Uitspraak · Ambtenarenrecht
Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 20 juli 2026
ECLI:NL:OGAACMB:2026:47Zaaknummer AUA202503447
- Instantie
- Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Datum uitspraak
- 20 juli 2026
- Publicatiedatum
- 21 augustus 2026
- Zaaknummer
- AUA202503447
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Ambtenarenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Landsbesluit in strijd met zorgvuldigsheidsbeginsel en motiveringsbeginsel_bezwaar gegrond.
BESLISSING
De rechter in dit gerecht:
- verklaart het bezwaar gegrond;
- vernietigt het landsbesluit van 30 september 2025 no. 15;
- bepaalt dat verweerder binnen drie maanden na dagtekening van deze uitspraak
met inachtneming van hetgeen daarin is overwogen een nieuwe beslissing neemt op het verzoek van klager om interne overplaatsing in de functie van hoofdcontroleur;
- veroordeelt verweerder tot betaling van de door klager voor dit geding gemaakte
kosten aan rechtskundige bijstand, begroot op Afl. 1.400,-.
Deze beslissing is gegeven door mr. A.J. Martijn, rechter in ambtenarenzaken, bijgestaan door mr. A. de Cuba, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 20 juli 2026, in tegenwoordigheid van de griffier.
Informatie over hoger beroep
Tegen deze uitspraak kunnen alle partijen hoger beroep instellen bij de Raad van Beroep in ambtenarenzaken (RvBAz).
Het hoger beroepschrift moet worden ingediend binnen 30 dagen:
- na de dag van de uitspraak, als de indiener van het hoger beroep of zijn gemachtigde bij de uitspraak aanwezig is geweest;
- na de dag van de toezending of de terhandstelling van een afschrift van de uitspraak, in de andere gevallen.
De indiener van het hoger beroep moet in ieder geval:
- het hoger beroepschrift indienen in tweevoud;
- een afschrift van deze uitspraak bijvoegen;
- vermelden waarom hij het niet eens is met de uitspraak (hoger beroepsgronden).
Partijen kunnen gebruik maken van de mogelijkheid om binnen de gegeven hoger beroepstermijn te volstaan met een pro-forma hoger beroepschrift. Dit betekent dat de hoger beroepsgronden op een later moment kunnen worden ingediend.
Voor het instellen van hoger beroep is geen griffierecht verschuldigd.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
Uitspraak van 20 juli 2026
Gaza nr. AUA202503447
GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN ARUBA
UITSPRAAK
op het bezwaar als bedoeld in de
Landsverordening ambtenarenrechtspraak (La) van:
[Klager],
wonend in Aruba,
KLAGER,
gemachtigde: de advocaat mr. R.P. Lee,
gericht tegen:
DE GOUVERNEUR VAN ARUBA,
zetelend in Aruba,
VERWEERDER,
gemachtigde: mr. Y.F.M. Kaarsbaan (DWJZ).
INLEIDING
In deze uitspraak beoordeelt het gerecht het bezwaar van klager tegen het landsbesluit van 30 september 2025 no. 15 (bestreden landsbesluit), waarbij verweerder heeft besloten om het interne overplaatsingsverzoek van klager af te wijzen.
Dat bezwaar heeft klager op 17 oktober 2025 bij het gerecht ingediend en op 27 oktober 2025 heeft hij de gronden daarvan aangevuld.
Verweerder heeft op 17 december 2025 de op de zaak betrekking hebbende stukken ingediend.
Het gerecht heeft de zaak behandeld ter zitting van 16 maart 2026, waar klager is verschenen bij zijn gemachtigde, en verweerder zich heeft laten vertegenwoordigen door voornoemde gemachtigde.
De uitspraak is nader bepaald op vandaag.
OVERWEGINGEN
2. Het gerecht is van oordeel dat het bezwaar van klager gegrond dient te worden verklaard en legt hierna dit oordeel uit.
Wat is relevant om te weten?
Klager is sinds 1 maart 2003 als ambtenaar werkzaam als casinocontroleur bij het Departamento pa Asuntonan di Casino (DAC). Hij is met ingang van 1 augustus 2015 bevorderd naar de functie van casinocontroleur A 1ste klasse (schaal 7).
Bij brief van 15 mei 2023 heeft klager de toenmalige minister van Justitie en Sociale Zaken verzocht om interne overplaatsing naar de functie van hoofdcontroleur (schaal 8).
Bij landsbesluit van 3 juli 2024 no. 9 is het verzoek van klager afgewezen. Hiertegen heeft klager bezwaar gemaakt. Bij uitspraak van dit gerecht van 10 maart 2025 (AUA202402946) is het bezwaar van klager gegrond verklaard, het landsbesluit van 3 juli 2024 no. 9 vernietigd en verweerder opgedragen om een nieuwe beslissing te nemen op voornoemd verzoek.
Bij het bestreden landsbesluit heeft verweerder opnieuw beslist op het verzoek van klager om interne overplaatsing naar de functie van hoofdcontroleur, en dit verzoek afgewezen. Daarin staat – voor zover hier van belang – het volgende:
“(…)
dat sinds de oprichting van het Departamento pa Asuntonan di Casino in 2003 een beleidslijn geldt ten aanzien van de interne plaatsing in de functie van hoofdcontroleur;
dat volgens deze beleidslijn een medewerker eerst werkzaam moet zijn geweest als casinocontroleur A 1ste klasse (schaal 7) alvorens voor benoeming in aanmerking te komen;
dat de vereisten voor benoeming in de functie van hoofdcontroleur als volgt zijn vastgesteld:
- de kandidaat is in het bezit van een geldig rijbewijs;
- de kandidaat beschikt over een eigen auto (voor controles op locatie);
- de dienstanciënniteit van de kandidaat wordt in aanmerking genomen;
- het aantal dienstjaren en de relevante werkervaring wordt meegewogen;
- het gedrag en functioneren van de kandidaat worden bij de beoordeling meegenomen;
dat de functie van hoofdcontroleur valt onder het supervisieniveau;
dat het hoofddoel van de functie is het geven van functionele leiding aan de dienstdoende controleurs die zijn ingedeeld bij een of meer casino’s, alsmede coördineren van de administratieve en controlerende werkzaamheden ter waarborging van een kwalitatieve uitvoering van het plaatselijke toezicht en de controle in het casino;
dat het ontbreken van een rijbewijs en eigen vervoer het voor betrokkene onmogelijk maakt om controlewerkzaamheden op verschillende locaties uit te voeren;
dat bij de beoordeling van het verzoek tot overplaatsing rekening is gehouden met de bovengenoemde voor benoeming in de functie van hoofdcontroleur;
dat de twee personen die in de uitspraak van het Gerecht zijn genoemd, over meer dienstanciënniteit dan betrokkene, waarbij de ene persoon sinds 1 april 2013 en de andere sinds 1 maart 2015 werkzaam is als casinocontroleur A 1ste klasse;
dat het gedrag van betrokkene als niet geschikt wordt beoordeeld voor de functie van hoofdcontroleur;
dat er aanleiding bestaat om het verzoek voor overplaatsing af te wijzen;
(…)”.
Wat vindt klager?
4. Klager kan zich niet verenigen met het bestreden landsbesluit en voert daartoe aan dat geen sprake is van een beleidslijn van het DAC, nu een dergelijke beleidslijn niet bestaat, nooit heeft bestaan, niet is gepubliceerd en evenmin in werking is getreden.
Voorts voert klager aan dat de waarnemend directeur zelf heeft verklaard dat hij sinds 1 juli 2025 niet langer bevoegd is documenten te ondertekenen dan wel namens het DAC beslissingen te nemen. Nu het bestreden landsbesluit is gebaseerd op diens onderbouwing, stelt klager zich op het standpunt dat dit landsbesluit berust op een onderbouwing afkomstig van een onbevoegde instantie en daarom niet in stand kan blijven.
Ten slotte voert klager aan dat hij inmiddels over eigen vervoer beschikt, te weten een fiets met hulpmotor (e-bike). Daarmee is hij naar eigen zeggen in staat de werkzaamheden als hoofdcontroleur uit te voeren, zodat er geen gronden meer bestaan om hem deze functie te weigeren.
Klager verzoekt dat het bestreden landsbesluit wordt vernietigd.
Wat vindt verweerder?
5. Verweerder betwist dat het bestreden landsbesluit is gebaseerd op een onderbouwing afkomstig van een onbevoegde instantie. Volgens verweerder dateert de desbetreffende brief van de waarnemend directeur van vóór 1 juli 2025, de datum waarop diens waarneming is geëindigd. Bovendien benadrukt verweerder dat het bestreden landsbesluit en de motivering daarvan afkomstig zijn van de Gouverneur, het bevoegd gezag.
Wat betreft de beleidslijn stelt verweerder zich op het standpunt dat klager op de hoogte was van de eis dat hij in het bezit moest zijn van een rijbewijs. Volgens verweerder is dit tijdens diverse gesprekken en bij brief van 13 augustus 2013 aan klager gecommuniceerd. Gelet op het feit dat hoofdcontroleurs dagelijks dertien casino’s op het eiland dienen te controleren, is dit volgens verweerder geen onredelijke eis. Dat het beleid niet op schrift is gesteld, doet daaraan volgens verweerder niet af.
Ten aanzien van de door klager aangeschafte e-bike voert verweerder aan dat de beoordeling van het bezwaar ex tunc plaatsvindt, zodat de omstandigheid dat klager na het nemen van het besluit een e-bike aangeschaft niet bij de beoordeling kan worden betrokken. Verder plaatst verweerder vraagtekens bij de veiligheid van het laten rijden van een 64-jarige op een e-bike ter uitvoering van zijn werkzaamheden.
Voorts wijst verweerder erop dat het verzoek van klager mede is afgewezen omdat er twee kandidaten waren met meer dienstanciënniteit en klager bovendien niet geschikt werd geacht voor plaatsing in de functie van hoofdcontroleur.
Verweerder heeft daarnaast nader toegelicht dat inmiddels vier vacatures zijn vervuld en dat drie vacatures (in totaal 7 fte) nog moeten worden vervuld. Verweerder is niet bekend of deze vacatures reeds zijn opengesteld.
Verweerder concludeert dat het verzoek van klager terecht is afgewezen.
Wat vindt het gerecht?
In geschil is de vraag of verweerder het verzoek van klager om te worden overgeplaatst naar de functie van hoofdcontroleur (schaal 8) heeft mogen afwijzen.
In de uitspraak van 10 maart 2025 heeft het gerecht het landsbesluit van 3 juli 2024, zijnde de eerste afwijzing van het verzoek van klager, vernietigd omdat verweerder in strijd heeft gehandeld met het eigen personeelsbeleid door de vacature niet open te stellen, niet heeft toegelicht waarom het niet hebben van eigen vervoer belemmerend is voor de uitoefening van de functie van hoofdcontroleur, en niet is gebleken op welke feiten verweerder heeft geconcludeerd dat klager niet altijd een goede werknemer is geweest.
Verder heeft het gerecht geoordeeld dat verweerder opnieuw moet beslissen op de sollicitatie van klager van 15 mei 2023. Ter voorlichting van partijen heeft het gerecht overwogen dat klager in de gelegenheid dient te worden gesteld mee te dingen naar de in 2025 bestaande vacatures voor hoofdcontroleur. Daarbij heeft het gerecht overwogen dat dit niet betekent dat klager aanspraak heeft op benoeming; naast dienstanciënniteit en ervaring mag verweerder ook houding, functioneren, goed ambtenaarschap en leidinggevend vermogen betrekken bij de beoordeling van zijn geschiktheid voor de functie.
Naar het oordeel van het gerecht is ook de onderhavige afwijzing van het verzoek niet met de vereiste zorgvuldigheid voorbereid en niet deugdelijk gemotiveerd.
Daartoe is allereerst van belang dat niet aannemelijk is geworden dat voor de nog openstaande drie vacatures voor de functie van hoofdcontroleur een openstelling heeft plaatsgevonden en dat klager daadwerkelijk in de gelegenheid is gesteld daarnaar mee te dingen. Daarmee heeft verweerder opnieuw onvoldoende inzichtelijk gemaakt dat overeenkomstig het eigen personeelsbeleid is gehandeld.
Verder heeft verweerder, noch in het bestreden landsbesluit noch nadien, concreet onderbouwd waarom klager wegens zijn gedrag of functioneren ongeschikt zou zijn voor de functie. De enkele verwijzing naar een disciplinaire kwestie uit 2012 is daarvoor onvoldoende, nu niet is toegelicht welk plichtsverzuim daaraan ten grondslag lag, welke maatregel is opgelegd en waarom die omstandigheid, gelet op het tijdsverloop, thans nog aan klager kan worden tegengeworpen.
Ten slotte heeft verweerder onvoldoende gemotiveerd waarom voor de functie uitsluitend het beschikken over een eigen auto noodzakelijk is. Dat hoofdcontroleurs zich tussen verschillende casino’s moeten kunnen verplaatsen, kan een vervoersvereiste rechtvaardigen. Verweerder heeft echter niet inzichtelijk gemaakt waarom niet kan worden volstaan met ander passend eigen vervoer. Daarbij neemt het gerecht in aanmerking dat de te controleren casino’s alle zijn gelegen in Oranjestad en de hotelgebieden aan de westkust. Zonder nadere motivering valt dan ook niet in te zien waarom uitsluitend een eigen auto aan dat vereiste zou kunnen voldoen. Verder weegt mee dat niet is gebleken dat voor deze werkzaamheden dienstvervoer, een autotoelage of een brandstofvergoeding wordt verstrekt.
Voor zover verweerder vraagtekens heeft geplaatst bij de veiligheid van het laten rijden van een 64-jarige op een e-bike, kan ook dat de afwijzing niet dragen. Een dergelijke stelling berust enkel op de leeftijd van klager en is niet onderbouwd met concrete feiten of omstandigheden waaruit blijkt dat klager, vanwege zijn gezondheid, rijvaardigheid of anderszins, niet veilig gebruik zou kunnen maken van passend eigen vervoer. Zonder nadere motivering valt daarom niet in te zien dat de leeftijd van klager aan het gebruik van een e-bike of ander passend eigen vervoer in de weg staat.
CONCLUSIE
7. Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat het bestreden landsbesluit wegens strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel niet in stand kan blijven en derhalve moet worden vernietigd. Het bezwaar van klager is gegrond.
8. Verweerder dient op de na te melden wijze in de proceskosten te worden verwezen.
BESLISSING
De rechter in dit gerecht:
- verklaart het bezwaar gegrond;
- vernietigt het landsbesluit van 30 september 2025 no. 15;
- bepaalt dat verweerder binnen drie maanden na dagtekening van deze uitspraak
met inachtneming van hetgeen daarin is overwogen een nieuwe beslissing neemt op het verzoek van klager om interne overplaatsing in de functie van hoofdcontroleur;
- veroordeelt verweerder tot betaling van de door klager voor dit geding gemaakte
kosten aan rechtskundige bijstand, begroot op Afl. 1.400,-.
Deze beslissing is gegeven door mr. A.J. Martijn, rechter in ambtenarenzaken, bijgestaan door mr. A. de Cuba, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 20 juli 2026, in tegenwoordigheid van de griffier.
Informatie over hoger beroep
Tegen deze uitspraak kunnen alle partijen hoger beroep instellen bij de Raad van Beroep in ambtenarenzaken (RvBAz).
Het hoger beroepschrift moet worden ingediend binnen 30 dagen:
- na de dag van de uitspraak, als de indiener van het hoger beroep of zijn gemachtigde bij de uitspraak aanwezig is geweest;
- na de dag van de toezending of de terhandstelling van een afschrift van de uitspraak, in de andere gevallen.
De indiener van het hoger beroep moet in ieder geval:
- het hoger beroepschrift indienen in tweevoud;
- een afschrift van deze uitspraak bijvoegen;
- vermelden waarom hij het niet eens is met de uitspraak (hoger beroepsgronden).
Partijen kunnen gebruik maken van de mogelijkheid om binnen de gegeven hoger beroepstermijn te volstaan met een pro-forma hoger beroepschrift. Dit betekent dat de hoger beroepsgronden op een later moment kunnen worden ingediend.
Voor het instellen van hoger beroep is geen griffierecht verschuldigd.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.