Uitspraak · Strafrecht

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, 2 juli 2015

ECLI:NL:OGEAA:2015:385Zaaknummer P-2014/13918 en P-2014/05109, 133 en 139 van 2015

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
2 juli 2015
Publicatiedatum
5 oktober 2015
Zaaknummer
P-2014/13918 en P-2014/05109, 133 en 139 van 2015
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Arubaanse strafzaak. Twee strafzaken worden gevoegd behandeld. Jeugdige bekennende verdachte wordt veroordeeld wegens het tezamen en in vereniging met anderen plegen van een gewapende overval op de bewoners in een woning, en het voorhanden hebben van een airsoft pistool, tot jeugddetentie voor de duur van 20 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.

10 Beslissing

Het gerecht:

verklaart bewezen dat de verdachte de tenlastegelegde feiten zoals hierboven bewezen geacht heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt verdachte daarvan vrij;

verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en de verdachte hiervoor strafbaar;

kwalificeert het bewezenverklaarde als hierboven omschreven;

veroordeelt de verdachte tot jeugddetentie voor de duur van twintig (20) maanden;

bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;

beveelt dat van deze straf een gedeelte, groot zes (6) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij later anders mocht worden gelast op grond dat de veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt bepaald op twee (2) jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, dan wel gedurende die proeftijd de hierna gestelde bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen, hem te geven door of namens de Stichting Reclassering en Jeugdbescherming Aruba, zulks zolang deze instelling dat gedurende de proeftijd nodig acht, met opdracht aan die instelling als bedoeld in artikel 1:22, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht;

onttrekt aan het verkeer het in rubriek 9 genoemde voorwerp.

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. N.K. Engelbrecht en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit gerecht op 2 juli 2015, in tegenwoordigheid van de griffier.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Onderzoek van de zaak
  2. 2 Tenlastelegging
  3. 3 Voorvragen
  4. 4 Bewijsbeslissingen
  5. 5 Kwalificatie en strafbaarheid van het bewezenverklaarde
  6. 6 Strafbaarheid van de verdachte
  7. 7 Oplegging van straf of maatregel
  8. 8 Inbeslaggenomen voorwerpen
  9. 9 Toepasselijke wettelijke voorschriften
  10. 10 Beslissing

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

S T R A F V O N N I S

in de gevoegde zaken tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1997 in [geboorteplaats],

wonende in [woonplaats], te [adres].

1 Onderzoek van de zaak

Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 26 maart 2015 en op 11 juni 2015. De verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. G.M. Sjiem Fat.

De officier van justitie, mr. Y. Pronk, heeft gerekwireerd.

De raadsvrouw heeft het woord tot verdediging gevoerd aan de hand van overgelegde pleitnotities.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd:

P-2014/13918 (zaak 133 van 2015)

Dat hij op of omstreeks 30 november 2013 in Aruba tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning gelegen te [adres] heeft weggenomen een mobiele telefoon (van het merk Samsung, model Galaxy S3) en/of een (gouden) ketting (met kruishanger) en/of een (of meer) rugtas(sen) al dan niet met inhoud, in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of de mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of de mededader(s), hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk(e) geweld en/of bedreiging met geweld onder meer hierin bestond dat verdachte en/of de mededader(s) voorzien van een (of meer) (vuist)vuurwapen(s), althans een (of meer) op (een) (vuist)vuurwapen(s) gelijkend(e) voorwerp(en), de slaapkamer van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] is/zijn binnengegaan en/of (vervolgens) een (of meer) (vuist)vuurwapen(s), althans een (of meer) op (een) (vuist)vuurwapen(s) gelijkend(e) voorwerp(en) op die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft/hebben gericht, althans getoond en/of (vervolgens) voornoemde (gouden) ketting (met kruishanger) met kracht van de hals van die [slachtoffer 1] heeft/hebben weggerukt en/of (vervolgens) heeft/hebben gezegd/geschreeuwd: “Where is money. Where is money?” en/of “Money, give me money”, althans woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking;

(artikel 325 van het Wetboek van Strafrecht)

P-2014/05109 (zaak 139 van 2015)

Dat hij op of omstreeks 5 december 2013 in Aruba op de openbare weg of op enige voor het publiek toegankelijke plaats een wapen, te weten een air soft pistool, voorhanden heeft gehad;

(artikel 1 van de Wapenverordening)

3 Voorvragen

Geldigheid van de dagvaarding

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke vereisten voldoet en dus geldig is.

Bevoegdheid van het gerecht

Krachtens de wettelijke bepalingen is het gerecht bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

Ontvankelijkheid van de officier van justitie

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.

Redenen voor schorsing van de vervolging

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging gebleken.

4 Bewijsbeslissingen

In de zaak met nummer P-2014/13918 [_e4f09f5f-ee4c-4ad2-b9f8-3c59cac0a19b]

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Vaststaande feiten

Op 30 november 2013 zijn twee mannen de slaapkamer in de woning te [adres] binnengedrongen, alwaar [slachtoffer 1][_33182bc4-4d21-47a3-a85b-73b0e9fe0dda] en [slachtoffer 2][_8eab8c00-ac24-48b0-8c3c-93bffc4b6edc] lagen te slapen. De mannen hadden elk een vuistvuurwapen, althans een op een vuistvuurwapen gelijkend voorwerp, in handen en hielden deze gericht op die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2][_79a3e6a5-4073-4b45-afe8-5d4435d61d10]. Eén van de mannen rukte de gouden ketting met kruishanger van de hals van die [slachtoffer 1] weg en zei: “Where is money? Where is money?”[_a69e42ec-cffe-4a31-939c-8ceb0e02a6ca]en “Money, give me money”[_7c420870-92bc-4328-bfcc-7d3fff19ff91]. Uit de woning zijn tevens weggenomen, een mobiele telefoon (van het merk Samsung Galaxy S3)[_b923c4f0-acfd-49e4-8c01-76d5ecdcbf7e] en twee rugtassen met inhoud[_910c3b39-e560-4a72-8685-ee79280c7757].

In de zaak met nummer P-2014/005109 [_eb5158da-b57b-4f35-b3e1-38f2732aadde]

Verdachte wordt verweten dat hij op 5 december 2013 op de openbare weg, een air soft pistool voorhanden heeft gehad.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft betoogd dat gezien de stukken die zich in beide zaken in het dossier bevinden, wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de aan hem tenlastegelegde feiten. Voorts heeft de verdachte ter terechtzitting bekend beide feiten te hebben gepleegd.

In de zaak met parketnummer P-2014/13918 heeft de officier van justitie nog aangevoerd dat er sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachten op het plegen van het strafbaar feit. Dat verdachte zich op enig moment heeft gedistantieerd, is niet gebleken.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft in de zaak met parketnummer P-2014/13918 aan de hand van overgelegde pleitnotities - samengevat - betoogd dat de verdachte geen opzet had op het delict diefstal met geweld. Verdachte ontkent niet dat hij wederrechtelijk met de mededaders het huis is binnengedrongen, maar hij verkeerde in de veronderstelling dat de woning leegstond en dat zij kattenkwaad – vandalisme – en huisvredebreuk gingen plegen, aldus de verdediging. Hij schaamt zich diep voor de onrust en het leed dat hij heeft aangericht.

In de zaak met parketnummer P-2014/05109 heeft de verdachte bekend dat hij het luchtdrukpistool heeft gekocht toen hij 16 jaar oud was.

Bewijsoverwegingen

Ten aanzien van de zaak met nummer P-2014/13918

In dit geval staat vast dat in de nacht van 30 november 2013 meerdere daders een gewapende overval hebben gepleegd op de bewoners van de woning te [adres]. Verdachte heeft bekend samen met vijf andere jongens de woning te zijn binnengegaan. Volgens verdachte heeft hij daarna echter niets meer gedaan, behalve kijken naar wat de anderen deden. Evenmin heeft hij enig profijt gehad van deze overval, aldus verdachte.

Gelet hierop dient het gerecht de vraag te beantwoorden of tussen verdachte en de mededaders sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking ten aanzien van de gewapende overval.

Op grond van de bewijsmiddelen en hetgeen ter zitting is besproken, stelt het gerecht het volgende vast.

Op 29 november 2013 was verdachte (door [medeverdachte 1] “[roepnaam verdachte]” genoemd) samen met de medeverdachten [medeverdachte 2] (door de twee anderen ““[roepnaam medeverdachte 2]” genoemd) en [medeverdachte 1] (door de verdachte “[roepnaam medeverdachte 1]” genoemd), toen, volgens [medeverdachte 1], een van de twee anderen zei: “Hey ban buta un wet”, waarmee werd bedoeld om ergens te gaan inbreken. Hierna fietsten zij naar de wijk Ponton, alwaar, volgens verdachte, de medeverdachte [medeverdachte 2] het muskietengaas van een van de ramen van een huis wegsneed, en zij via het raam het huis binnendrongen[_fa87b210-5c12-4fa5-bcbf-7cfa37b6f72d][_75040a48-52af-458b-851f-21d239ea63c8]. Verdachte en [medeverdachte 2] hadden een luchtdrukpistool voorhanden, toen zij de woning binnendrongen[_c9d815c6-2e8d-4d88-a584-7209b450a12e][_c15af4b7-abf6-48d4-b8d6-f74e7d4cad08]. Twee van hen zijn de slaapkamer, waar de bewoners en hun baby lagen te slapen, binnengedrongen, alwaar zij de bewoners onder schot hielden en Hodge een ketting van de man wegrukte en om geld vroeg[_8011f22d-3bf9-42a1-b7eb-1dd7f0259daf].

Het gerecht acht de verklaring van de verdachte dat er nog drie mededaders aanwezig waren, niet aannemelijk, gelet op de eerste verklaringen van de medeverdachte [medeverdachte 1], waarin hij slechts drie daders, te weten [medeverdachte 2], [verdachte] en zichzelf, noemt en verder uitdrukkelijk verklaart dat er geen andere persoon betrokken was bij de overval, alsmede de verklaring van de bewoonster, dat zij na de overval uit het raam keek en drie mannen zag wegrennen.

Het gerecht stelt dan ook vast dat de gewapende overval is gepleegd door drie daders, onder wie verdachte.

Uit de hier geschetste gedragingen van de verdachte leidt het gerecht af dat hij, anders dan de verdediging heeft betoogd, wist dat er ingebroken ging worden in de woning gelegen te [adres] en dat hij er bewust voor heeft gekozen om zich bij die anderen aan te sluiten. Voorts stelt het gerecht vast dat de twee daders die gewapend de slaapkamer zijn binnengedrongen, [medeverdachte 2] en de verdachte zijn, nu zowel de verdachte als [medeverdachte 1] hebben verklaard dat [medeverdachte 1] in de keuken stond op het moment dat de twee (andere) daders in de slaapkamer waren.

Hieruit volgt dat er sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en de overige daders gericht op het plegen van het onderhavige delict.

Het gerecht heeft uit de wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat de verdachte het hem tenlastegelegde heeft begaan en verwerpt derhalve het verweer van de raadsvrouw.

Ten aanzien van de zaak met nummer P-2014/05109

Op grond van de bewijsmiddelen en hetgeen ter zitting is besproken, stelt het gerecht het volgende vast.

Op 5 december 2013 werd de verdachte aangehouden, en hij verklaarde dat hij een airsoft wapen bij zich had, die hij uit zijn broek had gehaald toen hij achtervolgd werd door een voor hem onbekende man[_2c2954ab-d8bf-41e8-a2b3-41fce7d809a9].

Een getuige verklaarde dat hij achter de verdachte rende omdat hij vermoedde dat de verdachte degene was die in diverse auto’s had ingebroken, en dat de verdachte een vuurwapen uit zijn broek haalde en in zijn richting schoot[_aeab56a8-4ef7-444a-baf3-a718262a1c6e].

Bewezenverklaring

Het gerecht heeft uit het onderzoek op de terechtzitting door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat het bewezen acht:

P-2014/13918 (zaak 133 van 2015)

Dat hij op of omstreeks 30 november 2013 in Aruba tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning gelegen te [adres] heeft weggenomen een mobiele telefoon (van het merk Samsung, model Galaxy S3) en/of een (gouden) ketting (met kruishanger) en/of een (of meer) rugtas(sen) al dan niet met inhoud, in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of de mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of de mededader(s), hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk(e) geweld en/of welke bedreiging met geweld onder meer hierin bestond dat verdachte en/of de een mededader(s) voorzien van een (of meer) (vuist)vuurwapen(s), althans een (of meer) op (een) (vuist)vuurwapen(s) gelijkend(e) voorwerp(en), de slaapkamer van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] is/zijn binnengegaan en/of (vervolgens) een (of meer) (vuist)vuurwapen(s), althans een (of meer) op (een) (vuist)vuurwapen(s) gelijkend(e) voorwerp(en) op die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft/hebben gericht, althans getoond en/of (vervolgens) voornoemde (gouden) ketting (met kruishanger) met kracht van de hals van die [slachtoffer 1] heeft/hebben weggerukt en/of (vervolgens) heeft/hebben gezegd/geschreeuwd: “Where is money. Where is money?” en/of “Money, give me money”, althans woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking.

P-2014/05109 (zaak 139 van 2015)

Dat hij op of omstreeks 5 december 2013 in Aruba op de openbare weg of op enige voor het publiek toegankelijke plaats een wapen, te weten een air soft pistool, voorhanden heeft gehad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, zoals doorgestreept in de tekst, is niet bewezen, zodat de verdachte hiervan zal worden vrijgesproken.

Voor zover in de telastlegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring cursief weergegeven verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

5 Kwalificatie en strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Op 15 februari 2014 is een nieuw Wetboek van Strafrecht van Aruba (AB 2012 no. 24, gewijzigd bij AB 2014 no. 11) in werking getreden. Bij de invoering is niet voorzien in overgangsrechtelijke bepalingen, zodat de daarin neergelegde voorschriften onmiddellijk van toepassing zijn geworden. Voor zover de in de tenlastelegging beschreven feiten zijn begaan vóór deze datum, geldt evenwel het navolgende.

Ingevolge artikel 1:1, eerste lid, van dit wetboek is geen feit strafbaar dan uit kracht van een daaraan voorafgegane wettelijke strafbepaling. In het tweede lid van dit artikel is voorts bepaald dat bij verandering in de wetgeving na het tijdstip waarop het feit begaan is, de voor de verdachte gunstigste bepalingen worden toegepast. Deze artikelleden, in onderlinge samenhang bezien, brengen mee dat, voor zover de bepalingen van dit wetboek omtrent de strafwaardigheid van een delict of de zwaarte van de daarop bedreigde sanctie niet gunstiger zijn dan die, welke golden ten tijde van het tijdstip of de periode waarop de aan de verdachte verweten feiten volgens de tenlastelegging zijn gepleegd, de op dat moment geldende bepalingen dienen te worden toegepast. Indien zich naar het oordeel van het gerecht een dergelijk geval voordoet zal dit in dit vonnis, voor zover relevant en niet uitdrukkelijk nader gemotiveerd, tot uitdrukking komen in de kwalificatiebeslissing en de vermelding van de bij de oplegging van een straf of maatregel toegepaste wettelijke voorschriften.

Het bewezenverklaarde levert op:

P-2014/13918 (zaak 133 van 2015)

Diefstal, door twee of meer verenigde personen, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken,

strafbaar gesteld bij artikel 325, eerste en tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht (oud).

P-2014/05109 (zaak 139 van 2015)

Overtreding van een verbod gesteld bij artikel 1, eerste lid, van de Wapenverordening, strafbaar gesteld bij artikel 11 van deze landsverordening.

Het bewezenverklaarde is strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid ervan opheffen of uitsluiten.

6 Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid opheffen of uitsluiten.

7 Oplegging van straf of maatregel

Het standpunt van officier van justitie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd de verdachte ter zake van de aan hem tenlastegelegde feiten te veroordelen tot jeugddetentie voor de duur van twintig (20) maanden waarvan zes (6) maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, met aftrek van voorarrest en met de bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften, aanwijzingen en opdrachten, hem te geven door of namens de Stichting Reclassering en Jeugdbescherming Aruba.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht om bij de oplegging van de straf rekening te houden met de beperkte rol van de verdachte bij de totstandkoming van het strafbaar feit (P-2014/13918), het feit dat de verdachte slechts 16 jaar oud was ten tijde van het plegen van de strafbare feiten, het feit dat de verdachte niet eerder is veroordeeld, zijn volledige medewerking aan het onderzoek heeft verleend en zich inmiddels op het rechte pad begeeft (verdachte gaat naar school en heeft een vaste baan). Gelet op voormelde heeft de raadsvrouw primair betoogd om aan de verdachte een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, danwel een straf gelijk aan de tijd die hij reeds in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, al dan niet met Reclasseringstoezicht en verbonden aan een proeftijd. Subsidiair heeft de raadsvrouw verzocht om aan de verdachte een taakstraf op te leggen.

De beoordeling

De verdachte was ten tijde van het plegen van de aan hem tenlastegelegde feiten zestien jaar oud. Dit betekent dat hij op grond van artikel 1:157 van het Wetboek van Strafrecht overeenkomstig de in dit wetboek neergelegde bijzondere bepalingen voor jeugdige personen zal worden bestraft.

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder de verdachte zich daaraan schuldig heeft gemaakt en op de persoon van de verdachte, zoals van één en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht het gerecht na te noemen beslissing passend. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich samen met zijn mededaders schuldig gemaakt aan een gewapende overval tijdens de nachtelijke uren in een woning, terwijl de bewoners - de aangever, zijn echtgenote en hun baby - ongestoord lagen te slapen. Verdachte en een van zijn mededaders zijn, voorzien van op vuistvuurwapens gelijkende voorwerpen, tot de slaapkamer van de bewoners binnengedrongen, alwaar zij de vuistvuurwapens op het echtpaar richtten. Vervolgens heeft één van de mededaders een ketting (met hanger) van de hals van de aangever weggerukt en is er bij de bewoners om geld aangedrongen. Bij het verlaten van de woning heeft een medeverdachte de mobiele telefoon van de aangever weggenomen; verdachte en een andere mededader hebben zich twee rugtassen toegeëigend.

Dit feit moet voor de bewoners een angstige en schokkende ervaring zijn geweest. Verdachte en zijn mededaders zijn met hun handelen geheel voorbij gegaan aan de gevoelens van onveiligheid die veelal door een woninginbraak bij de bewoners worden veroorzaakt. Slachtoffers van dergelijke daden kunnen nog langdurig lijden onder de (psychische) gevolgen daarvan. Dit wordt verdachte zwaar aangerekend.

Voorts hebben verdachte en zijn mededaders met deze overval de Arubaanse rechtsorde ernstig geschokt en gezorgd voor gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving. Als schadelijk voor het imago van Aruba als relatief veilig land, kunnen zij op termijn ook de economie en welvaart van dit land ondermijnen.

Verdachte heeft zich tevens schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een air soft pistool, wat gevaarlijke situaties met zich mee kan brengen en behoort tot een categorie feiten die een ernstige inbreuk maken op de rechtsorde en gevoelens van onrust en veiligheid in de samenleving veroorzaken.

Oplegging van een vrijheidsontnemende straf is op zich geïndiceerd.

Ten voordele van verdachte geldt dat hij nooit eerder met justitie in aanraking is geweest en zijn medewerking aan het onderzoek heeft verleend.

Alles afwegende kan niet worden volstaan met een andere of lichtere straf dan jeugd-detentie van na te melden duur. Het gerecht zal een deel van deze straf voorwaardelijk opleggen teneinde verdachte in te scherpen zich gedurende de proeftijd niet weer aan misdrijf schuldig te maken. Het gerecht acht het van belang daarbij nadere voorwaarden te stellen, ertoe strekkende dat hij zich gedurende de proeftijd onder begeleiding stelt van de jeugdreclassering.

8 Inbeslaggenomen voorwerpen

Onttrekking aan het verkeer

Ten aanzien van het in beslaggenomen luchtdrukpistool zal onttrekking aan het verkeer worden uitgesproken, omdat het tenlastegelegde feit in de zaak met parketnummer P-2014/05109 met betrekking tot dat voorwerp is begaan en dit voorwerp van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is mede gegrond op de artikelen 1:19, 1:20, 1:21, 1:22, 1:62, 1:74, 1:75, 1:157, 1:163, 1:165 en 1:224 van het Wetboek van Strafrecht.

10 Beslissing

Het gerecht:

verklaart bewezen dat de verdachte de tenlastegelegde feiten zoals hierboven bewezen geacht heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt verdachte daarvan vrij;

verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en de verdachte hiervoor strafbaar;

kwalificeert het bewezenverklaarde als hierboven omschreven;

veroordeelt de verdachte tot jeugddetentie voor de duur van twintig (20) maanden;

bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;

beveelt dat van deze straf een gedeelte, groot zes (6) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij later anders mocht worden gelast op grond dat de veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt bepaald op twee (2) jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, dan wel gedurende die proeftijd de hierna gestelde bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen, hem te geven door of namens de Stichting Reclassering en Jeugdbescherming Aruba, zulks zolang deze instelling dat gedurende de proeftijd nodig acht, met opdracht aan die instelling als bedoeld in artikel 1:22, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht;

onttrekt aan het verkeer het in rubriek 9 genoemde voorwerp.

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. N.K. Engelbrecht en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit gerecht op 2 juli 2015, in tegenwoordigheid van de griffier.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.