Uitspraak · Ambtenarenrecht
Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 22 juli 2026
ECLI:NL:OGAACMB:2026:56Zaaknummer AUA202502664
- Instantie
- Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Datum uitspraak
- 22 juli 2026
- Publicatiedatum
- 24 augustus 2026
- Zaaknummer
- AUA202502664
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Ambtenarenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
DEA - inpassing nieuw formatie (bovenbezoldigd)
BESLISSING
De rechter in dit gerecht:
- verklaart het bezwaar ongegrond.
Deze beslissing is gegeven door mr. W.C.E. Winfield, rechter in ambtenarenzaken, bijgestaan door M.R. de Cuba, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 22 juli 2026, in tegenwoordigheid van de griffier.
Informatie over hoger beroep
Tegen deze uitspraak kunnen alle partijen hoger beroep instellen bij de Raad van Beroep in ambtenarenzaken (RvBAz).
Het hoger beroepschrift moet worden ingediend binnen 30 dagen:
- als de indiener van het hoger beroep of zijn gemachtigde bij de uitspraak aanwezig is geweest: binnen 30 dagen na de dag van de uitspraak;
- in de andere gevallen: binnen 30 dagen na de dag van de toezending of de terhandstelling van een afschrift van de uitspraak.
De indiener van het hoger beroep moet in ieder geval:
- het hoger beroepschrift indienen in tweevoud;
- een afschrift van deze uitspraak bijvoegen;
- vermelden waarom hij het niet eens is met de uitspraak (hoger beroepsgronden).
Partijen kunnen gebruik maken van de mogelijkheid om binnen de gegeven hoger beroepstermijn te volstaan met een pro-forma hoger beroepschrift. Dit betekent dat de hoger beroepsgronden op een later moment kunnen worden ingediend.
Voor het instellen van hoger beroep is geen griffierecht verschuldigd.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
Uitspraak van 22 juli 2026
Gaza nr. AUA202502664
HET GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN ARUBA
UITSPRAAK
op het bezwaar in de zin van
de Landsverordening ambtenarenrechtspraak (La) van:
[Klaagster],
wonend te Aruba,
KLAAGSTER,
gemachtigde: mr. L.A. Hernandis,
tegen:
DE GOUVERNEUR VAN ARUBA,
zetelend te Aruba,
VERWEERDER,
gemachtigde: mr. T.J.T. Loopstok (DWJZ).
INLEIDING
Bij landsbesluit van 29 juli 2025 no. 39 (het bestreden landsbesluit) heeft verweerder besloten om klaagster met ingang van 1 januari 2024 boven bezoldigd in te passen in de nieuwe formatiestructuur van het Departamento di Enseñansa Aruba (DEA) in de functie van communicatie en statistiek adviseur (schaal 13).
Hiertegen heeft klaagster op 25 augustus 2025 bezwaar gemaakt bij het gerecht.
Verweerder heeft op 17 oktober 2025 de op de zaak betrekking hebbende stukken ingediend.
Het gerecht heeft de zaak behandeld ter zitting van 12 januari 2026. Klaagster is verschenen bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Verweerder heeft op 2 februari 2026 desgevraagd stukken ingediend en heeft op 2 maart 2026 aanvullende stukken ingediend.
Het gerecht heeft de behandeling van de zaak op 9 februari 2026 voortgezet. Klaagster is verschenen bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
De uitspraak is vervolgens nader bepaald op vandaag.
OVERWEGINGEN
Wat is relevant om te weten?
Klaagster is ambtenaar en werkzaam bij het DEA. Zij vervulde daar de functie van Coördinator onderzoek en statistiek en bekleedt sinds 1 februari 2018 de rang van administrateur (schaal 13).
In het kader van de reorganisatie van DEA is bij ministerraadbeslissing van 22 december 2023 het formatierapport goedgekeurd.
Bij instellingsbesluit van 12 januari 2024 is de implementatiedatum van de nieuwe organisatie vastgesteld op 1 januari 2024.
In het nieuwe formatierapport is de functiebenaming van Coördinator onderzoek en statistiek vervangen door Communicatie en statistiek adviseur. Deze functie is in de nieuwe formatiestructuur gewaardeerd op maximaal schaal 12.
Het Departamento Recurso Humano (DRH) heeft geadviseerd klaagster met ingang van 1 januari 2024 boven bezoldigd in te passen in de functie van Communicatie en statistiek adviseur.
Bij het bestreden landsbesluit heeft verweerder besloten om klaagster met ingang van 1 januari 2024 boven bezoldigd in te passen in de nieuwe formatiestructuur van het DEA in de functie van Communicatie en statistiek adviseur (schaal 13).
Wat vindt klaagster?
3. Klaagster kan zich niet verenigen met het bestreden landsbesluit. Zij voert aan dat verweerder heeft gehandeld in strijd met het gelijkheidsbeginsel, het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel. Volgens klaagster had hij moeten worden ingepast in de functie van Hoofd Onderwijs Informatiemanagement, omdat zij aan alle voor die functie gestelde vereisten voldoet. Bovendien heeft de kandidaat die werd benoemd geen WO-opleiding afgerond. De kandidaat was belast met onderwijsfaciliteiten en het onderhouden van onderwijsgebouwen, welk gebied geen enkel raakvlak heeft met onderwijsinformatiemanagement. Klaagster wijst er voorts op dat de functie van Coördinator onderzoek en statistiek in de nieuwe formatie is vervangen door de functie van Communicatie en statistiek adviseur, waaraan een lagere functieschaal is verbonden, namelijk een maximale waardering van schaal 12. Volgens klaagster brengt deze functiewijziging mee dat verweerder het uitgangspunt ‘mens volgt taak’ niet op de juiste wijze heeft toegepast. Ten slotte voert klaagster aan dat verweerder haar ten onrechte boven bezoldigd heeft ingepast, nu een dergelijke wijze van inpassing volgens haar geen grondslag vindt in de Bezoldigingsregeling Aruba 1986.
Wat vindt verweerder?
4. Verweerder stelt zich op het standpunt dat klaagster overeenkomstig de uitgangspunten van de generieke plaatsingsprocedure in de nieuwe organisatiestructuur is ingepast. Daarbij is het uitgangspunt ‘mens volgt taak’ toegepast. Volgens verweerder is de functie van Coördinator onderzoek en statistiek in de nieuwe formatie gewijzigd in de functie van Communicatie en statistiek adviseur, zodat klaagster terecht in die functie is geplaatst. Voorts voert verweerder aan dat klaagster is geplaatst in de functie van haar tweede voorkeur. Voor de functie van Hoofd onderwijs informatiemanagement wordt klaagster niet geschikt geacht, omdat zij volgens verweerder niet voldoet aan de voor die functie vereiste leiderschapscompetenties. Volgens verweerder is de reorganisatie zorgvuldig uitgevoerd en is de plaatsing van klaagster gebaseerd op de nieuwe organisatiestructuur, de functievereisten en de aansluiting van de functie van Communicatie en statistiek adviseur bij de werkzaamheden die klaagster vóór de reorganisatie verrichtte.
Wat is het wettelijk kader?
Ingevolge artikel 5 van de Landsverordening materieel ambtenarenrecht geschieden aanstelling in vaste of in tijdelijke dienst.
Ingevolge artikel 13, eerste lid, van de Landsverordening materieel ambtenarenrecht geschieden aanstelling en bevordering, voor zover daaromtrent regels zijn vastgesteld, overeenkomstig die regels.
Ingevolge artikel 17, eerste lid, van de Landsverordening materieel ambtenarenrecht geschiedt de bezoldiging van de ambtenaar overeenkomstig de daarvoor vastgestelde regels.
Beoordeling
Het gerecht stelt voorop dat het de overheid in beginsel vrijstaat zijn organisatie in te richten op de wijze die haar, gelet op gewijzigde organisatorische inzichten en de behoeften van de dienst, aangewezen voorkomt. Tot die beleidsvrijheid behoort ook de bevoegdheid om functies te wijzigen, samen te voegen, op te heffen of anders te waarderen in het kader van een reorganisatie. De rechter toetst een dergelijk besluit terughoudend.
Verweerder heeft aan het bestreden besluit ten grondslag gelegd dat de functie van Coördinator onderzoek en statistiek in de nieuwe organisatiestructuur is opgegaan in de functie van Communicatie en statistiek adviseur en dat klaagster met toepassing van het uitgangspunt ‘mens volgt taak’ in die functie is geplaatst. Ter beoordeling van deze stelling worden de oude en nieuwe functiebeschrijvingen betrokken.
Uit het functie-inventarisatieformulier volgt dat de functie van Coördinator onderzoek en statistiek was gepositioneerd binnen de onderafdeling Onderzoek en Statistiek en was belast met het leidinggeven aan en coördineren van deze afdeling, bestaande uit drie ondergeschikten, waaronder een stagiaire. Tot de leidinggevende werkzaamheden behoorden onder meer de personeelsplanning, de inzet van personeel, het toekennen van vakantiedagen, de registratie van ziekmeldingen, het voeren van functionerings- en beoordelingsgesprekken, het begeleiden en coachen van medewerkers en het houden van structureel werkoverleg. Deze werkzaamheden vormden ongeveer 40% van de functie. Daarnaast was de functie voor 40% gericht op projectontwikkeling, waaronder het initiëren, voorbereiden, begeleiden en plannen van onderzoeksprojecten en de ontwikkeling van het jaarverslag. Voorts omvatte de functie het leveren van onderwijsdata aan nationale en internationale instanties ten behoeve van beleidsontwikkeling (10%) en het verzamelen, beheren en analyseren van onderwijsgegevens ter ondersteuning van beleidsbeslissingen (10%). De functie was gewaardeerd op WO-werk- en denkniveau.
Uit de nieuwe formatiestructuur volgt dat de functie van Communicatie en statistiek adviseur is ondergebracht bij de afdeling Onderwijs Informatiemanagement. Deze functie is belast met werkzaamheden op het gebied van communicatie en statistiek, waaronder het ontwikkelen van communicatiebeleid, het verrichten en begeleiden van onderzoek, het genereren, analyseren en beschikbaar stellen van onderwijsgegevens, het ontwikkelen van indicatoren en het bijdragen aan de beleidsontwikkeling op het terrein van onderwijs en communicatie. Anders dan de voormalige functie kent de functie geen leidinggevende of personele verantwoordelijkheden. De functie is eveneens gewaardeerd op WO-werk- en denkniveau.
Gelet op de inhoud, het niveau en de aard van de werkzaamheden verschilt de functie van Communicatie en statistiek adviseur van de voormalige functie van Coördinator onderzoek en statistiek, in het bijzonder waar het de leidinggevende en personele verantwoordelijkheden betreft. Daarmee is geen sprake van een volledige voortzetting van de oude functie in de nieuwe functie. Dat neemt echter niet weg dat de werkzaamheden op het gebied van onderzoek, statistiek, dataverzameling, data-analyse en beleidsondersteuning in belangrijke mate zijn behouden. De kern van de inhoudelijke werkzaamheden van klaagster is daarmee teruggekeerd in de functie van Communicatie en statistiek adviseur. Verweerder heeft zich daarom op het standpunt mogen stellen dat klaagster binnen de nieuwe organisatiestructuur met toepassing van het uitgangspunt 'mens volgt taak' in die functie is geplaatst.
Klaagster heeft daarnaast aangevoerd dat zij in aanmerking had moeten worden gebracht voor de functie van Hoofd Onderwijs Informatiemanagement, zijnde haar eerste voorkeur.
Deze functie betreft een integraal leidinggevende functie binnen de afdeling Onderwijs Informatiemanagement en omvat onder meer het management van de afdeling, de verantwoordelijkheid voor de strategische beleidsontwikkeling, het opstellen van begrotingen, jaar- en werkplannen en managementrapportages, de aansturing van de beleidsuitvoering en het leidinggeven aan de medewerkers binnen de afdeling. Het gerecht neemt daarbij in aanmerking dat de leidinggevende en organisatorische werkzaamheden die klaagster in haar voormalige functie verrichtte, in de nieuwe organisatiestructuur zijn ondergebracht bij de functie van Hoofd Onderwijs Informatiemanagement, terwijl aan die functie daarnaast bredere managementverantwoordelijkheden zijn toegevoegd, waaronder strategische beleidsvorming, begrotingsverantwoordelijkheid en integraal afdelingsmanagement. Daarmee gaat deze functie qua verantwoordelijkheden en zwaarte verder dan de voormalige functie van Coördinator onderzoek en statistiek. Verweerder komt bij de invulling van een dergelijke leidinggevende functie beoordelingsruimte toe bij de selectie van de meest geschikte kandidaat, in het bijzonder waar het gaat om leidinggevende en organisatorische competenties. De enkele omstandigheid dat klaagster meent aan de functievereisten te voldoen en erop wijst dat de benoemde kandidaat geen afgeronde WO-opleiding heeft, leidt niet tot een ander oordeel. Uit de functiebeschrijving volgt immers dat voor de functie een WO-werk- en denkniveau is vereist en niet een afgeronde universitaire opleiding. Niet is gebleken dat verweerder niet heeft mogen oordelen dat klaagster niet beschikte over de voor deze functie vereiste leiderschapscompetenties. Evenmin is gebleken dat verweerder de benoemde kandidaat niet geschikt heeft kunnen achten voor deze functie.
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat verweerder klaagster in redelijkheid heeft kunnen plaatsen in de functie van Communicatie en statistiek adviseur en dat niet is gebleken dat verweerder gehouden was klaagster te plaatsen in de functie van Hoofd Onderwijs Informatiemanagement.
Het betoog van klaagster dat voor de aanstelling “boven bezoldigd” geen wettelijke basis bestaat, kan haar niet baten, nu honorering van dat betoog ertoe zou leiden dat zij niet in schaal 13 maar in schaal 12 zou moeten worden benoemd.
Het bezwaar is ongegrond.
BESLISSING
De rechter in dit gerecht:
- verklaart het bezwaar ongegrond.
Deze beslissing is gegeven door mr. W.C.E. Winfield, rechter in ambtenarenzaken, bijgestaan door M.R. de Cuba, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 22 juli 2026, in tegenwoordigheid van de griffier.
Informatie over hoger beroep
Tegen deze uitspraak kunnen alle partijen hoger beroep instellen bij de Raad van Beroep in ambtenarenzaken (RvBAz).
Het hoger beroepschrift moet worden ingediend binnen 30 dagen:
- als de indiener van het hoger beroep of zijn gemachtigde bij de uitspraak aanwezig is geweest: binnen 30 dagen na de dag van de uitspraak;
- in de andere gevallen: binnen 30 dagen na de dag van de toezending of de terhandstelling van een afschrift van de uitspraak.
De indiener van het hoger beroep moet in ieder geval:
- het hoger beroepschrift indienen in tweevoud;
- een afschrift van deze uitspraak bijvoegen;
- vermelden waarom hij het niet eens is met de uitspraak (hoger beroepsgronden).
Partijen kunnen gebruik maken van de mogelijkheid om binnen de gegeven hoger beroepstermijn te volstaan met een pro-forma hoger beroepschrift. Dit betekent dat de hoger beroepsgronden op een later moment kunnen worden ingediend.
Voor het instellen van hoger beroep is geen griffierecht verschuldigd.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.