het Papiaments niet te begrijpen.
Gelet hierop zal de vordering worden toegewezen en zal gedaagde worden veroordeeld in de kosten van de procedure aan de zijde van eiseres.
3 DE BESLISSING
De rechter in dit gerecht:
Veroordeelt gedaagde tot betaling aan eiseres van Afl. 1.920,26, vermeerderd met 1% rente per maand vanaf 14 juli 2014;
Veroordeelt gedaagde in de kosten van de procedure aan de zijde van eiseres, tot op heden begroot op Afl. 100,-- aan griffierecht, nihil aan verschotten en Afl. 750,-- aan salaris gemachtigde.
Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.A.H. Lemaire, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 9 maart 2016 in aanwezigheid van de griffier.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.