Uitspraak · Ambtenarenrecht

Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 22 juli 2026

ECLI:NL:OGAACMB:2026:53Zaaknummer AUA202404244

Instantie
Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
22 juli 2026
Publicatiedatum
24 augustus 2026
Zaaknummer
AUA202404244
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Ambtenarenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Schaarstetoelage

DE UITSPRAAK

De rechter in dit gerecht:

- verklaart het bezwaar niet-ontvankelijk.

Deze beslissing is gegeven door mr. W.C.E. Winfield, rechter in ambtenarenzaken, bijgestaan door M.R. de Cuba, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 22 juli 2026, in tegenwoordigheid van de griffier.

Informatie over hoger beroep

Tegen deze uitspraak kunnen alle partijen hoger beroep instellen bij de Raad van Beroep in ambtenarenzaken (RvBAz).

Het hoger beroepschrift moet worden ingediend binnen 30 dagen:

  • als de indiener van het hoger beroep of zijn gemachtigde bij de uitspraak aanwezig is geweest: binnen 30 dagen na de dag van de uitspraak;
  • in de andere gevallen: binnen 30 dagen na de dag van de toezending of de terhandstelling van een afschrift van de uitspraak.

De indiener van het hoger beroep moet in ieder geval:

  • het hoger beroepschrift indienen in tweevoud;
  • een afschrift van deze uitspraak bijvoegen;
  • vermelden waarom hij het niet eens is met de uitspraak (hoger beroepsgronden).

Partijen kunnen gebruik maken van de mogelijkheid om binnen de gegeven hoger beroepstermijn te volstaan met een pro-forma hoger beroepschrift. Dit betekent dat de hoger beroepsgronden op een later moment kunnen worden ingediend.

Voor het instellen van hoger beroep is geen griffierecht verschuldigd.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. HET GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN ARUBA
  2. PROCESVERLOOP
  3. BEOORDELING
  4. De feiten
  5. DE UITSPRAAK

Uitspraak van 22 juli 2026

Gaza nr. AUA202404244

HET GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN ARUBA

UITSPRAAK

op het bezwaar in de zin van

de Landsverordening ambtenarenrechtspraak (La) van:

[Klager],

wonend te Aruba,

KLAGER,

procederend in persoon,

tegen:

DE MINISTER, BELAST MET FINANCIËN,

zetelend te Aruba,

VERWEERDER,

gemachtigde: de advocaat mr. H.F. Falconi.

PROCESVERLOOP

Bij ministeriële beschikking van 10 oktober 2024 [nummer] (de bestreden beschikking) heeft verweerder besloten om aan klager met ingang van 1 augustus 2024 een verhoging van de schaarstetoelage (accountancytoelage) toe te kennen naar reden van 25% van zijn maandelijkse bezoldiging.

Hiertegen heeft klager op 8 november 2024 pro forma bezwaar gemaakt. Klager heeft op 29 november 2024 de gronden waarop zijn bezwaar berust, aangevuld.

Verweerder heeft op 20 februari 2025 een contramemorie ingediend.

Het gerecht heeft de zaak behandeld ter zitting van 9 juni 2025. Klager heeft bij brief van 6 juni 2025 bericht dat hij persisteert en niet ter zitting zal verschijnen. Verweerder heeft zich ter zitting laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

De uitspraak is nader bepaald op heden.

BEOORDELING

De feiten

1.1

Klager is ambtenaar werkzaam bij de Directie Financiën in de functie van 1e medewerker FBE in de rang van administrateur (schaal 13). Klager ontvangt sinds 1 september 2000 een toelage in verband met de schaarste die er op Aruba heerst en de moeilijkheid om bij bepaalde diensten in de overheid gekwalificeerde krachten aan te trekken (hierna: de schaarstetoelage). Klager ontvangt sinds 1 september 2002 een schaarstetoelage van 20% van zijn bezoldiging.

1.2

Bij bestreden ministeriële beschikking van 10 oktober 2024 heeft verweerder ambtshalve besloten om de aan klager toegekende schaarstoelage met ingang van 1 augustus 2024 te verhogen naar 25% van zijn maandelijkse bezoldiging.

Het juridisch kader

2.1

Het recht op een schaarstetoelage is niet neergelegd in een wettelijke regeling, maar op beleid. Het beleid van verweerder ter zake van de schaarstetoelage, zoals neergelegd in het handboek rechtspositionele regelingen 2009, onder paragraaf 4.1.14, luidt - voor zover hier van belang - als volgt:

“4.1.14 Schaarstetoelage

Wie komen in aanmerking voor de schaarstetoelage?

Gekwalificeerde krachten welke, gezien de schaarste die er op Aruba heerst, moeilijk zijn aan te trekken voor de volgende diensten/directies (advies DPO 12-11-03 en gezamenlijk advies van CAD, DF, ARA en BAD 03-01-95):

· Directie Financiën (DF);

· (…).

Algemene regeling

(…)

De kern van de regeling is: het toekennen van een toelage van 10% oplopend met 5% per jaar tot een maximum van 20% van de bezoldiging aan de zittende en de nieuw aan te trekken gekwalificeerde krachten die aan de opleidingseisen voldoen en goed functioneren (gezamenlijk advies van CAD, DF, ARA en BAD 03-01-95).

Toelage van:

10% na een positieve beoordeling over een periode van zes (6) maanden;

15% na een positieve beoordeling over een periode van zes (6) maanden;

20% na een positieve beoordeling over een periode van zes (6) maanden.

Bij een slechte beoordeling kan de toelage ook worden ingetrokken of verlaagd.

(…).”

2.2

Naar aanleiding van de ministerraadbeslissing van 15 juli 2024 (BE-41/24) is het maximumpercentage van de geldende schaarstetoelage-regeling verhoogd naar 25%.

De standpunten van partijen

3.1

Klager heeft bezwaar gemaakt tegen beschikking om zijn schaarstetoelage te verhogen van 20% naar 25%. Hij heeft zich daarbij op het standpunt gesteld dat bij hem de verwachting is gewekt dat er een algemene herziening van de bezoldigingsregeling zal gaan plaatsvinden. Klager meent dat de Arubaanse overheid zich niet als goed werkgever heeft gedragen door na te laten de Bezoldigingsregeling Aruba (BRA) tijdig te herzien. In plaats daarvan wordt telkens voor een bepaalde dienst of groep ambtenaren een herziening doorgevoerd, maar niet voor ambtenaren zoals klager. Door het nalaten van de herziening van de bezoldigingsregeling of een rangenstelsel stelt klager financieel nadeel te hebben opgelopen, ook ten aanzien van haar pensioenopbouw. Hij meent dat de schaarstetoelage, die als tijdelijk was bedoeld maar inmiddels een structureel karakter heeft gekregen, onderdeel had moeten worden van haar reguliere bezoldiging, zodat die ook meetelt voor de pensioengrondslag. Klager vordert dat de bestreden beschikking nietig wordt verklaard en een nieuwe beschikking wordt genomen waarbij de accountancytoelage van klager met terugwerkende kracht tot 1 januari 2003, meetelt voor zijn pensioenopbouw.

3.2

Verweerder stelt zich primair op het standpunt dat het bezwaar van klager niet-ontvankelijk moet worden verklaard, omdat het niet is gericht tegen de bestreden beschikking van verweerder.

De beoordeling

4. Ter toetsing ligt voor de bestreden beschikking van verweerder over de verhoging van de aan klager toekomende schaarstetoelage. De schaarstetoelage telt weliswaar per 1 januari 2024 mee voor de pensioengrondslag van klager, maar dit is niet geregeld in de bestreden beschikking. De bestreden beschikking gaat niet over de reguliere bezoldiging van klager en ook niet over zijn pensioengrondslag. Het gerecht komt dan ook tot de conclusie dat de bezwaren van klager niet zijn gericht tegen de bestreden beschikking. Wat hij met zijn bezwaar beoogt, kan hij daarom in deze procedure niet bereiken. Hij heeft daarom geen procesbelang, zodat het bezwaar niet-ontvankelijk is.

DE UITSPRAAK

De rechter in dit gerecht:

- verklaart het bezwaar niet-ontvankelijk.

Deze beslissing is gegeven door mr. W.C.E. Winfield, rechter in ambtenarenzaken, bijgestaan door M.R. de Cuba, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 22 juli 2026, in tegenwoordigheid van de griffier.

Informatie over hoger beroep

Tegen deze uitspraak kunnen alle partijen hoger beroep instellen bij de Raad van Beroep in ambtenarenzaken (RvBAz).

Het hoger beroepschrift moet worden ingediend binnen 30 dagen:

  • als de indiener van het hoger beroep of zijn gemachtigde bij de uitspraak aanwezig is geweest: binnen 30 dagen na de dag van de uitspraak;
  • in de andere gevallen: binnen 30 dagen na de dag van de toezending of de terhandstelling van een afschrift van de uitspraak.

De indiener van het hoger beroep moet in ieder geval:

  • het hoger beroepschrift indienen in tweevoud;
  • een afschrift van deze uitspraak bijvoegen;
  • vermelden waarom hij het niet eens is met de uitspraak (hoger beroepsgronden).

Partijen kunnen gebruik maken van de mogelijkheid om binnen de gegeven hoger beroepstermijn te volstaan met een pro-forma hoger beroepschrift. Dit betekent dat de hoger beroepsgronden op een later moment kunnen worden ingediend.

Voor het instellen van hoger beroep is geen griffierecht verschuldigd.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.