Uitspraak · Civiel recht

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, 27 januari 2016

ECLI:NL:OGEAA:2016:104Zaaknummer A.R. 1598 van 2015

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
27 januari 2016
Publicatiedatum
17 februari 2016
Zaaknummer
A.R. 1598 van 2015
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Civiel; Verzuim woonplaats, zekerheidsincident, garantstelling advocaat.

5 DE UITSPRAAK:

De rechter in dit gerecht:

ambtshalve

verwijst de zaak naar de rol van 24 februari 2016 voor aanvulling verzoekschrift;

bepaalt dat geen gelegenheid wordt gegeven voor een reactie op de aanvulling;

houdt iedere verdere beslissing aan;

in het incident

gelast de griffier de zaak nadien te verwijzen naar de rolzitting van 23 maart 2016 voor vonnis in het incident;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.J Noordhuizen rechter in dit gerecht en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 27 januari 2016 in aanwezigheid van de griffier.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 DE PROCEDURE
  2. 2 DE VASTSTAANDE FEITEN
  3. 3 DE VORDERING EN HET VERWEER
  4. 4 DE BEOORDELING
  5. 5 DE UITSPRAAK:

Vonnis van 27 januari 2016

Behorend bij A.R. 1598 van 2015

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS

in het incident tot zekerheidstelling in de zaak van:

EISER,

zonder bekende woonplaats,

hierna ook te noemen: Eiser,

gemachtigde: de advocaat mr. R.C. Samuels,

tegen:

GEDAAGDE,

te Aruba,

hierna ook te noemen: Gedaagde,

gemachtigde: de advocaat mr. M.G.A. Baiz.

1 DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de incidentele conclusie van Gedaagde;

- de conclusie van antwoord in het incident van Eiser.

De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis in het incident.

2 DE VASTSTAANDE FEITEN

2.1

Eiser en Gedaagde zijn betrokken bij een verkeersongeval waardoor Eiser schade heeft geleden.

3 DE VORDERING EN HET VERWEER

3.1

Eiser vordert in de hoofdzaak – kort gezegd – provisioneel toewijzing van een bedrag van Afl. 28.520,74 aan voorschot op vergoeding van geleden schade en overigens schadevergoeding en een verklaring voor recht met veroordeling van Gedaagde, uitvoerbaar bij voorraad, tot betaling van de proceskosten.

3.2

Gedaagde heeft gesteld dat uit het inleidend verzoekschrift blijkt dat Eiser vreemdeling in de zin van art. 122 lid 1 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv.) is.

3.3

Eiser voert gemotiveerd verweer dat voor zover voor de beslissing van belang hieronder zal worden besproken.

4 DE BEOORDELING

ambtshalve

4.1

Volgens het inleidend verzoek is Eiser “tijdelijk verblijvende in Aruba” en kiest hij woonplaats ten kantore van zijn advocaat. Onder 3 van het verzoekschrift stelt Eiser dat hij toerist in Aruba was en dat hij in zijn eigen land, Servië, als maketing manager werkzaam was.

4.2

Het gerecht merkt ambtshalve op dat ingevolge artikel 111 lid 1 aanhef en onder a de voornamen en woonplaats van verzoeker moeten worden vermeld. Het vermelden van het adres waar Eiser als toerist verblijft volstaat niet.

Het gerecht zal Eiser in de gelegenheid stellen dit verzuim te herstellen en de zaak daartoe naar de rolzitting van 24 februari 2016.

in het incident

4.3

Het gerecht overweegt reeds nu dat het meermaals heeft geoordeeld, dat de persoonlijke garantstelling van de raadsman van Eiser voor de proceskosten meebrengt, dat ingevolge het tweede lid aanhef en onder c van artikel 122 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering redelijkerwijs aannemelijk is dat verhaal voor een veroordeling tot betaling van proceskosten in Aruba mogelijk zal zijn. Dat de advocaat op enig kan desisteren brengt blijkens de tekst van de garantstelling niet mee dat hij niet meer garant staat voor de proceskosten. De garantstelling vermeldt ook geen maximumbedrag zodat het ervoor moet worden gehouden dat de raadsman voor een volledige kostenveroordeling garant zal staan.

4.4

Onder die omstandigheden zal, aangenomen dat bovengenoemd verzuim wordt hersteld, geen aanleiding tot zekerheidstelling zijdens Eiser bestaan.

5 DE UITSPRAAK:

De rechter in dit gerecht:

ambtshalve

verwijst de zaak naar de rol van 24 februari 2016 voor aanvulling verzoekschrift;

bepaalt dat geen gelegenheid wordt gegeven voor een reactie op de aanvulling;

houdt iedere verdere beslissing aan;

in het incident

gelast de griffier de zaak nadien te verwijzen naar de rolzitting van 23 maart 2016 voor vonnis in het incident;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.J Noordhuizen rechter in dit gerecht en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 27 januari 2016 in aanwezigheid van de griffier.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.