Uitspraak · Ambtenarenrecht

Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 20 juli 2026

ECLI:NL:OGAACMB:2026:49Zaaknummer AUA202503748

Instantie
Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
20 juli 2026
Publicatiedatum
21 augustus 2026
Zaaknummer
AUA202503748
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Ambtenarenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Geen beschikking, handeling of weigering als bedoeld in artikel 35 La, niet ontvankelijk.

BESLISSING

De rechter in dit gerecht:

- verklaart het bezwaar niet-ontvankelijk.

Deze beslissing is gegeven door mr. A.J. Martijn, rechter in ambtenarenzaken, bijgestaan door mr. A. de Cuba, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 20 juli 2026, in tegenwoordigheid van de griffier.

Informatie over hoger beroep

Tegen deze uitspraak kunnen alle partijen hoger beroep instellen bij de Raad van Beroep in ambtenarenzaken (RvBAz).

Het hoger beroepschrift moet worden ingediend binnen 30 dagen:

  • na de dag van de uitspraak, als de indiener van het hoger beroep of zijn gemachtigde bij de uitspraak aanwezig is geweest;
  • na de dag van de toezending of de terhandstelling van een afschrift van de uitspraak, in de andere gevallen.

De indiener van het hoger beroep moet in ieder geval:

  • het hoger beroepschrift indienen in tweevoud;
  • een afschrift van deze uitspraak bijvoegen;
  • vermelden waarom hij het niet eens is met de uitspraak (hoger beroepsgronden).

Partijen kunnen gebruik maken van de mogelijkheid om binnen de gegeven hoger beroepstermijn te volstaan met een pro-forma hoger beroepschrift. Dit betekent dat de hoger beroepsgronden op een later moment kunnen worden ingediend.

Voor het instellen van hoger beroep is geen griffierecht verschuldigd.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. INLEIDING
  2. OVERWEGINGEN
  3. CONCLUSIE
  4. BESLISSING

Uitspraak van 20 juli 2026

Gaza nr. AUA202503748

GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN ARUBA

UITSPRAAK

op het bezwaar als bedoeld in de

Landsverordening ambtenarenrechtspraak (La) van:

[Klaagster],

wonend in Aruba,

KLAAGSTER,

gemachtigde: de advocaat mr. R.P. Lee,

gericht tegen:

DE GOUVERNEUR VAN ARUBA,

zetelend in Aruba,

VERWEERDER,

gemachtigde: mr. T. Loopstok (DWJZ).

INLEIDING

1.1

In deze uitspraak beoordeelt het gerecht het bezwaar van klaagster tegen de vermelding op haar salarisstrook van september 2025 dat zij werkzaam is bij het Departamento di Integracion Maneho y Admision di Stranhero (DIMAS).

1.2

Dat bezwaar heeft klaagster op 22 oktober 2025 bij het gerecht ingediend.

1.3

Verweerder heeft op 12 december 2025 een contramemorie ingediend.

1.4

Het gerecht heeft de zaak behandeld ter zitting van 30 maart 2026, waar klaagster is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde, en verweerder zich heeft laten vertegenwoordigen door voornoemde gemachtigde.

1.5

De uitspraak is nader bepaald op vandaag.

OVERWEGINGEN

2. Het gerecht is van oordeel dat het bezwaar van klaagster niet-ontvankelijk dient te worden verklaard en legt hierna dit oordeel uit.

Wat is relevant om te weten?

3.1

Klaagster is als ambtenaar geplaatst bij het Departamento di Progreso Laboral (DPL) in de functie van medewerker toelating arbeidsmarkt.

3.2

Bij brief van 31 juli 2025 heeft het Departamento Recurso Humano (DRH) geadviseerd klaagster met ingang van 21 juli 2025 voor de duur van 6 maanden ter beschikking te stellen aan het DIMAS.

3.3

Bij ministeriële beschikking van 20 augustus 2025 is conform het advies van het DRH besloten.

3.4

Op de salarisstrook van klaagster van augustus 2025 staat “Departamento di Progreso Laboral” vermeld. Op de salarisstrook van september 2025 is deze vermelding gewijzigd in “Departamento di Integracion Maneho y Admision di Stranhero”. Het bezwaar van kaagster richt zich tegen deze wijziging.

Wat vindt klager?

4. Klaagster kan zich niet verenigen met de aanpassing dan wel de vermelding van DIMAS op haar salarisstrook van september 2025, omdat deze wijziging volgens haar op rechtsgevolg is gericht. Volgens klaagster impliceert deze vermelding dat zij is overgeplaatst naar DIMAS, terwijl zij formeel nog steeds werkzaam is bij de DPL. Zij heeft ingestemd met een tijdelijke terbeschikkingstelling aan DIMAS, maar niet met een overplaatsing naar deze dienst.

Wat vindt verweerder?

5. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat de vermelding van DIMAS op de salarisstrook slechts een interne administratieve verwerking betreft en niet kan worden aangemerkt als een formele overplaatsing. Volgens verweerder is klaagster voor de duur van zes maanden ter beschikking gesteld aan DIMAS en is zij niet overgeplaatst. Voor een overplaatsing is immers een landsbesluit van het bevoegde gezag vereist, welk besluit ontbreekt. De vermelding van DIMAS ziet volgens verweerder uitsluitend op de dienst die tijdelijk de personeelskosten van klaagster draagt in het kader van haar terbeschikkingstelling. Haar rechtspositie blijft daarbij onverlet; van een wijziging in rang, salaris of formele plaatsing is geen sprake. Nu de vermelding van DIMAS op de salarisstrook volgens verweerder rechtsgevolg ontbeert, dient het bezwaar van klaagster niet-ontvankelijk te worden verklaard.

Wat is het wettelijk kader?

6. Ingevolge artikel 35 van de Landsverordening ambtenarenrechtspraak (La) kan een bezwaarschrift worden ingediend ter zake dat beschikkingen, handelingen of weigeringen (om te beschikken of te handelen), ten aanzien van een ambtenaar als zodanig, door een administratief orgaan genomen, verricht of uitgesproken, feitelijk of rechtens met de toepasselijke algemeen verbindende voorschriften strijden, of dat bij het nemen, verrichten of uitspreken daarvan het administratief orgaan van zijn bevoegdheid kennelijk een ander gebruik heeft gemaakt dan tot de doeleinden waarvoor die bevoegdheid is gegeven.

Wat vindt het gerecht?

7. Voor de ontvankelijkheid van het bezwaar is bepalend of de vermelding van DIMAS op de salarisstrook van september 2025 kan worden aangemerkt als een beschikking, handeling of weigering als bedoeld in artikel 35 van de La. Daarvoor is vereist dat die vermelding, op zichzelf bezien, is gericht op enig rechtsgevolg of feitelijk gevolgen heeft voor de rechtspositie van klaagster als ambtenaar.

Uit de stukken blijkt dat klaagster bij ministeriële beschikking van 20 augustus 2025 voor de duur van zes maanden ter beschikking is gesteld aan DIMAS. Dat besluit strekt niet tot een formele overplaatsing. Een overplaatsing brengt immers een wijziging mee van de formele plaatsing van de ambtenaar en moet worden genomen door het bevoegde gezag, te weten de Gouverneur bij landsbesluit. Een dergelijk landsbesluit ontbreekt.

De enkele vermelding van DIMAS op de salarisstrook kan daarom niet worden opgevat als een zelfstandig besluit tot overplaatsing of als een vooraankondiging daarvan. Die vermelding geeft slechts administratief weer bij welke dienst klaagster gedurende haar terbeschikkingstelling werkzaam is dan wel aan welke dienst de personeelskosten tijdelijk worden toegerekend. Niet is gebleken dat de vermelding heeft geleid tot een wijziging van klaagsters rang, salaris, functie of formele plaatsing bij het DPL. De rechtspositie van klaagster is door de vermelding op de salarisstrook dus niet gewijzigd.

Omdat de vermelding van DIMAS op de salarisstrook geen rechtsgevolg heeft en evenmin feitelijk ingrijpt in de ambtelijke rechtspositie van klaagster, is geen sprake van een voor bezwaar vatbare beschikking of handeling in de zin van artikel 35 van de La. Het bezwaar is daarom niet-ontvankelijk.

CONCLUSIE

8. Het bovenstaande leidt tot de conclusie dat het bezwaar niet-ontvankelijk is.

BESLISSING

De rechter in dit gerecht:

- verklaart het bezwaar niet-ontvankelijk.

Deze beslissing is gegeven door mr. A.J. Martijn, rechter in ambtenarenzaken, bijgestaan door mr. A. de Cuba, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 20 juli 2026, in tegenwoordigheid van de griffier.

Informatie over hoger beroep

Tegen deze uitspraak kunnen alle partijen hoger beroep instellen bij de Raad van Beroep in ambtenarenzaken (RvBAz).

Het hoger beroepschrift moet worden ingediend binnen 30 dagen:

  • na de dag van de uitspraak, als de indiener van het hoger beroep of zijn gemachtigde bij de uitspraak aanwezig is geweest;
  • na de dag van de toezending of de terhandstelling van een afschrift van de uitspraak, in de andere gevallen.

De indiener van het hoger beroep moet in ieder geval:

  • het hoger beroepschrift indienen in tweevoud;
  • een afschrift van deze uitspraak bijvoegen;
  • vermelden waarom hij het niet eens is met de uitspraak (hoger beroepsgronden).

Partijen kunnen gebruik maken van de mogelijkheid om binnen de gegeven hoger beroepstermijn te volstaan met een pro-forma hoger beroepschrift. Dit betekent dat de hoger beroepsgronden op een later moment kunnen worden ingediend.

Voor het instellen van hoger beroep is geen griffierecht verschuldigd.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.